MISLUKKINGEN VAN DE TECHNIEK: DE VIDEO2000

Zelfs toen het doek al definitief was gevallen, wilden de makers niet van een technische mislukking spreken. Verre van dat: de Video 2000 was volgens Philips superieur geweest aan zijn concurrenten.

Dat men de slag met de Japanners om de videothuismarkt had verloren, was geheel te wijten geweest aan de videotheken. De concurrentie had de handel in voorbespeelde cassettes volledig dichtgetimmerd. Om in die wereld te penetreren, daar voelde Philips zich iets te goed voor. “We kwamen er niet in”, zei Philips-topman Cor van der Klugt toen zijn bedrijf in februari 1986 bekendmaakte te stoppen met de V2000. “Ja, als we voor vierhonderd miljoen gulden pornotapes hadden laten maken, dan wel. Maar ik weiger de porno in te gaan. Er zijn grenzen.”

Een mooi verhaal, niet onwaar ook, waarmee Philips in elk geval de mythe in stand wist te houden. De mythe dat het bedrijf weliswaar onhandig op de markt kon opereren, maar dat Eindhoven altijd al de betere spulletjes maakte. Maar het verhaal is ook dat Philips gewoon de slag gemist had. En dat de V2000 ook weer niet zó goed was.

Toch had het bedrijf ooit een flinke voorsprong. Met zijn VCR had Philips in 1971 de primeur: eindelijk was er een opnameapparaat dat een leek kon bedienen.

De triomftocht bleef echter beperkt tot scholen en instituten. De VCR was met zijn banden van één uur nogal duur in het gebruik en liet kwalitatief veel te wensen over. De apparaten stonden bij de handel bekend als postduiven: als ze de winkel hadden verlaten, vlogen ze vaak net zo hard weer terug voor reparatie.

Dus toen Sony in 1975 met Betamax kwam, en JVC een jaar later met VHS, lag het veld nog helemaal open. Sterker nog, Philips dreef de consumenten in de armen van de vijand. Eerst door met een nieuw type VCR te komen dat zuiniger met de banden omsprong, maar daardoor ongeschikt was om de oude banden op af te spelen. En vervolgens beging men de historische blunder door met de Japanners voor een paar jaar de wereldmarkt te verdelen: Philips Europa, zij de rest.

Dat leek een slimme strategie. Het moest Philips de tijd geven om zijn nieuwe videorecorder, de V2000, te ontwikkelen. Het leidde er echter toe dat de Japanners Amerika konden veroveren en al aan de poorten van Europa klopten toen de Eindhovenaren hun vinding, de derde op rij dus al, presenteerden.

In 1979 was het zover. En inderdaad, de Video 2000 was in technologisch opzicht superieur aan zijn concurrenten. Het apparaat kon met een veel smaller zogeheten bandspoor uit de voeten; daardoor konden de banden worden omgedraaid, en dus dubbel benut. Bovendien was de V2000 programmeerbaar: maar liefst vijf programma's, zestien dagen vooruit.

De consument was niet onder de indruk. Die koos in grote meerderheid voor de goedkopere, en ook niet slechte Japanners. Bovendien leed ook de V2000 aan het postduiven-syndroom: in het eerste jaar van de verkoop moest Philips meer dan de helft van de geleverde apparaten terughalen.

En dan waren er nog de videotheken. De producenten van voorbespeelde video's hadden al twee typen kopieerapparaten staan; de meesten zagen er geen brood in nog een derde aan te schaffen. In een videotheek kon je dus kiezen: Betamax of VHS, en dat gold voor álle films, niet alleen voor de porno.

Philips kende dit probleem wel, maar deed er niets aan. Pas eind jaren tachtig ging men in zee met een videodistributeur. De Video 2000 maakte dat niet meer mee. Vanaf 1986 produceerde Philips alleen nog maar VHS-recorders. Het debâcle van de V2000 had het bedrijf een miljard gulden gekost.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden