Misverstanden rondom mis, schoonheid en erotiek

Naar aanleiding van mijn 'Romeinse brief' aan Gerard Reve op 15 december hebben twee ambtsbroeders op de Kerkpagina hun opvatting van de eucharistie vergeleken met de mijne: Fred Keesen op 19 december en Herman Hegger op 22 december. Wat ons bindt in dezen is nagenoeg alles. Wat ons scheidt betreft eerder klemtoon van beleving dan verschil van inzicht. Leerstellig onderscheid tussen Heilige Mis en Heilig Avondmaal laat ik rusten. Daarover heb ik geschreven in deze krant van 13 juni.

door Antoine Bodar

Dat Thomas van Aquino voor de theologie de filosofie van Aristoteles tot verduidelijking en systematisering aanwendt, lijkt mij niet echt van belang - wetenschap is ordening en inzake geloof is zij vóór alles dienstbaar aan wat zij poogt te verduidelijken. Van meer belang is mij Heggers geloof 'in de wezenlijke tegenwoordigheid van Christus bij het Avondmaal'. “Dat brood is hijzelf,” zegt Hegger, “Hijzelf met al zijn liefde.” In die belijdenis raakt de protestant de katholiek dicht en omgekeerd.

Keesen ervaart het als belemmering dat “de liefde tot de Eeuwige geconcentreerd wordt vooral in hiërarchisch vastgestelde sacramentele handelingen”, die zijns inziens te weinig voeling houden met het aardse bestaan van de mensen. Ik onderken het door Keesen aangevoerde als probleem en ben mij tevens bewust van wetenschappelijke schrifturen hieromtrent van Karl Rahner en (de vroege) Schillebeeckx.

Naar inzicht ben ik vermoedelijk meer verwant met Keesen, naar beleving meer met Hegger. Beiden belichtten het eigen beeld alsook hun beeld van mij. Keesen, de priester van duurzaam handelen in industriepastoraat. Hegger, de priester die de Kerk van Rome verliet voor de Kerk van de Reformatie.

Ik word de viering van eucharistie gewaar als hoogtepunt en bron van elke dag. Niet alleen hoogtepunt dus, maar ook bron. Eucharistieviering kan niet zonder liefdesgemeenschap met mensen alle uren van de dag en de nacht. Het hoogtepunt is meteen ijkpunt van verantwoordelijkheid in samen-leven, bron van bejegening en arbeid. Ieder doet naar eigen vermogen, gaven, scholing, temperament en omstandigheid. Zo immers wordt de gemeenschap van Christus opgebouwd.

Dat ik telkens de nadruk leg op het vieren van eucharistie als oorsprong en hoogtepunt en bron van kerkelijke leven heeft geenszins alleen van doen met eigen behoefte of voorkeur of kunde, maar veeleer met de overtuiging dat de eucharistie zou moeten terugkeren in het middelpunt van elke christen. Niet anderen uitsluitend, maar elkeen insluitend. Niet als vlucht uit leven van alledag, maar als bevruchting van leven van alledag. Viering van eucharistie beduidt niet alleen de dienst van de Tafel maar ook de dienst van het Woord. Beide diensten dragen als zuilen het mysterium fidei, altijd blijvend geheim van het geloof.

In die eredienst verdwijnt de leider van de viering als persoon opdat de aanwezigen Christus bereiken en Christus de aanwezigen. De bedienaar valt weg, opdat Hij spreekt. Het middel verdwijnt, opdat het doel zichtbaar wordt. Hegger ervaart dit zoals ik, Keesen blijkbaar niet.

Tenslotte wil ik twee misverstanden wegnemen die beide wel te maken hebben met beeld maar niet met werkelijkheid. Hegger vraagt zich af of ik niet teveel vertrouw op de schoonheid als redster van de mensheid. “Ik wil niet verliefd worden op Zijn schoonheid maar op Hemzelf,” schrijft Hegger. Het gaat hem minder om de 'prachtige ceremonie' dan om de 'innerlijke omgang met Hem'. Ik verbaas mij over deze misvatting bij zoveel begrip. Ten eerste is schoonheid voor mij altijd innerlijke schoonheid, ten tweede is schoonheid in onze dagen weliswaar een verwaarloosde eigenschap van God, maar zij bestaat nooit zonder goedheid en waarheid. Schoonheid zonder gerechtigheid is lelijkheid. Ten derde - mijn weerwoord aan Hegger - vindt de omgang met Christus alle uren van dag en nacht zijn hoogtepunt en bron in de dagelijkse eucharistie, overigens maar zelden de 'prachtige ceremonie' in de zin van pompa en uiterlijkheid. Ik geloof dus simpel in de genadegave van dit sacrament zoals ik ook in de andere sacramenten geloof.

Is bij Hegger het misverstand de schoonheid, bij Keesen is dat de erotiek. Reve's zinsnede - de raadselachtige wil tot kuisheid die alleen de mateloos zinnelijke mens eigen is - verbind ik met exclusiviteit, als de overgave aan één enkele. “Overstelp mij met de kussen van uw mond; want uw liefkozingen zijn zoeter dan wijn,” aldus de bruid tot de bruidegom. En de bruidegom tot de bruid: “Wat zijt ge schoon, mijn geliefde, wat zijt ge schoon; uw ogen zijn als duiven.” Deze verliefdheid betreft wel één enkele, maar in de liefde die bruid en bruidegom weldra gestalte geven blijkt hun vruchtbaarheid die de liefde vermenigvuldigt en alle anderen wil insluiten.

Wat opgaat voor de lijfelijke erotiek, kan opgaan voor de geestelijke erotiek. “Abba God liefhebben, Jezus liefhebben en niet meteen het vuur krijgen mensen radicaal lief te krijgen is ont-aarde liefde,” schrijft Keesen terecht. God beminnen beduidt mensen beminnen. Die liefde behoeft niet ont-aard te zijn. Daarvan getuigen figuren als Hildegard von Bingen en Catharina van Siena, Franciscus van Assisi en Johannes van het Kruis. Het is die liefdesweg die ik poogde te wijzen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden