Missionaris van een geloof 'aan God voorbij'

De laatste 25 jaar woonde de Amsterdamse oud-jezuïet, kerkmusicus, componist en publicist Bernard Huijbers met zijn vrouw in de Provence. Enkele weken geleden hoorde hij van zijn dokter de slechte prognose. Hij was er klaar voor, vertelde hij aan de telefoon. Met zijn kamergenoot had hij hele gesprekken. Hij dacht niet dat die man in een persoonlijke God geloofde, maar wilde dat nog uitvissen, voor hijzelf 's anderendaags naar huis ging voor de laatste levensfase. Missionaris tot het eind, met zijn 'aan God voorbij'-geloof in het Bestaan, het Al, het Geheel. Afgelopen zondag is hij gestorven.

Bernard Huijbers, een muzikaal zeer begaafde priester, een brok temperament, roerde begin jaren zestig in zijn kerk niet de trom in de voorhoede. Voor iemand als hij was het leven van priester, muziekleraar, koordirigent, docent aan de kerkmuziekschool uitgetekend.

Tot zijn jongere medebroeder Huub Oosterhuis hem wat zelfgemaakte versjes voor een vernieuwde, Nederlandse liturgie voorlegde: kon hij daar geen melodietje op maken? Het werd het begin van een heftige samenwerking die uitmondde in enkele honderden gezangen voor liturgisch gebruik. Huijbers kende zijn klassieken. In zijn composities zijn vele invloeden terug te vinden - natuurlijk van het gregoriaans, maar ook van troubadours, van Carl Orff, meer van Mozart dan van Bach, close harmony, chromatiek, veel canon, een knipoog naar de Beatles. Wat dit laatste betreft: alleen wie van toeten noch blazen of zingen wist, schaarde Huijbers onder de scheppers van de veelgehoonde 'beatmissen'. Hij putte uit vele bronnen der traditie maar voegde een onmiskenbaar eigen watermerk toe.

De liturgische scheppingsdrift van Oosterhuis-Huijbers voltrok zich al gauw buiten de kaders die de rk kerk aan de liturgische vernieuwing gaf. Toch bleef Huijbers volop 'katholiek' in sound. Het zijn dan ook maar kruimels van zijn muzikale tafel die in het protestantse Liedboek voor de Kerken zijn gevallen. Complexere liederen die het nodige vergen van een koor of cantorij passen niet in de calvinistische traditie. Buiten Oosterhuis' Ekklesia en Huijbers' thuisbasis de Dominicuskerk in Amsterdam was er overigens altijd maar een bescheiden aantal plaatsen waar men Huijbers met alles erop en eraan echt kon horen klinken. Legio waren de kerken waar ze hem met de beste bedoelingen danig verminkten. Internationaal kreeg Huijbers erkenning. Veel vertaalde Oosterhuis-teksten namen zijn melodie mee, vooral naar Engeland, Amerika en Duitsland. Ook stond Huijbers in 1966 samen met zijn Franse vak- en ordebroeder Joseph Glineau aan de wieg van Universa Laus, internationale studiegroep voor liturgische muziek.

Eind jaren zeventig verbrak Huijbers de samenwerking met Oosterhuis. Deze produceerde nog liturgische teksten bij de vleet en hij had in Huijbers' leerlingen Antoine Oomen en Tom Löwenthal al voorzien in opvolgers. Huijbers meende dat Oosterhuis en diens vernieuwing in liturgie en theologie bleven steken waar hijzelf verder wilde, niet alleen voorbij Rome, maar ook voorbij christendom, Bijbel, God.

Huijbers zei het eens markant om niet te zeggen op het randje zo: als de Joden niet zo aan hun God, hun JHWH hadden vastgehouden dan was er geen Dachau geweest. ,,Ze hebben het zich zelf op de nek gehaald.'' Hij wilde overigens zo Hitler niet verontschuldigen.

De laatste twintig jaar van zijn leven heeft Huijbers vanuit Frankrijk de mensheid willen bevrijden van 'God'. Hem stond voor ogen een religie, een liturgie, een gemeente voor ieder die ,,door het theïsme was heengezakt'', voor mensen die het zonder God stelden, die geen 'Persoon', geen 'Gij' meer wilden aanspreken, God voorbij waren, beyond God, het 'beyondisme', een gemeente van mensen die zich toevertrouwen aan het bestaan, meer geïnteresseerd in quantumfysica dan in metafysica. Afstand doen van je 'God' was voor Huijbers niet alleen een kwestie van rationele eerlijkheid, het paste ook in het 'wegdoen van je bezit', kerngedachte in de christelijke ethiek.

Voor zijn 75ste verjaardag in 1997 belegden vrienden en bewonderaars een zangmiddag in de Dominicuskerk. De ongeveer 500 mensen zongen zijn oude en nieuwe liederen, maar volgens afspraak waren liederen met 'God' of 'Gij' erin taboe. Voor het eerst kon Huijbers er horen wat hij zich in zijn Zuid-Franse dorp zo vaak had proberen voor te stellen: een gemeente die zijn teksten laat klinken:

Onbarmhartig heelal/ dat smijt met sterren en levens verslindt meer dan kernwapens,/ waarom moest jij mij zo nodig raken? Wat heb ik jou misdaan? Antwoord mij!

Tientallen composities heeft Huijbers in zijn 'beyond God' jaren gemaakt - op teksten van hemzelf, van zijn vrouw Annelou Koens, van Leo Vroman, Hein Stufkens, Herman Verbeek en anderen. Enkele hebben zich hier en daar een plaats verworven, meestal vooral daar waar dit nieuwe zingen over het bestaan moeiteloos in één adem gaat met het bezingen van de Eeuwige-met-een-hoofdletter.

Huijbers was gefascineerd door het feit dat alles van sterrenstof is gemaakt. De miljarden sterrenstelsels, het speldenknopje aarde en daarop de mensen. Het idee dat er een god zou zijn die alleen maar oog had voor dat knopje en die mensjes verklaarde hij meer en meer uit angst en zag hij als oorzaak van haat en oorlog.

In september vorig jaar, bij zijn 80ste verjaardag, kwam een cd uit met zijn laatste composities 'Heimwee naar de toekomst'. Feestplaats de Rode Hoed, die dienstdoet als de kerk van zijn oude compaan Oosterhuis; feestgangers waren grotendeels opnieuw de mensen die hem nog steeds bewonderen om zijn Zonnelied, zijn 'Gij die weet', 'U wil ik noemen' en 'Als God ons thuisbrengt'. Zij vormden om hem heen niet de beyondistische gemeente die hij zich misschien ooit heeft gedroomd. Zij waren niet de vruchten van zijn altijd toch wat drammerige bekeringsboeken als 'Aan Gij voorbij' en 'Met hart voor Gods nalatenschap'. Eerder mensen die geloven dat onder sterrenstoffigen als zij vriendschap, herkenning en samenzang belangrijker zijn en meer doen met de verbijstering over het bestaan dan de opwinding over wel of niet het woordje God of Gij gebruiken.

In kringen waar Oosterhuis en Huijbers voor arbeidden, mocht men graag een dode uitvaren met de tekst uit Romeinen 14: ,,...wij leven en sterven voor God onze Heer, aan Hem behoren wij toe.'' Huijbers paste de tekst aan bij zijn nieuwe inzicht: ,,Wij leven en sterven in 't hart van 't heelal, het thuis vanwaar en waartoe.'' Ook zo bleef hij met het eigen watermerk trouw aan de traditie.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden