Missiemodel van de Zuid-Koreanen is 19de-eeuws

Het vrijlaten van negentien Zuid-Koreanen betekent een slag voor de zendingsactiviteiten in Afghanistan.

Dat de Zuid-Koreaanse regering akkoord zou gaan met de belofte geen missie meer te laten bedrijven in het land waar Zuid-Koreaanse soldaten de taliban bevechten, was voor de presbyteriaanse hoogleraar Hae Moo Yoo begin vorige week nog ondenkbaar, zei hij in het Nederlands Dagblad. Maar toen de concessie aan de taliban officieel werd, schikte de professor zich in het lot en noemde hij het een ’waarschuwing van God’.

Het was zeker een waarschuwing van de taliban, die, toen ze vrijdag de laatste gijzelaars vrijlieten, hun een handgeschreven verklaring meegaven waarop stond dat de Koreanen ’waren gekomen om ons land van geloof te laten veranderen. Daarom hadden we hen gearresteerd’. De regeringsbeslissing was niet zo vreemd. Niet alleen stonden er negentien mensenlevens op het spel, maar er waren ook andere belangen mee gemoeid. Zo beklaagt het hoofd van een grote hulpverleningsorganisatie zich in The Christian Science Monitor: „Wanneer evangelisten naar Afghanistan trekken, hebben hun activiteiten een grote weerslag op ons en op wat we proberen te bereiken.” Ook de directeur van Artsen zonder Grenzen zegt dat evangelisten die, zoals de Zuid-Koreanen, plompverloren een land binnenlopen, ’een probleem voor ons vormen’. De bevolking ziet namelijk geen verschil tussen al die buitenlandse organisaties.

Het missiemodel van de Koreanen is 19de-eeuws: je loopt achter de troepen aan en slaat aan het evangeliseren. Vanuit het Westen is een ander model couranter geworden: samenwerking met de plaatselijke bevolking. Daarop wijst de reactie van de Presbyterian Church in de VS, de Amerikaanse pendant van de Protestantse Kerk in Nederland: de Koreanen hanteren een achterhaalde methode – maar zulke naïevelingen ’brengen ook nieuw leven in de brouwerij, moed en visie’. Amerikaanse kerken met een grotere voorliefde voor missionering, zoals de baptisten, spraken meteen hun afkeuring uit over het beleid van de Zuid-Koreaanse regering. De preses van de grootste kerk van de VS, ds. Frank Page, was natuurlijk blij met de vrijlating. Hij had ervoor gebeden, maar de gebedsverhoring pakte wel ’bedroevend’ uit, nu er geen missie meer mocht worden bedreven. „Het leven is kostbaar, maar het verkondigen van het eeuwige leven is vele malen meer waard. Wat de Zuid-Koreaanse regering nu doet, mag geen christen accepteren.” Maar veel christenen aanvaarden het wél, zoals de bestuurders van de Zuid-Koreaanse Raad van kerken, die de meeste protestantse denominaties vertegenwoordigt. Die heeft zich achter het regeringsverbod op missie in Afghanistan geschaard – er zat trouwens weinig anders op, want Koreanen mogen Afghanistan helemaal niet meer in. Het ideaal van sterven voor het geloof, het martelaarschap, klinkt soms door in reacties van evangelische groeperingen als die van Page, maar de Raad wil zich liever bezinnen op de ’effectiviteit en de veiligheid van vrijwilligers en evangelisten’. In Zuid-Korea zijn velen het erover eens dat de zendingsijver van de gijzelaars – die zeggen alleen maar praktische hulp te hebben willen bieden aan de Afghanen – onbezonnen was. De regering heeft aangekondigd de rekening voor gemaakte kosten en voor het repatriëren van de twee vermoorde Zuid-Koreanen aan hen te presenteren.

Zuid-Korea is op dit moment dé leverancier van evangelisten: in 173 landen zijn 16.600 brengers van de Goede Boodschap actief. Dat laatste getal is een verdubbeling ten opzichte van twee jaar geleden. De behoefte om het evangelie te verspreiden is gebaseerd op het ’zendingsgebod’, een uitspraak van Jezus: ’maak alle volkeren tot mijn discipelen’. Dat Zuid-Koreanen er zo fervent en groeiend gehoor aan geven, heeft volgens het behoudende Amerikaanse tijdschrift Christianity Today te maken met de toegenomen welvaart in Zuid-Korea; dat stelt gelovigen in staat om elders te gaan missioneren. Daarnaast zijn de kerken in een felle onderlinge competitie gewikkeld. Hoe groter het aantal evangelisten dat je weet te mobiliseren – en hoe meer bekeerlingen in verre landen – hoe duidelijker wordt dat jouw kerk er het vitale, ware geloof op nahoudt.

Deze zomer vaardigde de Saemmul Kerk in Seoel 23 vrijwilligers af naar Afghanistan. Op 19 juli werd hun bus overvallen in de provincie Ghazni. Twee mannen werden na ultimata door de taliban vermoord, twee vrouwen als geste van goede wil vrijgelaten. De 19 overgebleven gijzelaars zijn nu weer in Zuid-Korea. Uit Irak trokken de Koreanen zich in 2004 terug, na de onthoofding van een Koreaanse tolk.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden