Misschien gaapt er een viriliteitskloof tussen de kuise Turk en Jan

Bij het al te gemakkelijk willen toepassen van liberaal-democratische beginselen moeten we ons ervan bewust zijn dat we daarmee de transcendente dimensie van de mens, zoals die in de islam voorop wordt gesteld, tekort doen. Dat geldt met name voor samenlevingen waar een uit het kolonialisme overgeërfde wetgeving - overgoten met wat islamitische sausjes - wordt gehanteerd en de door het westen gedicteerde mensenrechten als voorwaarde voor ontwikkelingshulp worden gesteld.

ABDULWAHID VAN BOMMEL

Maar ook onderschatten we daarmee de traumatische koloniale periode. De formulering van de mensenrechten in 1948 vond plaats tijdens de dekolonisatie; een groot deel van de islamitische wereld stond nog onder westers bestuur.

Het comité dat de tekst voor de universele verklaring opstelde bestond uit acht leden. Vijf christelijke vertegenwoordigers, een uit China, een uit de voormalige Sovjet-Unie, en verder heeft er - behalve een christen-Arabier uit Libanon - niemand uit de 'derde' of moslimwereld aan deelgenomen.

Het Noordelijke deel van de wereld gebruikt meer bodemschatten en mankracht van de wereld dan het Zuidelijke deel van de globe; het Noordelijke deel van de wereld vertaalt zijn vrijheidsidealen in zuiver individualistische termen. Dat is niet alleen een kwestie van 'die ontwikkeling moet het Zuiden nog doormaken', het is ook een kwestie van sociaal-cultureel taalgebruik en van het onvermogen zich in de situatie van de ander te verplaatsen.

Voor veel moslim-participanten in de mensenrechtendiscussie is de universele verklaring van de rechten van de mens zowel evident ideaal als evident eurocentrisch. Het schijnt moeilijk inleefbaar te zijn voor mensenrechten-woordvoerders dat het voor anderen weer de afdeling 'kruistochten en kolonisatie' van het Noordelijk Halfrond lijkt die de dienst komt uitmaken.

In de discussie die op dit gebied is ontstaan, bestaan aan moslimzijde inspanningen waarbij wordt aangetoond in hoeverre de verklaring in overeenstemming is - of juist niet - met de teksten van de koran en de overlevering op dit gebied.

Eigen islamitische invullingen van 'de verklaring' zijn bijvoorbeeld die van de Islamitische Raad van Europa in 1980, in Nederlandse vertaling verschenen in het islamitisch kwartaalblad Qiblah 1986, en een variatie daarop van de Organisatie van de Islamitische Conferentie, met haar secretariaat in Jeddah.

Belangrijke punten van verschil bestaan onder andere uit 'de rechten van God', die als eerste vermeld dienen te worden, en hun interpretatie voor de mens in de sjari'ah, en de veel sterkere nadruk op sociale en collectieve rechten en plichten in de moslimformulering tegenover de bovengenoemde meer op het individu gerichte tekst.

De bekende moslimjurist en mensenrechtenactivist Ahmed an-Na'iem wijt de spanning tussen de meest fundamentele mensenrechten in de huidige tijd en de sjari'ah juist aan zijn historische formulering.

Hij kritiseert hedendaagse moslims die hameren op de toepassing van archaïsche concepten onder radicaal gewijzigde omstandigheden. De basis-premisse die hij in alle religieuze tradities en dus ook in die van de islam ziet is dat een mens een ander mens zo dient te behandelen zoals hij / zij zelf wil worden behandeld. Wanneer moslim-mannen voor zichzelf mensenrechten opeisen, doen ze dat automatisch ook voor vrouwen en niet-moslims. Waarmee hij de vinger legt op de twee zwakke plekken van de moslimtekst.

De denkfout van de 'terug naar de zuivere oorsprong'-mensen bestaat er voornamelijk uit dat zij bestaande wetgeving en beleidsvorming willen vervangen door een letterlijke toepassing van wat zij koranische wetgeving noemen. De spanning tussen model en realiteit, die zichtbaar wordt bij de pogingen tot realisatie van absolute principes, zoals die binnen een historische context van meer dan duizend jaar geleden functioneerden, maakt duidelijk dat we betekenis van zijn vorm moeten ontdoen om eigentijds te kunnen opereren.

De symbolen en rituelentaal die elke religie omzet in culturele patronen, kan zijn waarde behouden maar dient opnieuw in culturele patronen te worden vertaald.

Voor mensen die de momentopname van de islam in hun land of dorp als een bevroren eeuwigheidsmodel van de islam in Nederland hebben geïmporteerd, kan de nieuwe omgeving misschien alleen maar een amorele chaos zijn. De reclametaal op aanplakzuilen, de gesproken taal, de lichaamstaal, vormen gezamenlijk een labyrint voor degene die symbolen niet kan vertalen. Het gewaagde truitje van de verkoopster maakt haar in de ogen van de puriteinse gelovige misschien tot prostituée, terwijl zij, heel monogaam, alleen een signaal aan haar eigen Jan probeert uit te zenden. Misschien gaapt er een viriliteitskloof tussen de gemiddelde kuise Turk en Jan.

Maar ook Nederlandse politici, welzijnswerkers en journalisten proberen greep te krijgen op de multiculturele chaos door middel van ritueel taalgebruik, integratie en emancipatie zijn de bezweringsformules.

Op het gebied van veiligheid, sociale rechtvaardigheid, de nadruk op onderwijs, lichamelijke hygiëne en gezondheid is Nederland waarschijnlijk een islamitischer land dan menig land in de zogenaamde wereld van de islam, maar het zou pas herkenbaar zijn als mannen een baard en vrouwen een hoofddoek dragen.

Een uit religieuze symbolen opgebouwde fata morgana van een ideale moslimgemeenschap kan geen hedendaagse 'Sjari'ah' bewerkstelligen. Daarvoor is een vertaalslag nodig waarin oriëntaalse en occidentaalse symbolen samen een taal vormen. Waar we ons echter meestal mee bezig houden is, onze eigen idealen te vergelijken met de werkelijkheid van de ander.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden