MISLUKKINGEN VAN DE TECHNIEK: DE VAN GOGH

In de grote verzameling van Nederlandse aardappelrassen is het Bintje de ongekroonde koning. Met een marktaandeel van 35 procent laat dit bijna honderd jaar oude aardappelras de concurrentie ver achter zich. De consument zweert bij deze onovertroffen vastkoker en in de (friet-)industrie zijn alle machines afgesteld op zijn vorm en eigenschappen.

JOEP ENGELS

Maar het Bintje is niet onomstreden. Boeren spuiten zich suf om de aardappel te vrijwaren van de bekende moeheid - de aaltjes - en van phytophtora, een hardnekkige schimmel die de aardappelziekte veroorzaakt. Vanwege die spuiteisen is het Bintje ooit door Milieudefensie omgedoopt tot de Gifpieper.

In de jaren tachtig leek het einde van het Bintje in zicht toen er een aardappel op de markt verscheen die al het goede van zijn illustere voorganger combineerde met resistentie tegen aardappelmoeheid en phytophtera: de Van Gogh. Het kwekersbedrijf ZPC uit het Friese Metslawier was er in 1977 in geslaagd een kruising tot stand te brengen tussen (vader) Gloria en (moeder) ZPC 69C239.

Aanvankelijk ging het goed met de Van Gogh. Na een jaar of tien telen op kleine veldjes - een normale periode voor een nieuw aardappelras - had ZPC een mooie aardappel: goed van vorm en nog steeds resistent.

In 1987 kon de Van Gogh voor officiële erkenning worden voorgedragen bij het Centrum voor plantenveredelings- en reproductieonderzoek van de Dienst landbouwkundig onderzoek. Daarvoor gelden twee criteria: uniformiteit en onderscheidendheid. Met het eerste zat het wel goed, gepote aardappelen zijn immers allemaal klonen van elkaar, dus in principe hetzelfde. En aangezien de Van Gogh als een van de eerste aardappelen resistent was tegen de twee gevreesde ziekten kon hij worden bijgeschreven op de lijst van 250 Nederlandse aardappelrassen.

Daarna ging het minder. Bij de grootschalige teelt vertoonde de Van Gogh gebreken. Hij bleek vatbaar voor het Y-virus, terwijl dat niet goed te zien was. Daardoor waren de zieke pootaardappelen nauwelijks van de gezonde te scheiden.

Echt mis ging het bij de verwerking. De Van Gogh was voorbestemd om een frietaardappel te worden. Maar de frietjes die ervan werden gemaakt, waren bros: daardoor braken ze vaak, namen ze te veel vet op en verkleurden ze snel. Binnen twee, drie jaar was het duidelijk dat de Van Gogh het niet ging maken. De frietindustrie vroeg er niet meer naar en zo verdween hij van de Nederlandse velden. Het zal altijd onduidelijk blijven of dat vanwege de kleine foutjes was, of dat de industrie zich niet kon losmaken van het Bintje met zijn mooie langwerpige vormen - de Van Gogh is wat ronder en past dus minder goed in de frietsnijders.

Van de 250 Nederlandse rassen zijn er zo'n veertig hier op de markt; achttien rassen zijn succesvol genoeg om ze in de statistieken te kunnen terugvinden. De Van Gogh slijt zijn dagen tussen die 210 andere rassen die het niet gemaakt hebben. Zijn rapportcijfers op de rassenlijst van 1991 spreken wat dat betreft boekdelen. Aardappelmoeheidsresistentie: 9. Schimmelresistentie: 8. Opbrengst: 9. Alleen voor zijn consumptiewaarde krijgt hij een magere 7. In lekentaal: een uitstekende aardappel, maar niet te eten. Op de lijst van 1998 wordt de Van Gogh niet meer beschreven. 'Niet aan te bevelen', staat er slechts.

De positie van het Bintje wordt tegenwoordig aangevallen door een nieuwe ster aan het front: de Asterix. Intussen schijnt de Van Gogh het in Turkije goed te doen als tafelaardappel.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden