'Mit der Oper wird es nichts in Wien

De componist die vlot marsjes schreef op teksten als 'Voruber is die Zeit, voll Unruh', Kampf und Streit leveren om erkend te worden als operacomponist. Het was Franz Schubert, geboren op 31 januari 1797. In vier donderdagse afleveringen leven we naar die verjaardag toe. Na 'Liebes Klavier' twee weken geleden, en een bijdrage over zijn Geheimnis, das Lied' vorige week, nu zijn lijdensweg door het muziektheater.

Dat aantal zou een eenzaam record blijven in het verloop van Schuberts carrière in het theater. Hij hoopte op een herhaling met 'Rosamunde', want de schrijfster van dat toneelstuk had naam gemaakt met haar libretto voor 'Euryanthe' van Carl Maria von Weber. Helaas: het publiek was weliswaar enthousiast, maar de Weense critici kraakten de tekst, en na slechts één reprise verdween het stuk van het speelplan. De kritiek was echter lovend ten aanzien van de muziek. Die waardering zou van blijvende aard zijn. Zo kennen we Schubert: van de 'Rosamunde'.

Een opera was dat niet; 'Die Zauberharfe' evenmin. Dat was een zogeheten melodrama, een vorm van toneeltheater waarin gesproken scènes werden begeleid door instrumentale muziek. Het was een soort muziektheater dat zich in de tweede helft van de achttiende eeuw ontwikkelde. Daarnaast kwam het zogeheten Singspiel in de mode. Daarin werden de dialogen niet gezongen maar gesproken, in afwisseling met aria's, duetten, grotere ensembles en koorpartijen.

Singspiele vonden algemener ingang; dank zij de kwaliteiten van de componisten als Mozart ('Die Entführung aus dem Serail', 'Die Zauberflöte'), Beethoven ('Fidelio'), Von Weber ('Euryanthe', 'Der Freischütz), Wagner ('Der fliegende Hollünder'), bleven zij repertoire houden, en worden gewoon als 'opera' betiteld, net zoals 'Die Fledermaus' van Johann Strauss (eigenlijk operette, de negentiende eeuwse Duitse voortzetting van het Singspiel) en 'Carmen' van Bizet ('opera comique'). Het Singspiel was het medium voor muziektheater in de landstaal, terwijl opera (met ook gezongen dialogen) een hecht verbond vormde met het Italiaans.

Al deze vormen, melodrama, Singspiel, en opera waren te horen en zien in de vier muziektheaters die Wenen telde in de tijd dat Schubert zich muzikaal ontplooide, rond 1810. De toen 14-jarige zag de hits van toen: vederlichte Singspiele. Eind 1811 zette hij zelf de stappen op de weg naar het muziektheater. Hij begon aan een Singspiel in drie bedrijven, getiteld 'Der Spiegelritter'. De begaafde jongen merkte dat het toch iets boven zijn macht lag; hij stopte na voltooiing van ouverture en eerste bedrijf.

Het is bijna symbolisch dat ook zijn allerlaatste bijdrage aan het muziektheater, de romantische opera 'Der Graf von Gleichen, uit 1827-1828 in de goede bedoelingen van schetsen bleef steken. Tussen deze twee momenten loopt een soort van lijdensweg, van problemen met tekstschrijvers, met de kwaliteit van de libretti, met de argwanende censuur in het aartsconservatieve Oostenrijk, met theaterdirecteuren die hem lieten barsten omdat de smaak van het Weense publiek vooral gericht was op Italiaanse opera. Rossini was dè favoriet in het Wenen van Schuberts tijd.

Schubert richtte zich naar elke mode om toch vooral in de opera zijn slag te kunnen slaan. Sprookjesachtige verhalen waren in, het liefst doorspekt met spectaculaire theatertoverijen. Als zetting voor een verhaal waren de middeleeuwen erg in trek. Al die elementen vindt men terug in zijn zestien voltooide en onvoltooide stukken. Ook in muzikale zin richtte Schubert zich naar de mode: Italië. Niet voor niets schreef hij twee ouvertures 'in Italiaanse stijl'.

Hans Fröhlich in zijn vermaarde Schubert-biografie uit 1978 merkte er onder meer over op: “Om als theatercomponist in Wenen te slagen, zag hij geen mogelijkheid om langs Rossini heen te komen, die hij heimelijk altijd heeft bewonderd.”

Fröhlich vermoedt dat het overigens nooit in Schuberts hoofd zal zijn opgekomen om Rossini te verslaan. “Hoogstens kon hij proberen hem op het punt van melodische invallen te overtreffen. Dat hij in zijn stijl kon componeren, had hij al in 1817 met de twee Italiaanse ouvertures in C en D bewezen, waarmee hij Rossini eigenlijk niet zozeer wilde kopiëren als wel parodiëren. Dit parodistische element ontbreekt in de opera 'Alfonso und Estrella' volkomen. Dat is werkelijk grote Italiaanse opera, met grote aria's, duetten, koren en indrukwekkende finali.”

Met 'Alfonso und Estrella', op tekst van Franz von Schober, een van zijn naaste vrienden, leverde Schubert zijn eerste grote opera compleet af. We schrijven dan 27 februari 1822, precies 170 jaar geleden. Inhoudelijk voldeed het helemaal aan de smaak: een liefdesverhaal in de romantisch geschilderde middeleeuwen (het jaar 790), gesitueerd in het Spaanse Léon. Opvallend is dat het om een zogeheten doorgecomponeerd werk gaat; de handeling wordt niet onderbroken door aria's, maar lyrische momenten worden verhevigd en stromen door. Dat was toen nog een nieuwigheid. Met dit werk moest Schubert Wenen veroveren, temeer daar in 1821 de 'Freischütz' van Weber zo'n succes was geworden.

Het keizerlijk hof gooide roet in het eten. De beide keizerlijke theaters, de èchte operahuizen, werden verpacht aan een Italiaan, een beroemd man die zich van koffiehuis-kellner en casino-eigenaar had opgewerkt tot de rijkste en invloedrijkste opera-ondernemer van Italië (hij beheerde zowel het San Carlo-theater in Napels als de Scala in Milaan) bij wie onder andere Rossini onder contract stond. Aan Von Weber bood hij een nieuw contract aan, maar Schuberts 'Alfonso und Estrella' wees hij af.

“Hier in Wenen heb ik geen geluk met mijn opera. Ik heb hem maar teruggevraagd van het theater en binnenkort stuur ik hem naar Weber in Dresden, van wie ik een veelbelovende brief heb ontvangen.' Ook die weg werd echter afgesloten, aangezien Schubert in een ontmoeting met Von Weber zich kritisch uitliet over diens 'Euryanthe'.

Geen toegang tot de keizerlijke theaters? Dan maar op de vrije markt, dingen naar de gunst van het publiek. Daarom ging Schubert in op een uitdaging van de directeur van het Theater am Kürtnertor, Ignaz von Castelli. Deze had een boterzacht libretto gemaakt op basis van een toneelstuk van de klassieke Griek Aristophanes. Aangezien de titel 'Die Verschworenen' (adellijke vrouwen zweren ten tijde van de kruistochten een eed dat zij hun mannen niet meer zullen kussen als zij niet ophouden met hun vechtjasserij) zelfs al 'opstandig' klonk volgens de censuur, werd dit Singspiel bijgeschreven als 'Die hüusliche Krieg'. Schubert wachtte een jaar op een reactie, en kwam uiteindelijk tot de ontdekking dat zijn inzending niet eens was opengemaakt!.

Ook de grote heroisch-romantische opera 'Fierrabras' (spelend aan het hof van Karel de Grote) uit hetzelfde jaar 1823, werd afgewezen. Schubert in een brief: “Het libretto is voor onbruikbaar verklaard en mijn muziek heeft derhalve geen gewicht in de schaal gelegd. Op die manier lijkt het er op dat ik weer twee opera's voor niets gecomponeerd heb.”

Al deze verwikkelingen lijken op Schubert als opera-componist een taboe te hebben gelegd. Sporadisch kwam het, pas ver in de negentiende eeuw, tot opvoeringen, vaak in gecoupeerde of bewerkte vorm. Was Schubert dan het miskende opera-genie? Franz Liszt, die in 1854 'Alfonso und Estrella' voor het eerst uitvoerde, merkte op: 'De rijke, machtige melodieën van Schubert verliezen hun werking als ze in een te breed bed worden gelegd.'

Door de voorzichtige revival die gaande is rond Schuberts operawerk (de opera van Zürich heeft bijvoorbeeld onder leiding van Harnoncourt zowel 'Alfonso und Estrella' als 'Des Teufels Lustschloss' op het repertoire genomen), verschijnen er cd's, zoals van 'Fierrabras' (o.l.v. Claudio Abbado op Deutsche Grammophon) en van 'Die Verschworenen' (opname met tijdeigen instrumenten o.l.v. Christoph Spering op Opuis 111, zojuist uitgebracht). Dat de teksten slap zijn of de plot flinterdun ('Die Verschworenen') zou je voor lief nemen, als de muziek werkelijk conflict, spanning teweeg bracht.

Maar de eenvormigheid van het ritme (heel veel marsachtige bewegingen) en de langgerekte vloeiing van melodieën in liedvormen, maakt dat je in de beluistering wegglijdt. Je herkent veel vanuit de pakkende gecomprimeerde vormen waar Schubert beroemd mee werd: zijn liederen. In dezelfde tijd van bovengenoemde opera's schreef hij ook 'Die schöne Müllerin'. Zelfs in slechts een simpel paginaatje voor het lied 'Der Tod und das Müdchen' komt de ware theaterman naar voren: de schepper van imaginair theater, spannend, contrastrijk, los van de opera-conventies, publieksgrillen en muzikale stijlen die Schubert in zijn werk voor het theater zijn leven lang hebben gefnuikt.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden