Mislukte staat Congo is jarig, maar heeft niets te vieren

Een vrijwilliger in Kikwit, in het zuidwesten van Congo, deelt voedsel uit aan Congolezen die het geweld in de Kasai-regio zijn ontvlucht.Beeld AFP

Congo wordt vandaag 57 jaar, maar er is weinig reden tot vreugde. Geweld in alle delen van het land en een stuurloos machtscentrum maken van het land meer en meer een mislukte staat.

Verbrande dorpen, kinderen met afgehakte ledematen, opengesneden buiken van zwangere vrouwen en onthoofde politieagenten. Er rijst een macaber beeld op uit recente rapporten over de schendingen van mensenrechten in het zuiden van Congo. Politie, leger en geallieerde paramilitairen vechten in de Kasai-regio tegen lokale milities die soms ook onderling vechten.

Het geweld in en rond de Kasai-regio, van oudsher een bastion van de politieke oppositie, vormt momenteel het bloedigste conflict in Congo, dat vandaag 57 jaar onafhankelijkheid viert. Tezamen met conflicten elders in het land, waar dood en verderf ook aan de orde van de dag zijn, doet brandhaard Kasai het toch al onstabiele Congo wankelen.

Ondanks de aanwezigheid van bodemschatten zoals goud en diamanten is Kasai een uiterst arme regio. De bevolking voelt zich achtergesteld door de regering in de hoofdstad Kinshasa en steunt mede daarom vooral de oppositie. Het gebied ontvlamde vorig jaar toen de regering weigerde oppositieactivist Jean-Pierre Mpandi te erkennen als de nieuwe traditionele leider in een regio in Kasai.

(Verhaal loopt door onder de afbeelding)

Beeld Brechtje Rood

Mpandi vormde daarop een militie, de Kamuina Nsapa, maar kwam kort daarna om het leven tijdens een gevecht met een legereenheid. Zijn aanhangers namen vervolgens wraak op vooral soldaten en politiemensen. In maart dit jaar hakten ze veertig agenten het hoofd af. In dezelfde maand werden een Zweedse en een Amerikaan vermoord die voor de Verenigde Naties onderzoek deden naar de moorden in de regio.

Facties

Inmiddels is de Kamuina Nsapa uiteengevallen in facties die allemaal hun eigen beweegredenen hebben om te vechten maar wel dezelfde doelwitten kiezen, namelijk leger en politie. Elementen binnen de regering formeerden in reactie daarop een militie die het vuile werk doet voor leger en politie en ook wordt verdacht van gruwelijke slachtingen.

De katholieke kerk die in bijna elk gehucht in Congo is vertegenwoordigd, berichtte vorige week dat sinds oktober meer dan 3000 mensen zijn omgekomen in Kasai. In haar rapport beschuldigt de kerk zowel milities als leger van de moorden. Ruim een miljoen mensen ontvluchtten de regio, van wie meer dan 20.000 de grens overtrokken naar het buurland Angola.

De VN-mensenrechtenraad in Genève probeert intussen opnieuw een onderzoek in te stellen naar het geweld in Kasai. Eerdere pogingen ketsten af omdat de regering in hoofdstad Kinshasa weigerde mee te werken. Het initiatief voor het nieuwe onderzoek komt van Afrikaanse landen. Vooral Congo's buurlanden vrezen dat de etnische rivaliteiten, gevechten om grondstoffen en politieke onenigheid in het land de grenzen kunnen overwaaien en zorgen voor destabilisatie. Nog altijd vers in het geheugen ligt de burgeroorlog in Congo tussen 1994 en 2003 waarbij zes andere Afrikaanse landen betrokken raakten. Het continent wil een herhaling voorkomen van wat toen Afrika's eerste wereldoorlog werd genoemd.

Geen geld voor verkiezingen

Hoewel het geweld in Kasai en andere regio's vaak lokale oorzaken heeft, zoals armoede, etnische rivaliteit en strijd om bodemschatten, daagt het ook het nationale gezag uit - net op het moment dat dat centrale gezag óók in crisis is. President Joseph Kabila weigert afstand van de macht te doen, ook al liep zijn laatste grondwettelijke termijn afgelopen december af. Er zou geen geld zijn om verkiezingen te organiseren in het land met ruim 80 miljoen mensen.

De kiescommissie zegt niet eerder dan begin 2018 verkiezingen te kunnen organiseren. De oppositie gelooft er geen snars van en ageert. Maar politiek andersdenkenden wordt met harde hand de mond gesnoerd in Congo.

Kabila's weigering op te stappen heeft volgens Reuben Loffman, die Afrikaanse geschiedenis doceert in Groot-Brittannië, slechts één werkelijke. "Kabila en zijn familie hebben een enorm zakenimperium opgebouwd met behulp van de politieke macht." Opeenvolgende Congolese leiders hebben uit de staatskas gestolen en ontwikkelden zich tot meesters in een verdeel en heerstactiek waardoor het land nooit de kans kreeg zich te ontwikkelen.

Loffman vergelijkt Kabila met de meedogenloze ex-president Mobutu Sese Seko, die 32 jaar lang het land leeg roofde en halsstarrig aan de macht vasthield. "Kabila duwt Congo steeds meer in de richting van een mislukte staat. 57 jaar na de onafhankelijkheid doet hij meer om zijn land terug te brengen naar het gewelddadige verleden dan dat hij een gids is richting een progressieve toekomst."

Lees ook: Wat doet Congo's president Kabila nu de oppositieleider dood is?

In Gungu, in Zuidwest-Congo, waar 9000 vluchtelingen verblijven.Beeld AFP
Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden