Mkz / De mythe rond het virus

Als hoogleraar relatie mens-dier houdt Elsbeth Noordhuizen-Stassen zich bezig met de morele vraagstukken in de veeteelt. In de huidige mond- en klauwzeer-epidemie wordt ze overspoeld met oppervlakkige analyses en gemakkelijke oplossingen. ,,Kan biologische landbouw mkz uitbannen? Je kunt beter zeggen dat juist intensieve veeteelt veiliger is.''

De mond- en klauwzeer-epidemie beheerst het leven van Elsbeth Noordhuizen-Stassen, hoogleraar relatie mens-dier aan de Universiteit van Utrecht. En omdat ook haar echtgenoot hoogleraar is -in rundvee gezondheidszorg- gaat het thuis over weinig anders dan over de uitbraak en hoe deze is te stoppen. ,,Onze jongens vragen wel eens: kunnen we het niet even over iets anders hebben? Maar het gespreksonderwerp is in deze tijden niet te vermijden. Het is ook goed de laatste informatie bij elkaar te checken en het is nu eenmaal gemakkelijk, thuis bijpraten.''

Noordhuizen-Stassens bureau aan de faculteit Diergeneeskunde in de Utrechtse Uithof is in verband met de epidemie voor buitenstaanders afgesloten, haar studenten hoeven niet te verschijnen. En voor de overige gasten houdt de hoogleraar kantoor in restaurant De Biltse Hoek, achter een schuttinkje van plastic kamerplanten. Ze stoort zich aan sommige analyses van de mkz-epidemie, zegt ze. En aan de makkelijke oplossingen die soms worden aangedragen. Iedereen die verstand heeft van veeteelt heeft deze enorme uitbraak zien aankomen, stelt de hoogleraar, tevens dierenarts. De Koninklijke Nederlandse Maatschappij voor Diergeneeskunde, de brancheorganisatie van dierenartsen, in ieder geval wel. ,,We zijn als dierenartsen vreselijk bang geweest dat mkz zou toeslaan, hebben ook gewaarschuwd dat we met een tikkende tijdbom van doen hadden. Nederland heeft door de non-vaccinatie, de hoge populatiedichtheid en de sterke mobiliteit van mens en dier te maken met een zeer grote gevoeligheid voor mkz. En het blijkt nu dat die voorspelling is uitgekomen.''

Het virus is Engeland binnengekomen, somt Noordhuizen-Stassen nog even op, door het gebruik van swill, keukenafval, waarmee Nederland zijn varkens vroeger ook vetmestte. Dit voer is in ons land al geruime tijd verboden, maar in Engeland niet, sterker nog: daar maakte men de swill nog gevaarlijker door afval uit vliegtuigmaaltijden te gebruiken, waardoor de herkomst internationaler, en dus diffuser werd. En via het internationale transport bereikte mkz uiteindelijk Oene en Olst. Zo zie je maar, Nederland kan het gebruik van keukenafval als veevoer wel uitbannen, als andere Europese landen dat niet doen, stelt zo'n verbod weinig voor.

Tot 1992 entte Nederland het vee in tegen mkz. Noordhuizen-Stassen kan er over meepraten, want zelf heeft ze met name eind jaren zeventig zo'n vijftigduizend runderen geënt, leert een snelle rekensom. ,,Het pleidooi voor preventieve vaccinatie'', zegt ze, ,,bevat vele misverstanden. Alsof dat de allesomvattende oplossing zou zijn. Wat wordt vergeten, is dat Nederland voor 1992 alleen de runderen vaccineerde die ouder waren dan zes maanden en daarna nog lange tijd in leven zouden blijven. We entten altijd in de winter, omdat de entstof niet een jaar lang zijn werking behield en de meeste uitbraken in de late winter en de vroege lente plaatsvonden. Die vaccinatie was ook historisch zo gegroeid: Nederland had voornamelijk melkvee, op gemengde bedrijven. Als je die koeien vaccineerde, ontstonden er op het platteland buffers die verspreiding van het mkz-virus tegenhielden. De huidige situatie is een totaal andere. Nederland heeft nu vijftien miljoen varkens, en een mestvarken leeft maar een half jaar. Het heeft dus geen enkele zin die groep te vaccineren. Slechts het inenten van langlevende dieren heeft nut, dus wellicht komen in de toekomst de fokzeugen wel voor vaccinatie in aanmerking. Maar het blijft vanuit dierenwelzijn een moreel dilemma: waarom vaccineer je het ene dier wel en het andere niet? Daarop is alleen een economisch antwoord mogelijk.''

Maar zo'n antwoord past niet op de vraag wat te doen met de zogenaamde wilde grazers, die zijn uitgezet in de Nederlandse natuurgebieden. Noordhuizen-Stassen: ,,Het beleid is dat deze dieren wilde dieren moesten zijn, met een bestaan waarin de mens zo weinig mogelijk zou ingrijpen. Als je consequent bent, moet je toestaan dat virussen die normaal voorkomen, ook door deze populaties gaan. Dat geldt ook voor mkz. Maar plotseling is er het pleidooi ook deze dieren te enten.'' Over het natuurlijke bestaan van deze dieren hoor je opeens niemand meer.

De hoogleraar kijkt met enige afschuw terug op de beslissing in Brussel om vanaf 1992 een non-vaccinatiebeleid te voeren. Op basis van de kennis van dierziekten is toen een risicoberekening uitgevoerd, die uiteindelijk heeft geleid tot de beslissing niet langer in te enten, en te accepteren dat er één keer in de vijf tot tien jaar een mkz-uitbraak plaatsvindt. ,,Het feit dat er een risicoberekening heeft plaatsgevonden die natuurlijk economisch gestuurd werd, toont weinig respect voor de betrokken mensen en dieren'', zegt Noordhuizen-Stassen. ,,Als je nu kijkt naar de totale ontwrichting, die is volstrekt onacceptabel. Het besluit van toen, de politiek van toen, is ingehaald door de tijd. De ethiek wordt bepaald door drie factoren: de tijd waarin we leven, de cultuur waarin we leven, en de persoon die je bent. We hebben afgesproken hoe we met elkaar omgaan, wat we doen, wat niet. We hebben jarenlang dier-ethische principes geweld aangedaan, maar het besef daarvan is pas de laatste jaren tot ons doorgedrongen, wat de ethiek weer heeft aangescherpt. Je kunt zeggen dat de economische beslissing van toen niet meer past in de ethiek van deze jaren.''

Terug naar het veld en de stal, waar de boeren elke ochtend controleren of deze dag hun veestapel aan de beurt is voor de symptomen van mkz. Noordhuizen-Stassen heeft haar bezoeken aan boerenbedrijven vanwege de epidemie moeten staken, maar kent de angst en paniek. ,,Er zijn mensen die stellen dat je mkz moet laten uitrazen. Ik denk dat dit niet van deze tijd is. De dieren zijn echt ziek, hebben koorts, en vanwege de blaren in de mond eten zij niet meer. De hoeven zijn pijnlijk, de spenen ook. Ze lijden. Als een gemiddelde burger dat beeld zou zien, zou hij zeggen: doe er wat aan! Laat het dier inslapen. Dat is ook juist, als je het lijden niet kunt verminderen, moet je ze laten gaan.''

Meer zorgen maakt ze zich over de gezonde dieren die door de epidemie worden getroffen. Nu al worden de besmette boerderijen en de bedrijven in een straal van twee kilometer preventief geruimd, mkz of niet. Maar er dient zich een veel groter probleem aan, waarmee de dierenartsen nog meer moeite hebben. Houdt de epidemie aan, en dus het vervoersverbod, dan zullen de stallen overvol raken. ,,Degenen die in de beschermingsgebieden zitten, raken nu al in de problemen. Maar die zullen zich gaan voordoen in heel Nederland. Het vervoersverbod zal uiteindelijk worden opgeheven drie maanden nadat de mkz is bedwongen. Het is nog even de vraag of het ministerie van landbouw blijft vasthouden aan een regionaal of nationaal vervoersverbod, maar het is zeer aannemelijk dat met name dieren met een korte levenscyclus in de knel komen. Ik denk dan aan het pluimvee en de varkenssector. Biggetjes op vermeerderingsbedrijven behoren daar doorgaans maar tien weken te blijven. Dan zijn ze zo'n 25 kilo. Maar als je ze vanwege het vervoersverbod nog eens tien weken laat zitten, zijn het al mestvarkens geworden van tegen de honderd kilo. De huisvesting is daar niet op ingericht, de dieren zitten te dicht op elkaar en zullen vroeg of laat elkaar gaan aanvreten. En als dat eenmaal gebeurt, zijn ze niet meer te stoppen. En er ontstaat tegelijkertijd geen ruimte voor de biggen die nog geboren moeten worden, want intussen zijn de zeugen weer gedekt en drachtig.''

Noordhuizen-Stassens betoog hapert, want ze heeft zichtbaar moeite met het vervolg. ,,Het is de vraag of je het volgende nu al moet zeggen, of je dit nog even moet laten rusten om niet nog meer onrust te creëren. Maar als de boel echt op slot blijft, zullen we straks ter voorkoming van gezondheids- en welzijnsproblemen en naar analogie van de varkenspest moeten overgaan tot het doden van gezonde dieren. Als het vervoersverbod lange tijd blijft gelden, is aan euthanasie van biggetjes niet te ontkomen. Om dat doden in te perken, zou er daarom op korte termijn gesproken dienen te worden over een fokverbod. Een veehouder hoopt altijd dat het virus binnen de perken blijft en dat is de drijfveer om toch door te gaan met fokken. Dat snap ik wel, want een draagtijd van een zeug is 114 dagen. Maar als je toch al weet dat een vervoersverbod pas na drie maanden na het beheersen van de epidemie wordt opgeheven, moet het ministerie serieus over een fokverbod gaan nadenken.''

Naast het fokverbod denkt Noordhuizen-Stassen dat er nog een stap is vóór het euthanaseren van biggen. ,,Ik vind dat als het helemaal fout gaat dierenartsen moeten overgaan tot het doen aborteren van dieren in de vroege dracht, tot maximaal veertig dagen, om zo het euthanaseren van de biggetjes direct na de geboorte tegen te gaan. We hebben bij de mens ook geaccepteerd dat abortus in een vroeg stadium mogelijk moet zijn, even afgezien van mijn persoonlijke mening daarover. Bij dieren zou dat, als minste van twee kwade ingrepen ook moeten kunnen, de biggen zijn dan nog in het embryonale stadium, er is nog geen ontwikkeling van het neurale systeem, die feutjes kunnen nog geen pijn ervaren, terwijl de belasting van de zeug redelijk gering is. Deze stellingname is geaccepteerd door de Koninklijke Nederlandse Maatschappij voor Diergeneeskunde en ontwikkeld naar aanleiding van de varkenspestuitbraak, die grote consequenties had voor de veehouders, maar ook voor de dierenartsen. Sommigen hebben vandaag de dag nog psycho-sociale problemen omdat ze gedwongen waren de jonge, gezonde biggen te euthanaseren.''

Niet alleen praat momenteel iedereen mee over de oorzaken van de mkz-epidemie en het beheersen daarvan, ook de toekomst van de veeteelt staat ter discussie. Biologische landbouw en veeteelt worden naar voren geschoven voor een oplossing van alle problemen. ,,Dat vind ik echt onkies'', zegt Noordhuizen-Stassen. ,,Het is niet zo dat de biologische landbouw en veeteelt minder gevoelig zijn voor veeziekten. Integendeel. Door de hoge mate van geslotenheid van de intensieve veehouderij, zijn deze bedrijven juist minder gevoelig voor besmetting. Vaak wordt gedacht: de bio-industrie kweekt zijn eigen ziekten, maar dat is niet waar. De dichtheid van de populatie heeft er wel mee te maken, maar de kern van intensieve veehouderij niet. De verspreiding in Engeland heeft juist plaatsgevonden via de dieren die zo perfect passen in het romantische plaatje van de biologische landbouw. Het ging om schapen, die lekker buiten graasden en op de markt te koop waren, en dat heeft in hoge mate bijgedragen aan deze explosie van mkz. Dat wil niet zeggen dat de biologische landbouw geen aspecten heeft die zeer wenselijk zijn, bijvoorbeeld de kleinschaligheid, maar het open karakter maakt deze sector erg gevoelig.''

Wellicht is een combinatie van die kleinschaligheid en geslotenheid een sleutel naar de toekomst, zegt Noordhuizen-Stassen. ,,We moeten in ieder geval af van de grote mobiliteit en overgaan tot een nog geslotener bedrijfsvoering, met niet langer internationale circuits, maar slechts regionale.'' Maar daarmee komt ook de positie van Nederland als exportland ter discussie, en de goedkoop-vleesetende natie. En het al dan niet vaccineren van vee tegen mkz is in die discussie maar een zijpad.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden