MITTERRAND LAAT ZICH NOG EEN KEER UITWUIVEN

De scheidende socialistische president van Frankrijk, François Mitterrand, draagt op 17 mei de macht over aan zijn neo-gaullistische opvolger Jacques Chirac. Het land neemt daarmee afscheid van een man die zich steeds meer ging gedragen als de door hem zo verafschuwde De Gaulle en ook aanmerkelijk langer op die behaaglijke stoel in het ülysée bleef zitten dan hij in 1981 had beloofd.

Het gehoor van staatshoofden, regeringsleiders en anderszins luisterde ademloos. Geen spoor van kritiek was te bemerken bij mensen als de Amerikaanse vice-president Al Gore of de Britse premier John Major. Mitterrand zei wat hij wilde, zich niets aantrekkend van wat wel of niet gezegd hoort te worden in dergelijke gezelschappen. Een gebaar van liefde van zijn vrouw Danielle die hem na de rede even over de arm streelde, viel hem ten deel. En een meer dan enthousiast applaus van het selecte publiek, dat hier de overgave van Hitler-Duitsland vijftig jaar geleden memoreerde.

De aan prostaatkanker lijdende Mitterrand (78) neemt in elke toespraak afscheid van zijn leven, zegt ronduit wat hij op zijn hart heeft, lijkt niet meer beducht voor kritiek en trekt zich weinig aan van zijn adviseurs op het ülysée, die soms liever bepaalde passages niet uitgesproken hadden gezien.

Zo ook nu, op deze maandag. Het was voor het eerst dat een Frans staatshoofd na de oorlog goedkeurend sprak over de soldaten van Adolf Hitler. Mitterrand noemde het optreden van de Duitse soldaten “moedig”, omdat ze bereid waren te sterven voor hun vaderland. “Voor een slechte zaak, maar daar stond hun optreden los van. Ze stierven voor hun land,” zei Mitterrand.

Het is duidelijk, de Franse president wil de geschiedenis ingaan als de eerste westerse leider die een positief gebaar maakte naar de 'gewone Duitser' die zich destijds liet misleiden door Hitlers ideologie. Een dag later in Moskou ging Mitterrand nog een stapje verder door te zeggen dat hij de Duitsers nooit als vijand had gezien. “We moesten eenvoudigweg vechten vanwege de systemen, de ideologieën, de deformatie van de geest,” zei hij.

In Duitsland waren de commentaren over Mitterrands handreiking lovend. De Berliner Morgenpost noemde dit “politieke testament” van de zieke Mitterrand “het hoogtepunt van het staatsevenement” in Berlijn. In eigen huis was men niet zo gecharmeerd van de in Berlijn en Moskou gebezigde woorden. Tot woensdag 17 mei, als Jacques Chirac officieel president wordt, is Mitterrand immers nog steeds de eerste man in het ülysée, de verpersoonlijking van de Franse staat. En spreekt hij namens Frankrijk.

Hubert Védrine, de secretaris-generaal van de 'présidence de la République', kon alleen maar zuchten na de woorden van zijn vertrekkende baas. “Het is niet anders. Tot op het laatste moment blijven ze de polemiek nastreven.” Mitterrands eigen woordvoerder, Jean Musitelli, haastte zich te zeggen dat de president 'natuurlijk niet doelde op de nazi's', toen hij het had over die moedige soldaten. Jacques Attali, jarenlang naaste medewerker en vertrouweling van de Franse president, was verontwaardigd. “De enige Duitse soldaten die ik respecteer, zijn degenen die gedeserteerd zijn,” zei hij.

Mitterrand ging opnieuw een stapje verder in het streven naar een van zijn hoofddoelen. De geschiedenisboekjes zullen over hem spreken als de man die na de oorlog de hand uitstak naar Duitsland. Zijn wandeling hand in hand met bondskanselier Helmut Kohl die een sterke Frans-Duitse alliantie moet verbeelden, de deelname van Duitse soldaten vorig jaar aan de Quatorze Juillet-parade in Parijs en nu zijn positieve woorden over soldaten uit Hitlers Wehrmacht moeten van hem de grote verzoener maken tussen Frankrijk en de vroegere erfvijand Duitsland. Hij, Mitterrand, die als ex-verzetsheld de oorlog in Duitse gevangenschap had meegemaakt, kon dat immers beter doen dan ieder ander.

Even opvallend was dat de vertrekkende president deze week met geen woord repte over zijn grote voorganger, generaal Charles de Gaulle, de eerste president van de Vijfde Republiek en de Franse held uit de Tweede Wereldoorlog, een man die eigenlijk niet onvermeld mag blijvens tijdens dergelijke herdenkingen. Maar eigenlijk is dit niet zo vreemd voor een man als Mitterrand. De Gaulle was altijd zijn anti-pode, de tegenpool die een drijfveer was voor zijn eigen politieke loopbaan. De Gaulle was voor Mitterrand reden om anti-gaullist te worden, in zee te gaan met het socialisme en zich via het leiderschap van die partij als zijn belangrijkste opposant op te werpen. Volgens sommigen heeft het te maken met de vernederende manier waarop De Gaulle Mitterrand behandelde tijdens de oorlog.

De Gaulle werd door Mitterrand in zijn schotschrift uit 1964, 'Le Coup d'ütat permanent', beschimpt als een machtswellusteling. “Wie is die De Gaulle? Duce, Führer, caudillo, conducator, gids,” schreef Mitterrand. Hij ridiculiseerde de stijl van deze eerste president van de Vijfde Republiek, bespotte zijn manier van leven in het ülysée als een vorst die ver boven alle partijen verheven staat. De Fransen aan de linkerzijde van het politieke spectrum begrepen de taal van Mitterrand en steunden hem in zijn oppositie.

“Mitterrand heeft veel aan De Gaulle te danken,” schreef Jean Daniel (tegenwoordig commentator van Nouvelle Observateur) in zijn boek 'Les réligions d'un président'. De Gaulle met zijn oprichting van de Vijfde Republiek en zijn manier van politiek bedrijven zorgde volgens Daniel voor een krachtenbundeling ter linker zijde, waarin François Mitterrand zich als een van de leiders kon ontpoppen.

Later, vanaf 1981 toen Mitterrand zelf na twee eerdere mislukte presidentsverkiezingen (1965 en 1974) aan de macht kwam, dreef hij niet meer de spot met het gedrag van de generaal. Al direct bij zijn komst in het presidentiële ülysée in Parijs nestelde Mitterrand zich in het illustere kantoor van Charles de Gaulle, iets wat zijn directe voorgangers Georges Pompidou en Valéry Giscard d'Estaing uit eerbied voor 'le géneral' nooit hadden gedurfd. Mitterrand ging zich zelfs steeds meer gedragen als een De Gaulle, wentelde zich met genoegen in de presidentiële verworvenheden, omhelsde het stelsel van de Vijfde Republiek, dat hij ooit zo verfoeide. Hij werd een 'gaulliste de gauche', een gaullist van links, koos ondanks zijn aanvankelijke beweringen dat veertien jaar veel te lang was voor één president zelf voor een tweede septenaat. Hij bleef langer op die behaaglijke stoel in het ülysée zitten dan hij in 1981 beloofd had.

Voor veel Fransen werd de socialist Mitterrand een monarch, een man die zich boven alle partijen verheven voelt. Hij kreeg de bijnaam 'Dieu', voor zijn bovenmenselijk gedrag. Dit naast de eerbied en zelfs gevoelens van zwakte die er altijd voor 'ton-ton', oompje Mitterrand, hebben bestaan. De ergernis over zijn optreden werd steeds groter. Niet alleen in de gaullistische en andere rechtse partijen, maar ook in de eigen Parti Socialiste, waar Mitterrand al met enige spot 'Bourguiba' werd genoemd, naar de Tunesische president die van geen wijken wist.

Voor Mitterrand telde maar één ding: hij wilde De Gaulle evenaren, de geschiedenis ingaan als iemand die op z'n minst op gelijke voet zou staan met de illustere generaal. Daar heeft Mitterrand de laatste veertien jaar alles aan gedaan, een bekend staatsman moest en zou hij worden. Het moet gezegd, alle eigenschappen waren bij hem aanwezig. Een groot redenaarstalent, een gedegen kennis van de geschiedenis, een scherp gevoel voor het bedrijven van politiek, een zeker charisma, een gevoel voor dramatiek, een internationale allure. Hij wist daar alom bewondering mee af te dwingen.

Maar Mitterrand was ook een president die dweepte met de 'grandeur' van zijn functie, hij hield de verheven tradities van het ülysée bewust in stand, nam ver afstand van de gewone proletariërs die hem destijds in het zadel hadden geholpen. Telkens als hij op bezoek in het buitenland ging, liet hij zich uitwuiven door een regeringsdelegatie onder leiding van de premier. De erewacht van de republikeinse garde (Garde Républicaine) móest klaar staan. Bij terugkeer verwachtte Mitterrand dat de delegatie en de garde opnieuw in het gelid zouden staan op het vliegveld Roissy. Partijgenoot Pierre Mauroy ergerde zich er vreselijk aan en wilde destijds als premier (1981 tot 1984) een einde maken aan deze poppekast. Maar Mitterrand weigerde aan het gerieflijke protocol te tornen.

Mitterrand werkte bewust aan zijn eigen grootsheid, hield er een 'hofhouding' van bekende persoonlijkheden en hoogstaande intellectuelen op na, mensen die zich op zijn niveau met hem konden verstaan. Vrienden die bij hem op zijn landgoed Latche op de dis mochten komen, met hem wandelingen mochten maken, maar ook vrienden die hij als een baksteen liet vallen, zodra ze niet meer in de smaak vielen. Van een warme persoonlijkheid kon 'monsieur, le président' plotseling veranderen in een arrogant ijzig type dat je geen blik meer waardig keurde.

Op internationale reizen eiste hij dat hij als een der groten der aarde werd behandeld. Zo kon Mitterrand het bij de top van de zeven rijke landen (G-7) in Tokio (1986) niet verdragen dat de in zijn ogen verachtelijke Amerikaanse president Ronald Reagan een belangrijker rol speelde dan hijzelf. Reagan zou volgens het protocol als laatste aankomen op de bijeenkomst. Mitterrand gaf zijn chauffeur opdracht te stoppen en te wachten tot Reagans limousine voorbijgereden was. Na een wenk van Mitterrand mocht de chauffeur de auto opnieuw in beweging zetten. De Franse president kwam tot ergernis van Reagan als laatste aan. De Amerikaanse president zorgde er bewust voor dat hem dit op de volgende top in Venetië niet meer zou overkomen.

Mitterrand ziet graag dat er na zijn dood nog lang over hem gesproken worden, hoe meer hoe beter. Al direct toen hij president werd in 1981 besloot hij als een Egyptische farao zijn stempel op de Franse hoofdstad te drukken. Opvallende bouwwerken, de een geslaagder dan de ander, zijn verrezen. Het Grand Louvre met zijn glazen piramide, l'Arche de la Défense (de gigantische boog in het verlengde van de Champs-ülysées, die de Arc de Triomphe in de schaduw stelt), het Institut du monde Arabe, la Villette, de Opéra Bastille, het ministerie van financiën in Bercy en de schuin daartegenover gelegen nog niet voltooide Bibliothèque Nationale de France. Het operagebouw en het ministerie - “net een tol van de autoroute” - zijn in de ogen van Mitterrand mislukt, de Arche de la Défense en de piramide zijn volgens hem gebouwen waarin de simpele vormen en de harmonie die hem zo boeien zijn terug te vinden.

Maar Mitterrand heeft ook andere gezichten. Hij haalt soms zijn eigen 'grandeur' onderuit en is dan even die 'ton-ton', waar de Fransen van houden. Bijvoorbeeld als hij aan Jacques Séguéla, een bekende reclameman, vertelt dat hij bijna de sleutel van Frankrijks atoommacht was kwijtgeraakt. “Bij de machtsoverdracht, overhandigde Giscard mij de atoomcode, die was gegrift op een plaatje aan een gouden halsketting. Ik vond dat sieraad zo belachelijk dat ik het niet om mijn nek durfde te hangen. Ik heb het stilletjes in mijn zak laten verdwijnen. De volgende dag trok ik een ander pak aan en vergat het voorwerp. Laat in de avond werd ik me bewust van de blunder.” Het pak was nog niet naar de stomerij gebracht door de presidentiële schoonmaakster en Mitterrand hing de code vanaf dat moment wel om zijn nek.

Een veel geciteerde uitspraak van Mitterrand is: “Men moet de tijd de tijd geven.” Het zal die tijd zijn die gaat uitmaken of hij werkelijk die grote politicus was, waarvoor hij zo graag uitgemaakt wil worden. Hij had momenten waarop hij bewondering afdwong, zoals toen hij in juni 1992 plotseling naar het belegerde Serajevo ging. “Ik neem mijn pet voor hem af,” zei de Britse minister van buitenlandse zaken Douglas Hurd. In oktober 1983 deed hij iets soortgelijks, ging plotseling naar Beiroet, nadat daar 241 Amerikaanse mariniers en 58 Franse paratroopers om het leven waren gekomen.

Maar hij maakte ook vele fouten. Zo was de benoeming in 1991 van üdith Cresson tot opvolger van premier Michel Rocard geen groot succes. Cresson, die tot de intimi van de president behoorde, had ooit “het merendeel van de (anglo-saksische) mannen homoseksuelen” genoemd. Eenmaal premier verdedigde zij deze uitspraak die zij in 1983 had gemaakt. En ook werkten volgens de Franse premier Japanners als “mieren”... Cresson: “Wij willen leven als menselijke wezens.” De hilariteit en spot was groot in Frankrijk; Mitterrand bleef haar echter tot het uiterste verdedigen, maar zag zich gedwongen haar in maart 1992 te ontslaan en te vervangen door Pierre Bérégovoy.

Mitterrand beging ook een blunder tijdens de staatsgreep in augustus 1991 tegen Michail Gorbatsjov door direct de coupplegers te begroeten als 'de nieuwe regeerders'. Twee dagen erna verbeterde Mitterrand zich: “Het was een onrealistische staatsgreep en dat had ik al direct gedacht.” De commentaren waren honend. Boris Jeltsin, die de coup had verijdeld, was woedend en weigerde de Franse minister van buitenlandse zaken, Roland Dumas, te ontvangen.

Mitterrand was verwikkeld in verschillende affaires. Een van zijn beste vrienden was de zakenman Roger-Patrice Pelat, voor wie de deuren van het ülysée altijd wijd openstonden. Ze kenden elkaar nog uit het verzet. Pelat hielp Mitterrand financieel in zijn verkiezingscampagne als oppositieleider en spekte bijvoorbeeld zoonlief Gilbert Mitterrand toen die van 1981 tot 1989 burgemeester van Libourne (Gironde) was. Pelat gaf geld aan Mitterrands buitenechtelijke vriendin Anne Pingeon (moeder van Mazarine) en verleende een renteloze lening van één miljoen francs aan Mitterrands goede vriend premier Pierre Bérégovoy voor de aankoop van een flat. Bérégovoy, al teleurgesteld door de verkiezingsnederlaag van zijn Parti Socialiste en de komst van Balladur als premier, kon niet verdragen dat dit door de pers in de openbaarheid werd gebracht en pleegde twee jaar geleden, op de Dag van de Arbeid, zelfmoord.

En dan was er vorig jaar de verschijning van het boek Une jeunesse française van Pierre Péan, waarin voor het eerst uitvoerig werd ingegaan op het Vichy-verleden van Mitterrand: zijn dubbelleven als verzetsman die met trots de Francisque, de hoogste onderscheiding van het met de nazi's heulende Vichy-regime droeg, zijn flirt voor de oorlog met het rechts-extremisme en zijn vriendschap met René Bousquet. Tot in 1986 ontmoette Mitterrand deze ex-politiechef onder maarschalk Pétain, die verantwoordelijk was voor de massale deportatie van joden naar nazi-concentratiekampen. En dat terwijl algemeen bekend was welke rol deze Bousquet had gespeeld in de oorlog.

Mitterrand blijft Bousquet 'een man van uitzonderlijk kaliber' noemen. In zijn vorige maand verschenen boek, gesprekken met Nobelprijswinnaar Elie Wiesel, 'Mémoire à deux voix' heeft Mitterrand het over het 'gemeenschappelijke gevoel van eerbiedwaardigheid' dat tot ver in de jaren zeventig om René Bousquet bestond. Tegen Wiesel, die wijst op het duivelse karakter van deze man die kleine joodse kinderen zonder dat daar om gevraagd was aan de Duitsers uitleverde, zegt Mitterrand dat hij geen enkele spijt of wroeging heeft over de affaire Bousquet. De kritiek die hem ten deel valt noemt hij onwaardig. Mitterrand tegen Wiesel: “Ik ben in vrede met mijzelf.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden