Moderne Britse popster is van chique komaf

Niet alleen hebben de Britten met de Conservatieven en Liberaal-Democraten een posh kabinet, ook hun popsterren blijken tegenwoordig van chique komaf te zijn.

Britten zijn, altijd al, geobsedeerd door iemands afkomst. In ieder interview met een bekendheid worden het werk van ouders, de buurt, de school genoemd. Het nieuwe kabinet was nog nauwelijks geïnstalleerd of de media hadden al uitgezocht dat zes van de bewindslieden op een privéschool hadden gezeten, terwijl gemiddeld slechts zeven procent van alle kinderen privéonderwijs geniet.

Nu blijkt dat ook ten minste zestig procent van alle pop- en rockartiesten naar dure privéscholen is geweest, aldus een onderzoekje van muziekblad Word Magazine. In 1990 was slechts één procent posh.

Florence Welch van Florence and the Machine, Lily Allen en Chris Martin van Coldplay: ze gingen allemaal naar een dure privéschool. De klusjesman die de Britse X-Factor won, bleek op een school te hebben gezeten die per semester omgerekend 7100 euro kost. James Blunt is de chicste van het hele stel. Hij ging naar Harrow School, dezelfde kostschool waar Winston Churchill op zat, en was soldaat in de elite Queen’s Guards. Zijn moeder klaagde deze week publiekelijk over ’omgekeerde discriminatie’ vanwege de voortdurende opmerkingen over zijn gegoede afkomst.

„Het is nog nooit zo erg geweest”, klaagde Pete Waterman, een bekende muziekproducent. „Vroeger ging het erom dat je veel van muziek wist. De grote ondernemingen domineren nu de muziekindustrie en als je op je cv niet tig eindexamenvakken hebt staan, als je niet naar de universiteit bent geweest, krijg je geen baan.” En chiquere mensen kiezen volgens hem automatisch artiesten van betere komaf. In de politiek of bijvoorbeeld advocatuur is het niet anders.

De posh-poprevolutie, zoals de journalist Will Hodgkinson het noemt, begon volgens hem tien jaar geleden met Cold Play. „Als zij niet in een band hadden gespeeld, waren ze architect of advocaat geweest.”

„Je kunt zeggen wat je wilt, maar op privéscholen leren kinderen heel hard werken. En ze zijn heel beleefd. Dat is één van de verklaringen voor de posh-poprevolutie.” Die twee eigenschappen zijn volgens Hodgkinson namelijk heel belangrijk om het te maken in Amerika.

Er valt volgens hem zeker oppervlakkig gezien een verschil te horen in muziek. Posh zijn bijvoorbeeld de „literaire verwijzingen in de teksten en smaakvolle akoestische riedels”. Maar de sterren uit de lagere klassen zouden een hoger ’showbizz gehalte’ hebben. Dat zou bijvoorbeeld gelden voor Adele, die nu hoog in de Nederlandse top veertig staat.

Popmuziek was altijd een manier voor de arbeidersklasse om het te maken maar, zo geeft Hodgkinson toe, het is altijd meer een mix van achtergronden geweest dan de populaire mythe wil doen geloven. Leden van Genesis, Radiohead en Pink Floyd genoten privéonderwijs. John Lennon was een working class hero maar hij kwam uit de middenklasse en ging naar de kunstacademie. Het was eind jaren zeventig een ware onthulling dat Joe Strummer, de leider van The Clash en een bekende punkster, de zoon van een diplomaat bleek te zijn en dat hij op een prestigieuze kostschool had gezeten.

„Het is jammer dat het voor armere muzikanten steeds moeilijker wordt om door te breken. Vroeger konden ze zich dankzij hun werkloosheidsuitkering op hun muziek storten. Straks krijgen ze die misschien ook niet meer. Maar voor de muziek maakt afkomst uiteindelijk niet uit. Creativiteit is klasseloos.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden