'Missie Uruzgan gehinderd door Kamer'

Nederlandse en Afghaanse officials bij de opening van een politiepost in Uruzgan; juni 2009 . Foto © George Marlet Beeld
Nederlandse en Afghaanse officials bij de opening van een politiepost in Uruzgan; juni 2009 . Foto © George Marlet

Nederlandse militairen, diplomaten en ontwikkelingswerkers hadden in Uruzgan meer kunnen bereiken als de Tweede Kamer zich niet zo gedetailleerd met de missie zou hebben bemoeid.

Deze conclusie trekken onafhankelijke deskundigen en de hulporganisatie Cordaid op basis van eigen onderzoek naar de missie (2006-2010) in de Afghaanse provincie. De Tweede Kamer houdt vandaag een rondetafelgesprek met vertegenwoordigers van onder meer krijgsmacht, vakbonden, ministeries en non-gouvernementele organisaties (ngo). Aanleiding voor het gesprek is de eindevaluatie die de ministeries van defensie en buitenlandse zaken in september naar buiten hebben gebracht.

Volgens een commissie van onafhankelijke experts, Instituut Clingendael en Cordaid heeft het angstvallig mijden van contact met omstreden krijgsheren in de praktijk contraproductief gewerkt. De Tweede Kamer drong er voorafgaand aan de missie op aan dat de gouverneur van Uruzgan, Jan Mohammed Khan (JMK), zou worden vervangen omdat de vroegere war lord met de talibanbeweging had samengewerkt en bovendien te boek stond als bruut en meedogenloos. De commandant van de Highway Police, Matiullah Khan, werd om vergelijkbare redenen taboe verklaard.

"De Haagse werkelijkheid stond soms mijlenver van de situatie in Uruzgan", schrijven Clingendael en Cordaid in hun rapport. Hoe vervelend en politiek incorrect ook, figuren als JMK en Matiullah Khan waren in Uruzgan nu eenmaal belangrijke machtsfactoren. Door die te negeren, ondervonden Nederlandse militairen en diplomaten tegenwerking. De Verenigde Staten gaan daar een stuk pragmatischer mee om. Na het vertrek van de Nederlandse troepen in augustus 2010 werd het contact met Matiullah Khan direct hersteld. JMK is in juli van dit jaar vermoord.

Buitenlandse zaken en Defensie oordelen tamelijk positief over de resultaten van de missie in Uruzgan. De veiligheid in 'een van de gevaarlijkste provincies van Afghanistan' is verbeterd, leger en politie zijn beter getraind, de economische ontwikkeling van de bevolkingscentra Tarin Kot, Deh Rawod en Chora komt op gang en meer mensen hebben toegang tot gezondheidszorg en onderwijs. "De geboekte vooruitgang is niet onomkeerbaar", waarschuwen de ministeries wel. De vier jaren die Nederland in Uruzgan actief was, bleken niet voldoende om veiligheid, bestuur en ontwikkeling zo ver te brengen dat de Afghaanse bevolking er zelfstandig mee verder kon. Op dit moment zijn de VS en Australië nog in Uruzgan aanwezig.

Volgens de commissie van onafhankelijke experts is enige terughoudendheid over behaalde successen wel op zijn plaats. "Succes van de Nederlandse bijdrage in Uruzgan dat beklijft, is in hoge mate afhankelijk van het welslagen van de Isaf-missie als geheel", aldus de commissie, en over dat welslagen zijn "bijna tien jaar na de start van de missie nog geen definitieve uitspraken te doen".

De veelgeprezen 3D-benadering van Nederland (defensie, diplomatie en development, ontwikkeling) krijgt bijval van de onafhankelijke experts en van Clingendael en Cordaid. Naarmate het in Uruzgan veiliger werd, kreeg de missie een meer civiel karakter en kwamen grotere ontwikkelingsprojecten van de grond waarin ook de ngo's een rol konden spelen. De geïntegreerde aanpak heeft wel zijn grenzen, stellen Clingendael en Cordaid. Als ngo's nog nauwer met ministeries gaan samenwerken, worden ze onderdeel van het overheidsbeleid en verliezen daardoor hun onafhankelijkheid. "Dat is noch voor de ngo's noch voor de overheid wenselijk."

De Tweede Kamer bespreekt de eindevaluatie in februari. De uitkomsten van dat debat kunnen een rol spelen bij volgende militaire missies.

Aan de missie in Uruzgan gingen eind 2005, begin 2006 heftige discussies in de Tweede Kamer vooraf. De grote vraag was of het een vechtmissie dan wel een opbouwmissie zou worden.

Uiteindelijk stemde een meerderheid van CDA, VVD, PvdA en D66 met de missie in. In februari 2010 viel het kabinet Balkenende-IV over de vraag of Nederland langer dan augustus 2010 in Uruzgan zou blijven.

Aan de missie, de grootste sinds de dekolonisatie-oorlog in toenmalig Nederlands-Indië, hebben zo'n 20.000 militairen en enkele honderden diplomaten meegedaan. Bij vuurgevechten, bomaanslagen en ongelukken kwamen in totaal 25 Nederlandse militairen om het leven en raakten er bijna 150 lichamelijk gewond. Gemiddeld 2 procent van uitgezonden militairen houdt psychische klachten. De missie heeft bijna 2 miljard euro gekost.

Vanwege de bezuinigingen op Defensie zal Nederland de komende jaren niet meer op zo'n grote schaal militairen kunnen uitzenden. Bij de huidige politietrainingsmissie in de noordelijke provincie Kunduz zijn per rotatie zo'n vijfhonderd militairen betrokken.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden