Mixers van genres aan de slag met droomfabriek Hollywood

Hail, Caesar!

Regie Joen en Ethen Coen. Met Josh Brolin, George Clooney, Tilda Swinton

***

The Coen brothers hebben voor zichzelf een carrière gecreëerd als de grote mixers, de grote dj's van Amerikaanse filmgenres. Maffiosi, cowboys, huurmoordenaars, geheim agenten, muzikanten, ontsnapte gevangenen, hun films worden bevolkt door de misfits van Amerika. Ze goochelen net zo makkelijk met de stijl van de western als die van de thriller of de roadmovie, altijd met een sardonische twist. Vooral door onnozele personages een verhaal binnen te laten struikelen dat veel groter en dodelijker is dan ze zelf beseffen.

De waanzinnige, duistere kant van Hollywood maakten ze in 1991 al heerlijk belachelijk in 'Barton Fink', waarin John Turturro anno 1941 als de scenarioschrijver uit de titel een deal met de duivel moet maken om zijn script op tijd af te krijgen. Hail, Caesar! neemt Hollywood ook op de hak, maar dan in de vorm van een klassieke screwball comedy. Ook een typisch Amerikaans genre, dat opkwam tijdens de Depressiejaren. Waarschijnlijk om het publiek de nodige verlichting te geven. Als het een bioscoopkaartje kon betalen.

Typisch voor screwball, schiet het script van Hail, Caesar! alle kanten op. Middelpunt van alle idiote intriges, roddel en achterklap rond het terrein van de fictionele Hollywoodstudio Capitol Pictures is Eddie Mannix (Josh Brolin), die als 'Head of Physical Production' de opgeblazen ego's en het excessieve gedrag van de sterren in toom moet houden. Dat blijkt lastig als George Clooney's personage ontvoerd wordt door een stel terroristen, Tilda Swinton als roddeljournalist allerlei pijnlijke details op het spoor komt en Ralph Fiennes als een Duitse sterregisseur op zijn retour een psychologisch drama af moet maken met de domste acteur die de studio in zijn catalogus heeft.

De Coens houden ervan om met de klassieken te spelen. 'Barton Fink' was een bewerking van Goethe's Faust, 'O' Brother Where Art Thou' was losjes gebaseerd op Homerus' Odyssee en 'A Serious Man' was typisch Coëneske spielerei met Het Boek Job. Maar de 'klassieker' waar Hail, Caesar! op teruggrijpt is niet van Homerus of Goethe of Shakespeare. Het is de grootste Amerikaanse mythologie van allemaal: Hollywood zelf: Tinseltown, de droomfabriek. De film zit vol verwijzingen naar Hollywoods eigen geschiedenis. Scarlett Johanssons personage is een knipoog naar zwemkampioene Esther Williams die later in Hollywood furore maakte met haar 'aquamusicals', Channing Tatums Burt Gurney doet een gay versie van Gene Kelly in On the Town en ... aah te veel om op te noemen. Hail, Caesar! is hun minst serieuze film in jaren - zelf noemen ze die liefdevol hun 'numbskull-films' - maar onder alle komedie is natuurlijk het echte verhaal dat Hollywood ondanks alle exces en onnozelheid wel degelijk een heel serieus sprookje over Amerika creëert.

De vraag is: is dat gelukt? Het antwoord: niet echt. Het plezier van het maken spat niet van het scherm, daarvoor lijkt het allemaal te gemakzuchtig. Een invuloefening van twee makers en een acteursstal die allemaal op de toppen van hun kunnen zitten. Jammer, er had meer in gezeten.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden