Column

Misschien is Sneijders record des te knapper

null Beeld Maartje Geels
Beeld Maartje Geels

Op de cover van Voetbal International zegt Wesley Sneijder, onze nieuwe recordinternational, dat hij deel uitmaakt van de geschiedenis, en dat hem dat supertrots maakt. Zo zegt een straatschoffie uit Utrecht dat, en hij heeft er, zeker vanuit zijn perspectief, alle recht en reden toe.

Het blad noemt hem, in koeieletters, een icoon. Dat is veel eer, te veel.

Zegt deze recordinternational iets over zijn voetballand? Bij zijn voorganger, Edwin van der Sar, had ik dat gevoel wel. Na de spectaculaire eerste wedstrijden op het EK 2008 tegen Italië (3-0) en Frankrijk (4-1) kon je bij Van der Sar aanschuiven en die zei dan dat het, hoe mooi soms ook, zó goed nu ook weer niet was geweest.

In de eerste knock-outronde lagen we eruit, gestorven weer eens in bejubelde schoonheid. Van der Sars voornaamste kracht was zijn soberheid. Hij kon zijn land altijd, tot zijn 130ste interland, voorhouden dat schoonheid - of wat daarvoor werd gehouden - het belangrijkste niet was. Hij kon ons op het rechte pad houden, zo goed en zo kwaad als dat soms ging dan.

We raakten toch van het rechte pad af, we verdwaalden, en juist Sneijder werd daarin een symboolfiguur. Hier moet je voorzichtig in zijn. 131 interlands, dat is een majestueus aantal, en ik wil er niet zuur over doen dat het record uiteindelijk met nogal wat invalbeurtjes gekunsteld is bereikt - zoiets kan opgesloten zitten in het tegenwoordige voetbal met zijn oeverloze opeenvolging van wedstrijden.

Maar we kunnen voor een correcte geschiedschrijving niet voorbij aan de cesuur in de carrière van Sneijder: in het begin van dit decennium, toen hij het er na een succesvol jaar bij Internazionale even van nam en door de club werd verstoten. Hij trainde later privé, met een kickbokser of zo, maar de finesse van daarvoor kreeg hij nooit meer terug. Hij had een te grote achterstand opgelopen, logisch, in een tijdvak waarin voetballers als waanzinnigen trainen en zich minutieus voor die oeverloze opeenvolging van wedstrijden laten prepareren.

Daar kwam bij - en dat is naast het persoonlijke het bredere perspectief - dat Sneijder in de evolutie van het voetbal een eenzijdige voetballer was geworden. Op de keper beschouwd is hij evenals zijn al vervaagde maatje Rafael van der Vaart altijd een spelverdeler van de oude stempel geweest - en Sneijder dan een betere: tweebenig, verrassend wendbaar eigenlijk in zijn goede tijd, gezien zijn weinig atletische bouw. Maar het moderne voetbal was veelzijdigheid op het middenveld gaan vereisen: allrounders die kunnen passen, lopen en breken.

Hoe lang kon je in de achterliggende jaren waarin het almaar minder ging met het Nederlandse voetbal, toch nog horen dat we talenten als Sneijder en, ja zelfs, Van der Vaart nodig hadden en dat het dan weer goed zou komen? Je mag toch aannemen dat ze zo niet meer worden opgeleid, dat er in de jeugd al op atletische inhoud wordt bijgestuurd, want zó hebben we ze juist niet nodig.

Wesley Sneijder was een heel goede voetballer, en hij is een goeie gozer, het straatschoffie dat niet van afhaken wil weten. Wat mij, anders dan doelpunten of toernooien, misschien wel het meest zal bijblijven: meteen na de eerste verloren groepswedstrijd op het desastreuze EK 2012 tegen Denemarken had Robin van Persie buiten de kleedkamer met zijn vrouw staan bellen, blijk natuurlijk al van de verdeeldheid. “Zeker geen bereik in de kleedkamer”, zei Sneijder grijnzend.

Misschien is zijn record wel des te knapper, als voetballer uit een andere tijd, in een land dat dat zo lang nog niet doorhad.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden