Modern dood

Over mijn dood, waar ik tezijnertijd niet aan zal ontkomen als ik het allemaal goed heb begrepen, maak ik me niet zoveel zorgen. Daarentegen bemoei ik me wel graag met mijn uitvaart. De schrijver J.P. Guépin vertelde mij eens dat een van zijn grootste zorgen was dat mensen op zijn begrafenis of crematie verkeerde dingen over hem zouden zeggen. Desondanks maakte hij er vrijwillig een eind aan: je kunt nu eenmaal niet over je graf heen regeren, al proberen sommige mensen dat wel. Ikzelf heb een lijstje met muziek die tijdens de uitvaart gedraaid moet worden. Soms verander ik er wat in, als ik een stuk gehoord heb dat me nog toepasselijker voorkomt.

Het lijkt me vreselijk als er verkeerde muziek wordt gedraaid, bijvoorbeeld iets van het Urker Mannenkoor of The Who. Nee, het moeten Bach en Brahms worden en Kathleen Ferrier, en heel misschien iets van Randy Newman. Wat mensen over me gaan zeggen, kan ik niet regisseren, maar hopelijk houden mijn nabestaanden zich aan mijn muzieksmaak. Moet er ook wat mee? Nee, hoeft niet.

De Egyptenaren gaven hun doden voor het hiernamaals de hele reut mee: eten, bloemen, kruiken, doosjes, beeldjes, bestek, stoelen, kasten, je kon er in hun ogen na je leven niet zonder.

En ook de Romeinen en na hen onze eigen middeleeuwers smeten hun graven vol met allerlei troep. Ik ken dat gebruik eerlijk gezegd niet zo. Misschien is het de afgelopen eeuwen on-Nederlands geworden om graven vol te proppen met voedsel en snuisterijen; je mag immers met recht vrezen dat de dode er niets aan heeft en de kans dat het weggegooide moeite en geld is, is aanzienlijk en daar houden wij, calvinistische kooplui, niet van.

Maar zoals we ons inmiddels ook weer laten tatoeëren en botjes door onze neuzen steken om aan de grauwe middelmaat te ontstijgen, zo is het ook steeds meer gebruikelijk om doden toch weer wat persoonlijks mee te geven. Zo trof mij het bericht van Twentse crematoria dat mensen vooral geen flessen drank en mobieltjes aan hun gestorven geliefden mee moeten geven, want die dingen kunnen in de oven exploderen, met alle gevolgen vandien. Het is een landelijk probleem, zeiden ze erbij. Hm, wist ik niks van: mobieltjes en flessen drank.

Het geeft een opmerkelijk beeld van hoe wij de dood tegemoet treden. Vroeger zette men wel een belletje bij het graf met een touwtje naar de kist opdat de overledene kon melden dat-ie verrassenderwijs toch nog leefde. Het mobieltje is de hedendaagse variant van dat belletje. Maar wat als je nu geen mobieltje bij je hebt? Dan kun je je maar beter laveloos drinken. Er zit dus een zekere logica in de moderne grafgeschenken, maar die vervalt als je je laat verbranden. Vandaar natuurlijk dat advies van de Twentse crematoria: laat mobieltjes en flessen drank thuis.

Overigens een merkwaardig vooruitzicht, archeologen die straks gsm's en drankflessen in onze graven zullen aantreffen. Ben benieuwd wat ze daaruit over onze cultuur zullen concluderen. In elk geval dat de 21ste-eeuwse homo sapiens ondanks alle scepsis in een leven na de dood geloofde.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden