Misschien ís onze cultuur dat iedereen welkom is

de stem van nederland (SLOT) | Op een reis door Nederland peilt Trouw in aanloop naar de verkiezingen de stemming. Rechtenstudenten uit Nijmegen kiezen voor de eerste keer, voor een ópen Europa.

De grenzen sluiten? Danique van den Tillaar kan zich daar weinig bij voorstellen. Sterker nog, de 21-jarige studente uit het Brabantse Erp passeerde pas deze maand voor het eerst een échte grens, met een slagboom en een heuse ondervraging. "Ik was op weg naar een vriendin die tijdelijk bij haar familie in Kosovo logeert. Haar ouders zijn als vluchteling naar Nederland gekomen: zíj is hier geboren en getogen."


Van den Tillaar vloog op Skopje, en moest vervolgens de grens tussen Macedonië en Kosovo over. "Als je ziet hoe streng je daar gecontroleerd wordt... Dat kan ik me bij de Nederlands-Duitse grens toch echt niet voorstellen. Ik snap ook niet waarom mensen dat zouden wíllen. De gedachte van Europa is toch juist de hechte samenwerking?"


In de ogen van de Thierry Baudets, de Jan Roosen en de Geert Wildersen van Nederland heeft Van den Tillaar misschien een wereldvreemde blik, maar zij kijkt juist met enige verwondering naar de stroming die nationalisme en protectionisme voorstaat, met gesloten grenzen en een blik op de eigen navel. Die het heeft over 'Nederlanders' tegenover 'buitenlanders', van 'wij' tegenover 'zij'. Van den Tillaar is opgegroeid zónder grenzen, studeert European Law, en is daarom naast Nederlander vooral ook een Europeaan.


Uit een onderzoek van Kantar Public in opdracht van de Groene Fractie in het Europese Parlement uit oktober 2016 blijkt dat 64 procent van de jongeren vóór de Europese Unie is, vooral vanwege het argument dat door die samenwerking het makkelijker wordt om over de grens te werken en kennis te delen. De EU vergroot in hun ogen ook de veiligheid. Ze vóelen zich ook meer Europeaan (56 procent), is te lezen in een enquête die de actualiteitenrubriek EenVandaag in 2014 liet uitvoeren onder 1200 jongeren. Niet representatief, wél indicatief. Bij de volwassenen is die Europese identiteit minder aanwezig (41 procent). Meer dan driekwart van de jongeren vindt dat Nederland niet uit de Unie moet stappen en ook niet moet stoppen met de euro. De gulden? Wat moeten ze ermee?


Dat gevoel leeft bij meer rechtenstudenten aan de Nijmeegse Radboud Universiteit. Grenzen? Taal? Cultuur? De wereld is groter dan Nederland en ze hopen allemaal een jaartje in het buitenland te studeren.


Studievereniging


Achter de grote trap van de wat kille en modernistische faculteit aan de Montessorilaan heeft de juridische studievereniging toch een soort huiskamer weten in te richten. De vuile vaat is op tafel achtergebleven, de belegde broodjes zijn inmiddels hard geworden, er staan luie banken tegen de muur en in de hoek pronkt een voetbaltafel. Toch nog wat behaaglijkheid.


Nijmegen kent amper studentencorpora, maar studieverenigingen des te meer. Deze juridische club bestaat zelf langer dan negentig jaar. "We hebben onze feestjes met vlag en vaandel", vertelt Ralph Becking uit Wierden, "en ook een eigen drank. Hier wordt alleen maar jenever gedronken." Maar een studievereniging ondersteunt de studenten ook inhoudelijk met allerlei samenvattingen, lezingen en persoonlijke begeleiding, al wordt de gezelligheid nooit uit het oog verloren. Straks gaan ze met z'n allen naar Amsterdam om een opname van 'De Wereld Draait Door' bij te wonen. Ze moeten per se de trein van 15.28 halen.


Niet alleen valt de internationale gerichtheid van de twintigers hier op, maar ook hun vroege interesse voor het openbaar bestuur. Ze zijn aanvankelijk allemaal rechten gaan studeren om advocaat of rechter te worden, maar na een eerste jaar met een inleiding rechtswetenschap en staats- en bestuursrecht lonken het beleid, het bestuur en de diplomatieke dienst. Hier zitten de beslissers van de toekomst. "Dat is ook niet zo vreemd", zegt Evert-Jan de Koning uit Lunteren. "Het eerste jaar is eigenlijk één grote en stevige cursus maatschappijleer. Daardoor leer je pas goed hoe Nederland en de wereld bestuurlijk in elkaar zit. Dat maakt onze studie zeker in deze verkiezingstijd heel interessant. Maar ik besef ook: die kennis ontbreekt bij heel veel kiezers."


Die 'gesloten' versus 'open' maatschappij is een terugkerend thema in de huiskamer achter de trap. Met als aanleiding vaak de vluchtelingenstroom en hoe Nederland daarmee om dient te gaan. "Ik ben erg voor ruimhartige opvang", zegt De Koning. "En ik denk dat daar in Nederland meer consensus over bestaat dan de media schetsen. Die focussen vooral op de weerstand. Maar ik zou willen dat iedereen op één lijn gaat zitten en probeert vluchtelingen een thuis te bieden." Daar moeten ze volgens hem vanuit het internationaal recht de kans toe hebben, maar hij denkt op dit punt vooral 'menselijk' en vanuit historisch perspectief. "Als je ziet wat er in de Tweede Wereldoorlog met de Joden is gebeurd, dan snap ik niet dat je nu kunt zeggen dat de Syriërs hier níet welkom zijn. Ik zie heus wel dat het er veel zijn en dat er onder hen terroristen kunnen zitten. Maar als je de geschiedenis kent, kun je niet tégen vluchtelingen zijn."


Mensen in nood moet je altijd opvangen, vindt Becking. "Maar er zit wel een bepaalde grens aan dat helpen. Ik zeg het misschien wat hard, en dat bedoel ik niet zo, maar ze moeten zich dan wel opstellen zodat ze geholpen kúnnen worden. En dat betekent dat je elkaar niet in de haren moet vliegen als je bent ondergebracht in een veilig asielzoekerscentrum."


Dat is makkelijk gezegd, vindt Stijn Hamers uit Nijmegen die ook is aangeschoven. "Maar als je twee jaar moet wachten, kan ik me voorstellen dat je gek wordt van de onduidelijkheid. Vluchtelingen mogen niet werken, niet studeren. Helemaal niks."


Veilig land


Dat is zo, geeft Becking toe. Daarom is het ook nodig dat zo snel mogelijk duidelijk wordt wat het doel van de opvang is. "Wat mij betreft mogen vluchtelingen die kans lopen op vervolging blijven, maar moeten zij die kunnen terugkeren naar een veilig land, ook echt weer vertrekken."


En wat doe je dan als dat wachten zo lang heeft geduurd dat er inmiddels kinderen in Nederland zijn geboren, vraagt Hamers. Dan mogen die gezinnen wat hem betreft blijven. Hij brengt de discussie een stapje verder met de opmerking dat Nederland niet koste wat kost de eigen cultuur moet willen blijven koesteren. "Dat gaat toch niet lukken, door de internationalisering en digitalisering. Alle nationaliteiten komen bij elkaar, ook in Nederland. Dat wordt straks een grote soep van verschillende culturen." En de smaak zal volgens Hamers niet tegenvallen.


Wat ís die Nederlandse cultuur eigenlijk, waarop de conservatieve protectionisten steeds terugvallen, vraagt Van den Tillaar zich af. En ze draait hun argumenten eens even om. "Als je kijkt naar de geschiedenis van Nederland, is dat altijd een tolerant land geweest waarin er ruimte was voor anderen. Misschien ís onze cultuur wel dat we veel vluchtelingen opnemen, dat we een brede samenleving vormen."


Kijk eens naar de naar ons land gevluchte hugenoten, zegt ze, de Franse calvinisten die rond 1700 maar liefst 6 procent van de Amsterdamse bevolking vormden. "Dat waren succesvolle handelaren waar we in de Gouden Eeuw enorm van hebben geprofiteerd. Laten we ook trots zijn dat Nederland zo tolerant is, het land waarin iedereen welkom is en waar alles mag worden gezegd. Dat is iets positiefs, en dat imago moet je niet kwijt willen raken met een kil beleid ten aanzien van vluchtelingen."


Dat kan Nederland niet alleen, benadrukken de vier 'Europeanen'. "Het Westen zal gezamenlijk een antwoord moeten vinden op de vluchtelingenproblematiek", vindt Hamers, "maar als er al grenzen worden gesloten, laat Nederland dan het Canada van Europa zijn."


Ook op allerlei andere gebieden, zeker economisch, heeft de Europese Unie zoveel voordelen, sluit hij zich bij Van den Tillaar aan. "We gaan nu in Nederland een kant op waarvan we ons kunnen afvragen: willen we dat wel? Nederland heeft zoveel voorspoed gekend op het moment dat er wél werd samengewerkt."


In economisch opzicht is dat allemaal waar, sluit Evert-Jan de Koning af. Maar ontken niet dat er grote verschillen bestaan tussen pakweg de Nederlander en de Italiaan. "Je moet de culturele eenheid dus niet forceren", zegt hij. "Vanuit een bepaalde mate van autonomie moet de samenwerking worden gezocht tussen landen. Dus we moeten op naar een Europese politiek die ontstaat vanuit de diversiteit. Dat is juist de kracht van Europa." Dus één Europees volkslied zit er voorlopig niet in? Alle vier: alsjeblieft niet.


Ze gaan woensdag allemaal stemmen, de éérste keer voor het Nederlandse parlement. Maar op wie? Danique van den Tillaar kiest een partij die investeert in goed onderwijs, maar moet nog ontdekken of dat de VVD, D66 of GroenLinks is. Ralph Becking noemt zich 'midden-rechts' en komt misschien wel bij de Libertarische Partij uit, terwijl Stijn Hamers en Evert-Jan de Koning op 15 maart aan de linkerkant uitkomen, bij D66 of GroenLinks.


En nu snel naar de trein van 15.28 op perron 1 naar Amsterdam. Om 15.39 vertrekt op datzelfde spoor de trein via Arnhem naar Hengelo: de stad waar deze journalistieke reis tien afleveringen geleden begon.

bang voor oorlog

In datzelfde onderzoek is te lezen dat meer dan de helft van de Nederlanders (53 procent) vindt dat Nederland zich in de verkeerde richting ontwikkelt. Jongeren tot en met 25 jaar zijn optimistischer. Slechts 44 procent vindt dat Nederland afglijdt.


Ongeveer een derde van de Nederlanders is bang dat er tijdens zijn of haar leven oorlog uitbreekt in Nederland. Ruim de helft heeft deze angst niet. Vijftien procent is bang dat Nederland in een dictatuur verandert, maar driekwart denkt dat dit in hun leven niet zal gebeuren. De angst voor oorlog en dictatuur wordt hoger, naarmate de persoon jonger wordt. Jongeren zijn het meest bang: ongeveer de helft denkt dat er oorlog zal uitbreken en een vijfde dat er een dictatuur zal komen.

rechtser

Uit een onderzoek van I&O Research van drie maanden geleden blijkt dat drie op de tien Nederlanders zichzelf politiek rond het 'midden' plaatsen (op een 10-punts links/rechts-schaal). Een derde vindt zichzelf (overwegend) rechts en een kwart overwegend links. Onder jongeren heeft er een verschuiving plaatsgevonden tussen 2007 en 2016: van 'links' en 'midden' naar 'eerder rechts'. De PVV is met 27 procent onder jongeren verreweg de grootste partij.

Politiek is te moeilijk

Ongeveer een kwart van de Nederlanders geeft aan dat zij de politiek regelmatig tot vaak te ingewikkeld vinden om te begrijpen. Dit aandeel is het hoogst onder jongeren (31 procent). Het begrip van de politiek is tussen 2007 en 2016 bovendien afgenomen onder de jongeren. In 2007 zei nog 'slechts' 19 procent de politiek regelmatig tot vaak te ingewikkeld vinden. Vooral jongeren pleiten voor kennistoetsen voordat ze mogen stemmen. Ruim een kwart vindt dat mensen moeten worden getoetst op hun kennis van de democratie voordat zij mogen stemmen. Vooral personen van 25 jaar en jonger zijn voor de toetsen: 37 procent is voor een toets over kennis van de democratie en 41 procent is voor een toets van de kennis over wat er speelt in de samenleving.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden