Mishandeld en verkracht, maar slachtoffer is ze niet

'Mijn leven bestond uit paniekaanvallen en schrijven aan juristen. Afschuwelijk.'Beeld Bernd Bohm

Het Kwaad is overal. De piloot van uw vakantievlucht kan een zelfmoordenaar zijn, uw dochters nieuwe vriend een jihadist, de buurman een zware crimineel. Hoe gaan we om met het kwaad in de wereld en in onszelf? Verslaggeefster Harriët Salm onderzoekt het in een serie vanuit verschillende oogpunten.

Susanne Preusker (55) - groot, grijs dik vest over witte broek, lang donkerblond haar, klaterende lach - vloekt tijdens een twee uur durend intens en wel heel persoonlijk interview één keer. Vanaf de andere kant van de houten keukentafel, achterin haar stijlvol ingerichte appartement in een deftige wijk van de Duitse stad Maagdenburg, spugen haar knalblauwe ogen onverwacht vuur. "Wilt u mij verdomme geen slachtoffer noemen?"

Dat is even wennen, want juist het feit dat zij tijdens haar werk als psychotherapeute in een gevangenis met zwaar gestraften ernstig werd mishandeld en verkracht leidt tot het bezoek. Preusker leek een duidelijk slachtoffer van een heel groot kwaad. Iemand die kan vertellen hoe het verder gaat na een confrontatie met iets afgrijselijks. Maar zijzelf wil die term slachtoffer meteen met de krachtigste woorden uit de weg hebben.

"Ik was op het moment dat hij het mes tegen mijn keel zette slachtoffer, ja. Die zeven uur dat ik in zijn macht was, ja. De volgende dag misschien ook nog. En heel misschien een week later nog. Maar slachtoffer zijn is een momentopname, geen voortdurende toestand. Als ik nu nog slachtoffer ben, na zes jaar, dan heb ik verloren. En dat wil ik absoluut niet."

Best beveiligde gevangenis
Het onvoorstelbare gebeurde op 7 april 2009 om 17.15 uur. In een van de best beveiligde gevangenissen van Duitsland, justitiële inrichting Straubing in deelstaat Beieren, wilde Preusker net haar kantoor verlaten. Een van haar cliënten - levenslang gestraft - liep binnen. "Dat was op zich niet ongewoon", vertelt Preusker terwijl ze het nespresso-apparaat nog eens aanzet en koekjes aanbiedt. "De meeste gevangenen kende ik al jaren en konden zich op bepaalde tijden vrij over de afdeling bewegen."

Maar dit keer liep het anders. Als Preusker naar de deur loopt waarin de gevangene staat, haalt hij plots een zelfgemaakt mes tevoorschijn en zet het tegen haar hals. Een worsteling volgt. Hij probeert haar sleutels te bemachtigen. Dat lukt, de deur gaat op slot. Met tape boeit hij haar handen. Hij heeft ook een flesje secondelijm bij zich en dreigt haar mond dicht te plakken als ze niet meewerkt. Hij zet kasten voor de deur en knevelt Preusker met een sjaal.

Zij weet dat een van zijn recentste slachtoffers, die waarvoor hij hier levenslang vastzit, zo gestikt is. Dan trekt hij zijn kleren uit en vervolgens snijdt hij de hare open. Er volgen uren van verkrachtingen. Ze is in doodsangst. Op een gegeven moment lijkt de dader moe, er volgen onderhandelingen met een van de andere psychologen. Tot Preuskers verbazing gaat hij uiteindelijk op de voorwaarden in, geeft het mes aan haar, breekt de barricade af, maakt de deur open en geeft zich over.

Beeld Renske Karremans

In deze zeven uur is mijn oude leven ten einde gekomen, schrijft Preusker in haar boek 'de zeven uren die mijn leven veranderden', dat in 2011 verscheen in Duitsland. Ze was een succesvolle al jong bevorderde psycholoog, leider van een sociaal-therapeutische afdeling. In haar nieuwe leven is ze opeens slachtoffer van een al eerder veroordeelde moordenaar en verkrachter die al meer dan vier jaar bij haarzelf in therapie was.

Kippenvel geeft de beschrijving van de reactie van haar geliefde die 500 kilometer verderop via de nieuwsberichten de gijzeling volgt. "Ach liefste maar nu ben je veilig, hij heeft je toch niets gedaan?", zijn zijn eerste woorden over de telefoon. "Ja toch wel", antwoordt ze.

Ze durft de eerste maanden bijna niet meer alleen de straat op. Ze kan niet meer werken en komt met haar werkgever tot een financiële regeling voor ontslag, via advocaten. "Mijn leven bestond uit paniekaanvallen en schrijven aan juristen", vertelt ze nu. "Het was afgrijselijk. Ik had in het begin zo weinig moois in dit nieuwe leven."

Onverschilligheid
Toch: tien dagen na het gebeurde trouwde ze, zoals gepland, met haar huidige man Wolfram. De eerste keer dat hij haar terugzag, zei ze: 'Nu kunnen we niet meer trouwen'. Zijn antwoord luidde: "En nu pas echt. Maar met de trouwerij keerde de vreugde niet direct terug in haar leven". Preusker: "Ik had een lange fase in het nieuwe leven van onverschilligheid. Ik stond overal buiten voor mijn gevoel. Ook door pillen en door het trauma."

In haar boek beschrijft ze in veertig korte verhalen hoe ze overleefde. Met therapie, met koken, met zumba, met wandelen.

Later is daar Emmi bijgekomen. Emmi is haar hond, een Staffordshire bullterriër, een vechtras. De hond is overigens allerliefst voor het bezoek, hoogstens wat overdreven enthousiast. Lachend: "Het klinkt zo gek, maar als je een pup in huis hebt die je hele appartement onderkakt ben je opeens heel druk. Ik had geen tijd meer om over mezelf na te denken. Dat heeft me gered."

En dus: een slachtoffer is ze allang niet meer. "Ik heb veel beleefd. Maar andere mensen beleven ook veel. Die verdrinken bijna in de Middellandse Zee of weet ik wat er allemaal gebeurt in de wereld. Ik wil niet een beschadigde zijn die aan de slachtofferrol went. Ik heb zoveel mensen ontmoet, ook door mijn boek, die verloren hebben. Die zijn op hun vijftiende verkracht en durven op hun veertigste nog het huis niet uit. Of ze zitten in de psychiatrie en zijn beroepsslachtoffer geworden. Ik vind het heel belangrijk om dat niet met me te laten gebeuren."

Het is voor haar een thema waarover ze zich al opwond in haar oude leven. "In de jaren negentig werkte ik bij een crisisinterventieteam. Daar organiseerden ze een slachtoffer-workshop. Wie verzint er zoiets? Daar zaten allemaal mensen bij elkaar en keken treurig. Toen wist ik al: foute aanpak. Dit helpt niemand."

Voorgeschiedenis
De daders die het kwaad aanrichten, zijn daarbij zelf vaak ook slachtoffer doordat ze zelf mishandeld zijn in hun jeugd. "Ik heb lang in gevangenissen gewerkt als psycholoog en ik heb zoveel daders getroffen die zelf slachtoffer waren. Die gevallen zijn zelfs vaak dramatisch." Maar uiteindelijk is ieder mens in haar visie verantwoordelijk voor zijn eigen handelen en moet verantwoording afleggen voor zijn daden. "Wat je voorgeschiedenis ook is, je hebt een keuze. En er zijn mensen die altijd weer voor het kwaad kiezen."

Ook de dader die de ravage in haar leven aanrichtte, raakte in zijn jeugd zwaar beschadigd. Ze omschrijft hem. "Hij is een paar jaar ouder dan ik. Geen typische gevangene met tattoos enzo. Als je hem op straat zou zien lopen zou je denken: knappe vent. Relatief groot, sportfiguur, type skileraar. Altijd bruinverbrand, omdat hij een cel op het zuiden had. Tot hij zijn mond opendeed. Hij heeft een licht spraakgebrek en kan heel agressief zijn."

Al in de pubertijd werd hij voor het eerst voor seksuele delicten opgepakt. Hij zat al ruim dertig jaar in de gevangenis, met korte tussenposen van vrijheid. Zijn laatste slachtoffer verkrachtte hij niet alleen, maar vermoordde hij ook. Daarvoor kreeg hij levenslang.

Preusker: "De familiaire achtergrond was desastreus. Een moeder met heel veel problemen. Hij deelde vrouwen in twee groepen in: hoeren en heiligen. De hoeren kon je verkrachten zoveel je wilde, de heiligen waren meer dan heilig. Op een of andere manier ben ik ergens van de ene naar de andere groep verplaatst. Ik heb dat niet gemerkt."

Onvoorspelbaar gedrag
Ze heeft zichzelf veel verwijten gemaakt. Met een collega heeft ze alle stappen doorlopen die ze met deze gevangene heeft gemaakt. "Telkens weer vroegen we ons af: wat hebben we niet gezien?" Ze konden geen fouten ontdekken. "Alle volgens professionele normen te maken tests zijn precies goed gedaan. Er is gewoon nooit uitgekomen dat hij zoiets zou proberen. Het was totaal onvoorspelbaar gedrag geweest."

Beeld Renske Karremans

Ze heeft vele aanklachten ingediend, samen met haar man Wolfram, die jurist is. Tegen haar werkgever, tegen de politie, die in haar ogen te laat optrad, tegen de staat Beieren. Ze kon goed opschieten met de persoon die verantwoordelijk was voor de veiligheid in de gevangenis. "Ik heb alles hier onder controle, zei de veiligheidsman altijd. Het mes maakte de dader op de werkplaats. Na het werk moeten de gevangenen grondig gefouilleerd, daar is het duidelijk misgegaan. Er blijkt, achteraf, een ruimte achter de kasten te zijn waar nooit gekeken werd. Daar hing dat mes, al maanden."

Inmiddels zijn de veiligheidsvoorschriften in de gevangenis verbeterd en de procedures van de politie gewijzigd, weet ze. "Dat komt doordat ik er op alle mogelijke manieren op gehamerd heb dat er zoveel is misgelopen", denkt Preusker.

Dat ze in de openbaarheid treedt met haar verhaal wordt haar niet door iedereen in dank afgenomen, vertelt ze. "Het wordt door sommige collega's als nestbevuiling gezien. Zij zeggen: je maakt carriere met wat je is overkomen. Dat is niet leuk om te horen."

Overwinning
Het begin van haar persoonlijk herstel begon elf maanden na het gebeurde met het proces tegen de dader. Veel Duitse media volgden de rechtszaak waar al die intieme feiten, van haar en van de dader, op tafel kwamen. "Ik was zo verschrikkelijk bang voor die rechtszaak, zo ongelooflijk bang. Maar ik wilde niet dat die rechter mij als een aktenummer zou zien. Ik moest er zelf bij zijn."

Voor het eerst keek ze de dader weer in de ogen. Hij was de eerste die wegkeek. Voor haar een grote overwinning, zegt ze nu, dat ze trots overeind bleef. "Dat heeft me zo geholpen."

Haar verhoor duurde ruim drie uur. "De dader begon zich op een gegeven moment tegenover mij enorm te verontschuldigen. Toen heb ik gezegd tegen de rechter: 'Ik kan deze onzin niet aanhoren'. En ik ben gewoon de zaal uitgelopen. Ik heb 4,5 jaar van deze man moeten aanhoren hoeveel spijt hij niet had van alles wat hij had aangericht. Ik dacht: niet nog een keer, niet voor de rechter."

Voor de verkrachting van Preusker kreeg de dader nog eens dertien jaar en negen maanden, bovenop de al levenslange straf. Hij komt niet meer vrij. "Daar ben ik heel blij om. Ik zou doodsbang zijn als hij vrijkomt. Hij zou in staat zijn te denken: kom, ik ga maar eens op de koffie bij mevrouw Preusker. Zo gek is hij."

Zekerheid
Maar voor de zekerheid is ze toch altijd bewapend als ze het huis verlaat. "Mijn wapenarsenaal: mijn pepperspray, mijn hond en mijn mobieltje. Ik heb ze altijd bij me."

Ze slikt nog altijd medicijnen tegen de angst. "Die druppeltjes geven me net de zekerheid die ik nog nodig heb."

Gesloten deuren maken haar doodsbang. "Ik geloof niet dat ik daar ooit van af zal komen. Ik moet altijd het gevoel hebben, waar ik ook ben, ik kom hier meteen uit. Het is niet zo dat dit mij verder erg hindert, hoor. Maar het verandert het leven wel."

Het grootste probleem voor haar is dat ze niet durft te vliegen. "Ik wil binnenkort nog een therapeutische poging doen om daarmee in het reine te komen." Lachend: "Maar ik weet niet hoe dat moet, hoor, ik kan moeilijk op 12.000 meter hoogte roepen: maak nu de deuren open."

Weg uit Beieren
Ze heeft ondanks het kwaad dat haar oude leven kapotmaakte, toch geluk gehad, zegt ze. "Met mijn familie en vrienden, met mijn therapeut. Met dat ik hier in Maagdenburg met mijn man kon gaan wonen, weg uit Beieren. En ook wel met hoe ik ben, zelfmedelijden is niks voor mij."

Inmiddels zijn er dagen dat ze niet meer denkt aan die 7de april. "Dan denk ik een dag later: hé, gisteren ben ik het vergeten. Dat is natuurlijk een topdag. Er zijn ook andere dagen. Gisteren bijvoorbeeld zag ik in de stad iemand lopen die zo op de dader leek. Dan denk ik er aan."

Het is een ander leven, het leven na haar confrontatie met Het Kwaad. "Ik heb het niet uitgezocht, ik heb het niet vrijwillig gekozen. Ik heb mijzelf in dit nieuwe leven opnieuw moeten uitvinden."

Het gaat haar nu goed, durft ze inmiddels te zeggen. "Ik kook voor mijn man, ik voed de hond op, en ben druk bezet. Ik schrijf het ene boek na het andere. Na mijn boek over wat er gebeurd is, volgden een boek over mijn hond en twee detectives. Die hebben niks te maken met wat mij is overkomen. Ik wilde vroeger al detectives schrijven, nu heb ik er tijd voor. Mijn derde is in wording."

Terwijl we een blik werpen door een raam in haar werkkamer op de mooie torens van de dom van Maagdenburg, noemt ze nog een positief voorbeeld van verbetering. In het begin waren er veel taboewoorden om haar heen. "Verkrachting bijvoorbeeld, daarvoor gold: alsjeblieft, zeg dat woord niet."

Dat is genormaliseerd. "Mijn zoon had laatst een rol tape meegenomen, die lag op de gang, hij is voetballer. Ik keek ernaar met een bepaald gezicht. Toen maakte hij een grap. 'Je hoeft zo helemaal niet te kijken, hoor, jij slachtoffer.' We hebben er hartelijk om gelachen. Ja, echt waar, alles is normaler geworden."

Het Kwaad

In interviews en reportages laat Trouw-verslaggeefster Harriët Salm de komende weken zien hoe vanuit diverse invalshoeken over het aloude thema Het Kwaad wordt gedacht. Er komen mensen aan het woord die ermee in aanraking kwamen. Theologen en filosofen die erover nadenken. Een hersenwetenschapper die het in het brein aantreft. Kinderboeken- en thrillerauteurs die erover schrijven. Satanisten die zich erdoor laten inspireren. Evenals de vraag hoe een volk een kwaad verleden verwerkt.

Vandaag de eerste aflevering: de Duitse gevangenispsychologe Susanne Preusker beleefde zeven uren van doodsangst toen een gevangene haar verkrachtte en mishandelde. Hoe gaat zij om met dit kwaad dat op haar pad kwam?

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden