Column

Misschien daalt nu pas het besef in bij mijn vader dat het kantje boord was

null Beeld Trea van Vliet
Beeld Trea van Vliet

Zondagmiddag, telefoon van een begeleider van mijn vader. Of ik even met mijn vader wil praten, want hij denkt dat hij dood gaat.

Trea van Vliet

Er zijn een paar weken verstreken sinds de operaties en mijn vader knapt snel op. Hij slaapt en eet goed en is alweer wat kilo's aangekomen. Hij is helder en heeft weer interesse voor de wereld. Dus waar dit nou vandaan komt?

Ik krijg hem aan de lijn voordat ik goed en wel weet hoe ik dit moet aanpakken.

"Hoi pap, hoe is het met je?" vraag ik aftastend.

"Niet zo goed, ik ga recht op de dood af."

Hij klinkt net zo kalm en laconiek als altijd.

"Eh", aarzel ik, "zoals we allemaal elke dag weer een stukje opschuiven richting de dood?"

Dat slaat natuurlijk nergens op, maar ik weet ook zo snel niet wat te zeggen.

Mijn vader vindt ook dat het nergens op slaat.

"Ja, hoor eens, als je zo begint", zegt hij.

En hij vertelt dat hij denkt dat hij het einde van Feyenoord niet haalt.

Ik weet niks van Feyenoord. Welk einde bedoelt hij, van de club, het seizoen?

"Van de wedstrijd."

En die wedstrijd is dus nu.

We zwijgen.

Het valt me in dat mijn vader de hele afgelopen periode uiterst kalm heeft doorstaan. Misschien daalt het besef nu pas bij hem in dat hij ziek was, twee grote operaties heeft gehad en dat het kantje boord is geweest. En komt nu alsnog de angst eruit.

Rechtstreeks over gevoelens praten gaat niet met mijn vader. Hoe moet ik hier in vredesnaam goed op reageren?

"Ik zou het wel heel erg vinden als je doodging pap. Je bent zo goed aan het herstellen en dan zou je nu doodgaan?"

"Ik kan het ook niet helpen. Me dunkt dat leven en dood ver buiten mijn invloed liggen", zegt hij in een van zijn ronkende volzinnen.

"Dat is zo pap. Wil je anders dat ik naar je toe kom?"

"Nee joh, ik dop mijn eigen boontjes wel", zegt hij.

"Ik denk dat je nog wel een tijdje leeft hoor", zeg ik.

Het is even stil.

"We zullen zien", zegt hij en hangt dan op, om naar Feyenoord te gaan kijken nota bene.

De rest van de dag zit ik toch niet lekker en de volgende ochtend bel ik om te kijken hoe het nu met hem is.

"Tja, ik ben er nog hè?" antwoordt hij.

"Gelukkig maar pap, daar ben ik blij om."

"Ik ook", zegt hij.

En dan zegt hij dat hij hoognodig zijn botenprojecten weer eens moet gaan managen want dat is er de laatste tijd een beetje bij ingeschoten.

Ik glimlach.

En ik ga ook weer aan m'n werk. Dat is er hier ook een beetje bij ingeschoten.

Lees hier meer columns van Trea van Vliet

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden