Review

Modder, bramenstruiken en een meloenentuin

Acht jaar geleden ontdekte Tim Smit (Scheveningen, 1954) min of meer bij toeval de prachtige, maar overwoekerde tuinen van het landgoed Heligan in Cornwall in Engeland.

Toen hij zich nieuwsgierig een weg baande door de bramenstruiken, stuitte hij op de restanten van een plantenkas met oude wijnranken. “Toen ik dat schaartje zag hangen, heb ik heel impulsief besloten dat ik de geschiedenis van Heligan weer tot leven zou brengen. Ik had het gevoel dat ik dat moést doen. In die tijd wist ik niks van tuinen, maar goed ook, anders was ik er nooit aan begonnen. Toen ik mijn plannen voorlegde aan mijn vrouw riep ze: dat is waanzin. Maar zij weet dan ook alles van tuinieren.”

Tim Smit is voor twee dagen overgekomen vanuit Engeland, waar hij al vanaf zijn zesde jaar woont, ter gelegenheid van de Nederlandstalige uitgave van het boek dat hij heeft geschreven over het weer tot leven wekken van de 'slapende' tuinen van het landgoed Heligan. Het boek is een relaas van de voor- en tegenslagen, de modder en magie, de alles overwoekerende bramenstruiken, de omgevallen bomen, dichtgeslibde vijvers en ingestorte plantenkassen. Maar bovenal is het een verslag van het romantische avontuur van een Nederlandse musicus die in de ban raakte van een vervallen landgoed. Met hulp van tientallen vrijwilligers, subsidies van de overheid en donaties van het bedrijfsleven, slaagde Smit er na vijf jaar ploeteren in de paden en Italiaanse vijver weer zichtbaar te maken en de meloenentuin, sier- en moestuinen tot nieuw leven te wekken. Met een metaaldetector werden de antieke loden en zinken plantennaambordjes opgespoord, waaruit kon worden opgemaakt hoe vroeger de begroeiing was geweest. Later werden ook oude foto's gevonden waarop de oorspronkelijke tuinen zichbaar waren.

Vorig jaar bezochten 350 000 mensen de tuinen van Heligan, die dateren van 1780 en er rond 1880 op hun allermooist bij moeten hebben gelegen. De eerste wereldoorlog, waarin meer dan de helft van de tuinlieden het leven verloor op de slagvelden van Vlaanderen, luidde het verval in van het landgoed van de familie Tremayne.

De eerste keren dat Smit Heligan bezocht, had hij nog geen weet van de geschiedenis ervan. “Het klinkt vreemd”, schrijft hij in zijn boek, “maar bij ons eerste bezoek aan de meloenentuin hadden we het gevoel alsof iedereen de tuin halverwege een werkdag had verlaten, met de stellige bedoeling terug te komen. Zeventig jaar lang had Heligan gewacht, met de tuin in rouw gehuld, als een marineweduwe die voor eeuwig over de zee uitkijkt naar een man die nooit terugkomt.”

Op de Home and garden fair op landgoed Beeckesteijn in Velsen - dat vond de uitgever een passende locatie - signeert Smit geduldig zijn boeken. Een oudere dame laat foto's zien die ze heeft gemaakt tijdens een bezoek aan de tuinen van Heligan. Hij verbaast zich over de vele vrouwen die rondlopen op deze chique tuinbeurs. En allemaal zo smetteloos en elegant gekleed. In Engeland is het publiek op dit soort tuinmanifestaties veel gemêleerder en gewoner. Wat kost een toegangskaartje eigenlijk, informeert hij. “Dertig gulden”, roept hij verbijsterd uit. “Dat is wel erg duur om te kijken naar wat plantjes en tuinaccessoires.”

Bezoekers van de tuinen van Heligan zijn nog geen vijftien gulden kwijt. “Op Heligan willen we vooral het werk laten zien van gewone hardwerkende tuinmannen en -vrouwen. Het zou niet gepast zijn om daarvoor exorbitante bedragen te vragen.” Hij neemt nog een slok van zijn biertje en zoekt een koel plekje op in de schaduw van een boom.

Tim Smit spreekt nog wel Nederlands, zij het doorspekt met Engelse woorden. “Ik heb mijn boek laten vertalen in het Nederlands. Ik kan niet beoordelen of het een goede vertaling is, zo verengelst ben ik inmiddels.” Zijn moeder is een Britse, zelf heeft hij ook een Engelse vrouw. Met zijn echtgenote en drie kinderen woont hij in een oude boerderij in Cornwall. Ruim tien jaar geleden kocht hij die tijdens een vakantie. “Een tamelijk impulsieve daad, maar dat geldt voor bijna alles wat ik doe in het leven. Ik ben mijn carrière ooit begonnen als archeoloog, maar na achttien maanden ben ik er van de ene op de andere dag mee gestopt. Het was een prachtige baan, maar ik verdiende haast niks. In mijn vrije tijd zat ik in een popgroep en dat verdiende zo veel beter dat ik musicus ben geworden.”

Na een paar jaar ging hij ook voor anderen teksten en muziek schrijven. Hij werkte voor onder meer Barry Manilow en Twiggy en reisde de hele wereld rond. Na vijf jaar was hij dat leventje zat, ook al omdat hij een enorme vliegangst kreeg. “We woonden toen redelijk plezierig in Brixton in Londen, tot mijn vrouw Candy op een avond in haar auto door een man werd aangevallen met een mes. Ze wist de steken gelukkig te ontwijken maar voor haar hoefde Londen niet meer. We zijn op vakantie gegaan naar Cornwall, waar de familie van Candy generaties lang vakanties heeft doorgebracht, en hebben daar in een impulsieve bui een boerderij gekocht.”

Voor zijn werk maakte het niet uit waar hij woonde. “Ik was van plan om in Cornwall een studio te bouwen, zodat ik vaker thuis kon werken.” Van Heligan had hij toen nog nooit gehoord, ook al lag het hemelsbreed maar een kilometer of vier van de boerderij. Van een vriend kregen ze een paar Vietnamese hangbuikzwijntjes. “Die vonden we zo leuk dat we meer dieren wilden gaan houden. Het liefst wilden we een complete boerderij met allemaal zeldzame rassen fokdieren. Ergens in de buurt moest nog een verwilderd landgoed zijn en dat leek ons een geschikte locatie. Ik kwam in contact met John Willis, een nazaat van de familie Tremayne die het landgoed bezat. Samen met zijn zus had hij de landerijen geërfd, maar ze konden er niks mee. Als ze de grond verkochten, kregen ze zo'n enorme belastingaanslag dat ze meteen failliet zouden zijn. Samen met John ben ik op 16 februari 1990 het verwilderde landgoed gaan inspecteren. Die datum zal ik nooit meer vergeten, net zo min als de spookachtige stilte in die verwilderde tuinen.”

Na zich een weg gebaand hebben door een onafzienbaar bramenveld ontdekten ze de contouren van wat ooit een rotstuin moest zijn geweest. “We liepen verder in die betoverende stilte en stuitten op een gegeven moment op een vervallen plantenkas. Vanaf dat moment had Heligan me in de ban.” Toen hij korte tijd later nog eens terugging, ontdekte hij een vervallen hokje met een poepdoos met daarin de namen gegrift van alle tuinmannen die in het begin van deze eeuw op Heligan hebben gewerkt. “Een groot aantal van die namen las ik korte tijd later terug op oorlogsmonumenten in de dorpjes in de directe omgeving. Te zeggen dat de eerste wereldoorlog catastrofaal voor Heligan is geweest, gaat te ver. Maar het verlies aan mankracht zette wel een neergang in waarvan het landgoed nooit zou herstellen.”

Tim Smit zou zichzelf geen volleerde hovenier willen noemen na zijn botanische avonturen op Heligan. “Ik denk dat mijn sterkste punt het overtuigen en motiveren van mensen is. Al die jaren is er ook geen onvertogen woord gevallen. Iedereen had het gevoel deel te nemen aan een fantastisch avontuur.” Engeland kent tal van beroemde tuinen. Het unieke van Heligan is volgens Smit dat het niet zoals veel andere tuinen het verhaal vertelt van 'lords en ladies'. “Op Heligan staat de geschiedenis van de gewone tuinman centraal.”

Nog steeds is de restauratie niet voltooid. Elke dag werken bijna 60 mensen in de tuinen. De oogst van de moestuinen en fruitbomen wordt verkocht aan de bezoekers, die er ook terecht kunnen voor allerlei soorten plantenstekken. Tim Smit is net als zijn vrouw bijna elke dag op Heligan. “Onlangs heb ik prins Charles nog rondgeleid”, zegt hij trots. Ook een hoogtepunt was de oogst, afgelopen maart, van de eerste ananassen in de meloenentuin. “Ze zijn naar de koningin gegaan, maar eerst hebben we er zelf één opgegeten om te kijken of ze niet naar paardenmest smaakten. Ze waren verrukkelijk.” Net als vroeger worden op Heligan achttiende-eeuwse ananasrassen gekweekt in bakken die verwarmd worden met mest. “Eindeloos hebben we ermee geëxperimenteerd. Van oude tuinboeken werden we ook weinig wijzer, omdat zoiets essentieels als verwarming met mest als bekend werd verondersteld. Toen de ananasbak voor de eerste keer sinds meer dan een eeuw weer dampte in de meloenentuin, voelde ik me volmaakt gelukkig.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden