Misplaatste euforie over demonstraties in Belgrado

De auteur is schrijfster en publiciste.

ELS DE GROEN

Al zeven jaar worden in hetzelfde land en door hetzelfde regime twee miljoen Albanezen onderdrukt. Op de Podiumpagina van 20 juli 1994 schreef ik over de 'ciscenje', de 'schoonmaak' in Kosova: “de vorige stappen bestonden uit: opdoeking van het parlement, massa-ontslagen, sluiting van de scholen waardoor 340.000 kinderen op straat kwamen te staan, vernietiging van de universiteitsbibliotheek, ontmanteling van radio, tv en kranten, huiszoekingen en schijnprocessen, uitzetting uit woningen, inbeslagneming van geld en goederen, het onder de wapens roepen van jongens vanaf zestien en het onthouden van elke medische zorg, inclusief vaccinaties, aan kinderen en volwassen.”

Een van de gevolgen was een verdubbeling van het sterftecijfer onder Albanezen, waarna het Servisch-orthodoxe bisdom Raska-Prizren een beloning invoerde om het geboortecijfer onder Serviërs te verhogen. Moeders van vier kinderen zouden een zilveren medaille en vrouwen met nog meer koters een gouden medaille krijgen, mits men orthodox getrouwd was en de kinderen liet dopen.

De enigen die destijds openlijk tegen de ciscenje in Kosova protesteerden waren de Servische Women in Black. De rest wilde of durfde niet, want ook destijds was Servië al een duidelijke politiestaat. Het volk leefde tussen hoop en vrees, waarbij beseft moet worden dat die hoop uit een overwinning in de vuile oorlog geput werd.

We zouden onze euforie over het democratisch reveil in Belgrado moeten temperen. Het lijkt er meer op dat men samen, zajedno, het zinkende schip wil verlaten. Tekenend voor het klimaat is dat noch de demonstranten, noch de westerse media zich bekommeren om de twee miljoen Albanezen in het rijk, wier lot al jaren de schurkachtigheid van het bewind illustreert. Op 17 januari maakte Trouw melding van de bomaanslag op de Servische rector van “de Servische universiteit in Prishtina (Kosova) die door de etnisch Albanese meerderheid van de provincie wordt geboycot.” De universiteit van Prishtina was de eerste Albaneestalige in Joegoslavië was, opgericht in 1970. Met inzet van het leger heeft Milosevic een einde aan het Albanese onderwijs, de Albanese media, het Albanese parlement en de autonomie gemaakt.

Als we het protest daartegen afdoen met een 'boycot', terwijl het gesjoemel met uitslagen de wereld in rep en roer brengt, dan meten we met twee maten. Dan weegt het protest van de een kennelijk zwaarder dan dat van de ander. En exact dat cynisme in de belangstelling van het westen geeft ruimte aan terreur. Zeven jaar van vreedzaam protesteren tegen ciscenje is namelijk vermoeiend, minstens zo vermoeiend als er passief aan meedoen. Niet alleen in Belgrado zijn ze aan verandering toe.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden