Review

Modeltreinen zijn weinig in trek bij kinderen. Daar komt verandering in.

Ze rekenen op veel vaders en grootvaders, maar hopen ook vurig op hun kinderen. Want treintje spelen heeft op dit moment vooral het verleden -en het zou zo mooi zijn als deze hobby ook in de toekomst liefhebbers blijft trekken. Dat is niet gemakkelijk in een tijdperk waarin alles draait om computer- en televisiespelletjes.

Het Nationaal Modelspoor Museum, dat afgelopen week feestelijk zijn deuren heeft geopend in de verbouwde stationsrestauratie van Sneek, gaat het toch proberen. Voorzitter Max Kooijmans rekent er al op dat de pa's en de opa's onmiddellijk bij binnenkomst afstevenen op de Scheltemazaal, waar de modellen van nagenoeg alle treinen opgesteld staan die ooit in Nederland hebben gereden. Dat is zo'n unieke collectie H0-modellen (op half-nulschaal), dat de zaal oneerbiedig al de 'kwijlzaal' wordt genoemd. De echte liefhebbers kunnen hier wel een halve dag doorbrengen, zeker wanneer ze er soortgenoten tegen het lijf lopen en de verhalen loskomen. En voor de vrouwen ('partners', verbetert Kooijmans zichzelf) is er een eigen hoek, met leestafel, damesbladen en koffie. De emancipatie mag dan elders aardige vooruitgang hebben geboekt, in de wereld van de treinfanatici liggen de rolpatronen nog even vast als een tenderlocomotief op een spoorbaan.

Maar dan de jeugd: Kooijmans verwacht dat die de verhalen van (o)pa in de Scheltemazaal gauw voor gezien houdt en verder op zoek gaat in het museum. ,,Ik schat dat die heel snel op de grond ligt en met treinen gaat spelen. Of achter de computer of in de simulator kruipt. Ik denk dat daar het hart van het museum zal liggen. Twintig procent van onze bezoekers zijn echte treinenliefhebbers: de rest zijn toeristen, die hier met hun bootje liggen of op fietstocht zijn en ook wel eens wat willen zien. Daar moeten we veel aandacht aan geven.''

Over de kenners maakt Kooijmans, een marketingexpert die in Engeland zijn stokersdiploma haalde, zich geen zorgen; die weten wel wat ze zoeken in het grootste museum voor modelspoor van Europa. Jarenlang was de collectie ondergebracht in een vochtige kelder onder de openbare bibliotheek in Sneek -'s zomers bloedheet en in de herfst een watersnood-, maar in het nieuwe museum is de opstelling perfect. Ze staan er allemaal; van de stoomtrein uit 1830 (Amsterdam-Haarlem) tot de Thalys en ICE uit de 21-ste eeuw, van de Beel-loc (zo genoemd vanwege de gelijkenis met de voormalige minister-president) tot de Wadloper die zo karakteristiek is voor Noord-Nederland en van de Hondenkop-4 tot de roemruchte zachtroze Bisschop (een belachelijk idee van de vrouw van een voormalige president-directeur van de NS; nog voordat het tweede exemplaar uit de fabriek rolde, werd al besloten de loc roodbruin te spuiten).

Maar hoe krijg je de jeugd daar ook warm voor? Kooijmans, zelf kind van een zeer gepassioneerde treinenverzamelaar: ,,Een van de redenen dat het modelspoor in de belangstelling zo achteruitgehold is, is dat fabrikanten zich met z'n allen uit zijn op het grote geld. Het product is voor de gewone man bijna onbetaalbaar geworden, en al helemaal voor kinderen. Er zijn geen leuke startersetjes meer, de markt is steeds duurder en geavanceerder geworden. Wij willen, net als met lego, naar de onderkant van de markt -kinderen van een jaar of vier, vloerkleed uitspreiden, treinen uit de kast en spelen maar. Dan kweek je je eigen markt. Wij gaan ook met een fabrikant bekijken of er een goedkopere trein op de markt gebracht kan worden, een simpele serie voor een leuk prijsje. Dat is ook in het belang van de producenten. En we willen stimuleren dat er software voor de pc-generatie komt, waardoor je een echte trein kunt koppelen aan je computer.''

Zeven jaar geleden besloot het museumbestuur de wissel om te gooien en op zoek te gaan naar een nieuwe locatie. Voordat die (en het benodigde geld) gevonden was, werden bezoekers bestookt met de vraag wat ze in zo'n nieuw museum wilden aantreffen. Tegelijkertijd probeerden de vrijwilligers de belangstelling op te krikken. Zonder een cent aan reclame uit te geven steeg het bezoekersaantal van 1000 naar 10000.

Vrijwilliger Gijs Blekendaal leidt ze graag rond in het nieuwe museum. Hij was bankdirecteur voordat hij in de vut ging, maar ook hij is in zijn kinderjaren geïnfecteerd door het treinvirus. ,,Mijn fascinatie is het stoom: mijn vader werkte bij het spoor en daarvóór nog meer familieleden -tot mijn betovergrootmoeder die de overweg deed. Ik heb zelf treinen mogen rijden toen ik acht was. Ik herinner me nog dat ik aan de hand van mijn vader naar depot Feijenoord ging en bij Eriks hobbyshop aan de Rozenstraat mijn eerste stukje Hornby-rails kreeg. Toen was het gebeurd. Ik heb nu thuis alle modellen van voor de oorlog. Nu ben ik bezig met de baan. Die zal wel nooit afkomen, want een baan die klaar is, daar is geen lol meer aan.''

Bij het museum bulken ze van de plannen. Er komen allerlei spelletjes, met een rangeerheuvel, treinongelukken en een treinbesturing. Er worden workshops gehouden voor kinderen (hoe rangeer je, hoe lijm je huisjes, hoe bouw je een boompje, hoe bestuur je een trein via je computer). Er komt als decor een reusachtig panorama van Sneek anno 1930, maar ook een model van de beveiliging op de spoorbaan Heerenveen-Wolvega. Er wordt een kenniscentrum ingericht, waar men informatie over het modelspoor kan vinden. En over een jaar rijdt er een stoomtrein op het traject Sneek-Stavoren, voorspelt Max Kooijmans: ,,Niet alleen als museumspoor, maar ook gewoon in de reguliere dienstregeling.'' Fantasie? Ooit droomde Kooijmans dat de hele treinencollectie van zijn vader en van zijn familie in het museum zou komen. En wat staat daar in de vitrine met Europese modellen?

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden