Misverstand

Zoek uit waarvoor je bang bent, en ga daar volgend jaar op vakantie, zei iemand tegen Maartje Wortel. Het werd Curaçao. Waarom?

Een paar jaar geleden moest ik samen met de Amerikaanse auteur Chuck Palahniuk optreden op het Lowlandsfestival in Biddinghuizen. Ik vroeg hem een van zijn boeken voor mij te signeren. De opdracht die hij voorin schreef was: 'Find out what scares you and go there on holiday next year' - Zoek uit waarvoor je bang bent, en ga daar volgend jaar op vakantie.

Ik dacht bij het lezen van de opdracht aan mijn moeder. Niet dat ik bang voor haar ben, in tegendeel, maar zij zegt vaak dat ik niet weg moet lopen voor mijn angsten. "Je moet oog in oog durven staan met de dingen die je voelt", zegt ze dan. "Treed wat je voelt tegemoet alsof het een vriend is. Je moet je grenzen bewaken, maar niet te streng, want dan kom je nooit ergens. Kijk niet alleen over je eigen grenzen heen, ook over die van een ander."

Ik heb haar dikwijls gevraagd wat zij met deze woorden voor ogen had. Hoe je dat doet, in gesprek gaan met je gevoelens, hoe je überhaupt kunt weten of wat je voelt oprecht is. Maar de opvoeding houdt ergens op, want mijn moeder zei: dat moet je zelf uitzoeken.

En dus besloot ik om het mezelf zo makkelijk mogelijk te maken en de woorden van Chuck Palahniuk letterlijk te nemen. Ik moest op vakantie naar een plek waar ik niet naartoe wilde. Iets doen waar ik bang voor was.

Omdat een mens (en zeker een westers mens) vooral denkt aan de dingen die hij wél wil, aan al dan niet te verwezenlijken dromen, bleek het moeilijk om iets te bedenken wat ik absoluut niet wilde. Ik kwam in eerste instantie niet verder dan: doodgaan. En ik denk niet dat Chuck dat bedoelde met zijn opdracht. Angst is iets voor de levenden, eenmaal dood kun je weinig meer onderzoeken.

Om inspiratie op te doen, deed ik rondvraag op een feestje. "Wat wil je niet?", vroeg ik aan een aantal feestgangers. De meeste mensen begrepen mijn vraag niet. Een dronken man van middelbare leeftijd vroeg, terwijl hij met zijn vinger in mijn buik porde: "Ben jij dronken of zo?" Een vrouw met zwarte krullen zei onmiddellijk: "Ik wil nooit meer regen op mijn hoofd voelen." Een ander zei: "Ik wil geen kind baren."

Ik durfde de vrouwen niet aan te moedigen om juíst door de regen te wandelen of een kind te baren. Ik dacht: dat zijn mijn zaken niet. Toen ik thuiskwam voelde het als een gemiste kans.

Ook moest het eens tot me doordringen dat het niet om een ander ging, ik moest stoppen alles buiten mezelf te plaatsen. Dat is te makkelijk, en aan de makkelijke weg heeft nog nooit iemand iets gehad. Als ik buiten mijn eigen grenzen wilde treden, moest ik wellicht beginnen met iets concreets zoals Chuck voorstelde. Ik zei tegen mezelf: Je krijgt drie seconden, dan noem je hardop een plek waar je nooit uit jezelf voor de lol naartoe zou gaan. Daar ga je, minimaal twee weken, naartoe.

Curaçao, klonk het zacht uit mijn mond. En, als om het te bevestigen, nogmaals: Curaçao.

Wellicht denkt u: er is oorlog in de wereld, honger, ongelijkheid, en zij wil niet naar Curaçao? Een eiland in de Caribische zee, waar de zon altijd schijnt en je op elke straathoek cocktails kunt drinken, en gebarbecued vlees en verse vis kunt eten.

Of, zoals een van de vakantiesites over dit oord schrijft: "Het is zeker niet zo dat u alleen Nederlanders en een handjevol Belgen tegen zult komen tijdens uw vakantie, Curaçao is steeds meer een internationale trekpleister aan het worden voor iedereen die van een heerlijke tropische vakantie wil genieten."

Maar, zo moet u weten, mijn schoonouders wonen op Curaçao. Mijn vriendin is een geboren en getogen Antilliaanse. Een jaar geleden zouden we samen haar ouders bezoeken. Zij was al acht jaar niet op Curaçao geweest en wilde mij graag laten zien waar ze is opgegroeid, hoe haar moeder in de keuken rommelt, hoe haar vader aan zijn auto's sleutelt in de tuin, hoe helder en zout de zee is, hoe ruig het land waar Tip Marugg zijn boeken heeft geschreven, en waar je flamingo's in het wild kunt bewonderen.

Omgekeerd wilde ze haar ouders kennis laten maken met mij omdat we al een paar jaar een relatie hebben. We waren echter, om tal van vage redenen, niet welkom in haar ouderlijk huis. Er volgde een aantal emotionele telefoongesprekken. De ouders van mijn vriendin hebben nooit letterlijk gezegd dat we niet welkom waren vanwege het feit dat we homoseksueel zijn, maar ze zeiden wel dingen als: "Hier op de Antillen is alles anders." En: "In de Bijbel staat ook dat het niet goed is." Voor mijn gevoel was met onze liefde de grens van hun tolerantie bereikt. En nu hoorde ik mezelf 'Curaçao' zeggen.

Je kunt alleen begrijpen waar de grens ligt als je eroverheen gaat. Wellicht kom je erachter dat je de grens zelf verzonnen hebt, dat je jezelf beperkingen oplegt uit angst voor de ander. Misschien is de betekenis van een grens per definitie angst voor een ander.

Je hoeft niet bang te zijn, zei ik tegen mijn vriendin. "Als alle mensen die zijn tegengewerkt bang zouden zijn geweest, was er niet zoveel bereikt."

"Jij hebt makkelijk praten", zei ze.

"Dat klopt", zei ik. "Maar als je wacht tot er iets verandert, verandert er niets."

We boekten een ticket, lichtten de ouders in en landden op een zondagmiddag in mei op Hato Airport, Curaçao. De plek van bestemming.

En, vroeg ik aan mijn vriendin, voel je al wat?

"Zenuwen", zei ze. "En jij?"

"Ongemak", zei ik. En ik wist dat dat precies de bedoeling was.

Buiten was de hitte drukkend. Mijn vriendins moeder stond ons op te wachten, haar vader was nog bezig de auto te parkeren. Na de eerste begroeting stapten we in de wagen en reden over het eiland. Er werd niet veel gezegd, maar ze waren ons in elk geval komen halen. Ik dacht: Alles is veel voor wie niet veel verwacht.*

Een paar dagen later, tijdens een lunch, zei mijn vriendins moeder: "We zijn van gedachten veranderd. Het kostte wat tijd, maar we zijn blij dat jullie hier zijn. Mij maakt het niets uit wat de mensen zeggen. Ik heb nergens problemen mee. Je bent en blijft mijn kind."

Het was een paar seconden stil. Toen zei ze: "Het was geloof ik een misverstand."

Verder heeft niemand van ons iets gezegd over de enorme verschillen in leef- en denkwijze of over de pijn die het weigeren heeft veroorzaakt. Dat was immers al meermaals en zonder resultaat besproken. Dus hielden we het op een misverstand. En zo was het goed.

Misschien moeten we vaker iets doen waar we bang voor zijn, al lijkt het iets kleins en onbenulligs, zoals het maken van een reisje.

(* J.C. Bloem. De Dapperstraat.)

Maartje Wortel
Schrijfster Maartje Wortel (1982) woont en werkt in Amsterdam. In 2007 won ze de landelijke schrijfwedstrijd voor jongeren Write Now! Sinds ze door de jury werd bejubeld als 'veelbelovend', publiceerde ze verhalen in literaire tijdschriften als De Gids, De Brakke Hond en Passionate. In 2009 verscheen de verhalenbundel 'Dit is jouw huis'. Twee jaar geleden volgde de roman 'Half mens'.

Deze maand schrijft Wortel een column voor Trouw. Verder publiceert ze in tijdschrift Eigen Huis & Interieur en op de website van NRC. Om de week leest zij een verhaal voor bij 'De Avonden' op Radio 6.

Wortel leverde ook een bijdrage aan het boek 'Om te janken zo mooi' van de onlangs overleden zanger/ tekstschrijver Maarten van Roozendaal.

Schrijvers Gerwin van der Werf, Manon Uphoff, Jan van Mersbergen, Ernest van der Kwast, Maartje Wortel, Ingmar Heytze en Marjolijn van Heemstra maken deze zomer een reisverhaal onder het motto 'Grensgevallen'. Vandaag aflevering 5

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden