'Misschien is opera wel sleets geworden'

Guus Mostart neemt na twaalf jaar afscheid als intendant van de Nationale Reisopera. Hij moet bij het bedrijf zo ongeveer het licht uitdoen: de subsidie is met 60 procent verminderd. 'Wat het zo zuur maakt, is dat ik geen enkele artistieke reden kan bedenken om de Reisopera af te breken.'

Vorige week zondag, na afloop van de première van Wagners 'Götterdämmerung', werd Guus Mostart benoemd tot Ridder in de Orde van Oranje-Nassau. Tegelijkertijd kreeg de intendant van de Nationale Reisopera de Enschede-penning, een onderscheiding die maar zelden wordt uitgereikt.

En toch, na de fantastisch verlopen voorstelling - de vaderlandse pers juichte een dag later in alle toonaarden - en de ereblijken na afloop, bleef Mostart met een dubbel gevoel achter. Hij neemt na ruim twaalf jaar afscheid van de Nationale Reisopera, maar moet al vertrekkend zo ongeveer het licht in het bedrijf uitdoen, omdat men in Den Haag besloot de rijkssubsidie met zestig procent te verminderen. Dat betekent dat alle eigen afdelingen van het bedrijf - waaronder het koor en de decor- en kostuumateliers - moeten worden afgestoten, en dat zo goed als alle werknemers moeten worden ontslagen.

"Als een donderslag bij heldere hemel kwam het telefoontje uit Den Haag", herinnert Mostart zich. "Ze hadden goed nieuws voor ons, zo hoorde ik als eerste, omdat we in de basisinfrastructuur konden blijven. Maar het slechte nieuws kwam er meteen achteraan: er bleef voor ons nog maar 3,5 miljoen euro beschikbaar. Ik realiseerde me meteen dat ik dan geen bedrijf meer zou hebben.

"Kijk, als je nou steeds slecht gepresteerd zou hebben, dan kun je het misschien makkelijker accepteren. Maar we zaten juist in de lijn omhoog, en werden ook internationaal opgemerkt. In mijn eerste drie jaar heb ik het tekort van vier miljoen gulden, dat onder de vorige leiding was ontstaan, volledig weggewerkt. Ik moest toen iedere maand op het departement langskomen om te vertellen hoe we ervoor stonden. Het is me gelukt, en daarna zijn er geen tekorten meer geweest; we hielden zelfs een beetje over. Maar even los van het geld, wat het zo zuur maakt is dat ik geen enkele artistieke reden kan bedenken om de Reisopera af te breken."

De overheid hechtte belang aan cultuur in de regio, maar voor opera gold dat uiteindelijk nadrukkelijk niet. Is Enschede de verkeerde plek geweest voor dit gezelschap?

"Enschede is natuurlijk excentrisch gelegen. Reisuren zijn werkuren, dus dat kost veel geld. Voor de Reisopera was een centralere plek in het land wellicht aantrekkelijker geweest. Maar, ik wil benadrukken dat we met de stad Enschede zelf nooit moeite hebben gehad. Ons probleem lag bij de verouderde schouwburg, we waren op zoek naar een ander theater. In die tijd hebben verschillende gemeenten in het midden van het land, met goede theaters, mij wel benaderd, maar in een andere stad hadden we niet zomaar 120 dagen per jaar over een theater kunnen beschikken. In Enschede hebben we een convenant gesloten voor twintig jaar met de mogelijkheid om het theater 120 dagen voor repetities dan wel voorstellingen om niet te gebruiken. Ik weet niet of het heel anders was gelopen als we in een andere stad hadden gezeten. En we hebben onze standplaats al in Enschede zolang we bestaan.

"De vier producties van Wagners 'Der Ring des Nibelungen' hebben we alleen voor Enschede gemaakt. Het was een gebaar naar de gemeente, die een mooi nieuw theater neerzette waarover we konden meepraten. Dankzij ons is die grote orkestbak er gekomen en is de akoestiek er fantastisch. Met grote producties zoals die van de 'Ring' kun je onmogelijk op reis. Na 'Götterdämmerung' hoorde ik een kamerlid van de VVD zeggen dat hij het raar vond dat we met deze geweldige Wagner-productie niet door het land toeren voor vijftig voorstellingen in verschillende steden. Zo'n man begrijpt dus niet hoe duur het is om met zo'n enscenering op reis te gaan, en dat zo'n productie nergens anders past, behalve in het Amsterdamse Muziektheater."

Na veertig jaar actief in de operawereld te zijn geweest, vindt Mostart het nu wel genoeg. Hij verwacht niet dat hij voor zijn lol nog veel opera's zal gaan bekijken, ook al heeft hij met veel plezier gewerkt in operahuizen van Amsterdam, Glyndebourne, Vancouver, Londen en Enschede.

"Weet je, ik rolde heel toevallig in het vak. Ik studeerde medicijnen in Amsterdam en werkte 's zomers om wat bij te verdienen in een kroeg op de Zeedijk. Toen hoorde ik dat je ook geld kon verdienen als figurant bij de Nederlandse Operastichting. In de zomer van 1972 meldde ik mij aan bij Jan Bouws en kreeg ik een baantje als figurant. Mijn eerste schreden in de opera deed ik als soldaat in 'Rigoletto' waar ik Jan Derksen moest arresteren. Het klinkt misschien heel gek, maar hoewel ik daarvóór geen enkele ervaring met opera had, voelde ik toen intuïtief aan dat hier mijn toekomst lag."

Over de toekomst van de opera als kunstvorm na deze veertig jaar moet Mostart even nadenken.

"Is het genre sleets geworden? Is de rek eruit? Die vragen spelen weleens door mijn hoofd. We hebben over publieke belangstelling hier niet te klagen gehad. Zelfs, of misschien wel juist, door projecten als de geënsceneerde 'Johannes-Passion' van Bach en 'Hôtel de Pékin' van Willem Jeths, de opera waarmee het nieuwe theater geopend werd. Ik denk dat je in ieder geval de opera niet moet dood-dramaturgen, om het maar eens zo te zeggen. Waarom moet alles zo nodeloos ingewikkeld worden gemaakt? In Duitsland zie ik wat dat betreft heel veel troosteloze voorstellingen, waar geen touw meer aan vast te knopen is.

"Misschien moeten we de uitspraak van Pierre Boulez uit de jaren zestig, toen volgens hem alle operahuizen in de fik moesten, weer serieus gaan nemen. Misschien is het een cyclisch iets en moeten we onszelf weer helemaal opnieuw uitvinden. Nee, ik doe daar zelf niet meer aan mee, ik vind het welletjes."

Mostart heeft vanaf 1982 in een rood boek dagelijks bijgehouden wat hij in de operawereld zoal meemaakte.

"Ik ben ermee begonnen toen ik in Bayreuth regisseur Peter Hall assisteerde bij zijn enscenering van 'Der Ring des Nibelungen'. Sir Georg Solti dirigeerde en diens assistent was toen Ed Spanjaard. Ja, het is wel erg grappig dat op de laatste bladzijden van dat rode boek Ed en ik nu wéér samenwerken aan de 'Ring' in Enschede."

In dat boek staan vast ook verhalen over Thomas Oliemans en Christianne Stotijn die bij Mostart hun operadebuut maakten, over Jaap van Zweden die zijn allereerste opera in Enschede dirigeerde, over Gerardjan Rijnders die zijn eerste operaregie bij de Reisopera deed, over de 'Tosca'-productie van Carlos Wagner die uitdraaide op een flop, of over Michael Tippetts opera 'King Priam' waarvan Mostart de Nederlandse première bracht. "De regisseur van die opera was Antony McDonald en toen ik zag hoe hij het verhaal van koning Priamus vertelde, wist ik dat McDonald de 'Ring' van Wagner moest regisseren.

"Ja, het zijn leuke verhalen over de operawereld, maar of ik daar nou een boek van moet maken? Ach, je weet maar nooit."

'Götterdämmerung' is in Enschede nog te zien op 9, 13 en 16 oktober. Te beluisteren via Radio 4 op 13 oktober bij NTR Opera Live.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden