Miserabel einde van een maffiabaas

Capone's leven had een andere wending kunnen nemen toen hij in 1918 trouwde en vader werd

Zomer 1895. Zoals zoveel Italianen stappen Gabriele Capone en zijn vrouw Teresina Raiola aan boord van een schip dat hen naar New York brengt. De Capones verlaten voorgoed hun dorpje onder de rook van de Vesuvius en vestigen zich in een ongure buurt in Brooklyn, waar schurken, boeven en prostituees vrij spel hebben. Gabriele kan er aan de slag als dagloner: zwaar werk dat niemand anders wil doen dan de Italiaanse immigranten, die geen betere baantjes kunnen krijgen. Voor Italo-Amerikanen haalt men in de Verenigde Staten de neus op. Italianen, dat zijn spaghettivreters.


Tsja, daar gaan we, ben je geneigd te denken na het lezen van de eerste pagina's van Deirdre Bairs 'Al Capone. Leven, legende en nalatenschap'. Als middelste zoon van de in totaal negen kinderen van Gabriele en Teresina, groeit de in 1899 geboren Alphonse, kortweg Al, op in weinig florissante omstandigheden. Een leven dat voorbestemd is voor de onderwereld? Had het anders kunnen lopen?


Toch wel, want de ijverige Gabriele werkt zich op tot kapper en zorgt ervoor dat zijn gezin na een paar jaar in Amerika een stinkende huurkazerne kan inruilen voor een ruimer en minder vuil appartement. Volgens hun buurtgenoten hebben de Capones het gemaakt.


Waarom moeilijk doen als het makkelijk kan, moeten Gabriele's zonen hebben gedacht. In plaats van hun vader als voorbeeld te nemen, spiegelen ze zich aan het schorem dat op straat rondhangt en met duistere zaakjes snel geld maakt. Dat geldt ook voor vechtersbaas Al. Hij onderscheidt zich slechts van zijn broers door onmiddellijk succes te oogsten met zijn illegale activiteiten.


Wanneer maar enkele verhalen over de jonge Al Capone waar zijn, is hij als tiener al verantwoordelijk voor minstens een handvol doden. Eenmaal volwassen hoort hij bij de bende van Johnny Torrio, een fatterige crimineel die in New York en Chicago opereert.


En toch had Capone's leven een andere wending kunnen nemen. In 1918 trouwt hij en wordt vader. Het lijken de voorboden van een ommekeer: Capone krijgt een baantje als boekhouder en is enige tijd op het rechte pad. Als zijn vader in 1920 plots overlijdt en Al - als enige zoon die zijn tijd niet lummelend verdoet - zich niet alleen verantwoordelijk voelt voor zijn eigen gezin, maar eveneens voor dat van zijn moeder, blijkt het boekhoudersloon ontoereikend en daar is Torrio weer.


Vijf jaar later is Capone's ster onder de penoze zo gerezen dat hij de maffiabaas kan opvolgen, leider wordt van een miljoenenbedrijf, en bekend komt te staan als 's werelds meest gevreesde gangster. Op 27-jarige leeftijd verdient hij met honderden bordelen, clandestiene kroegen en gokhallen netto veertig miljoen dollar per jaar, plusminus een half miljard omgerekend naar de koopkracht van vandaag. Tot 1931 is Al Capone de ongekroonde koning van de georganiseerde misdaad.


Met zo'n spaarpot is het een koud kunstje om het volk voor je te winnen. Capone is een playboy, een dandy, een verkwister, maar ook een gulle gever: kinderen krijgen zakken snoep, hij strooit met vijfdollarbiljetten en de kolenrekeningen van arme oude vrouwtjes worden door hem betaald.


Tegenstanders maken voortdurend jacht op deze Robin Hood onder de zware jongens. Bair telt twaalf mislukte moordaanslagen. Zelf kan Capone er ook wat van. Van de zevenhonderd moorden die in de jaren twintig in Chicago, misdaadhoofdstad van de wereld, worden gepleegd, is hij er bij meer dan tweehonderd betrokken. Gewoonlijk wordt Capone begeleid door acht lijfwachten. Zijn hoofdkwartieren verbouwt hij tot burchten, compleet met vluchttunnels, valluiken en schuivende muren.


Maar waar tegenstanders uit het milieu het op Capone hebben voorzien, gaat biografe


Bair nauwelijks in op de vraag hoe het kan dat justitie pas begin jaren dertig serieus werk maakt van pogingen om Capone achter de tralies te krijgen. Er zijn meer onderwerpen waaraan ze voorbij gaat. Zo komt onvoldoende uit de verf wat Capone's drijfveren zijn. Macht? Geld? De Drooglegging komt er ook bekaaid vanaf. Geen woord over de achtergrond en de ins en outs van het verbod op alcohol, terwijl de illegale handel in sterke drank een van de steunpilaren onder Capone's imperium is.


Dergelijke omissies zijn Bair te vergeven, omdat ze in plaats daarvan ontzettend veel boven tafel heeft weten te krijgen over haar protagonist en de mensen om hem heen. De ervaren biografe (eerder zette ze de levens van onder anderen Samuel Beckett, Carl Jung en Simone de Beauvoir op papier) ging op zoek naar de nazaten van de crimineel, en overtuigde velen om voor het eerst hun verhaal te vertellen en oude fotoalbums en kisten met familiedocumenten van zolder te halen.


Belangrijk is ook dat Bair de mythes rond Capone tegen het licht houdt. Al tijdens zijn leven deden talloze verhalen over hem de ronde. Na zijn dood neemt de legendevorming nog in omvang toe. De biografe schrijft alle vertelsels op, ontzenuwt ze en laat zien hoe het wel zat.


In feite is Capone's leven na 1931 voorbij. Zoals zijn rivalen met hem strijden om de beste plek op de apenrots, zo buitelen crimefighters over elkaar heen om hem uit te schakelen. Een blunderende advocaat zorgt ervoor dat hij elf jaar de cel in gaat. Van meedogenloze maffioos verandert hij op het beruchte gevangeniseiland Alcatraz in 'Gevangene 85'. Neurosyfilis maakt van hem een miserabel hoopje mens met de geestelijke vermogens van een kind. Nog geen vijftig jaar oud sterft Al Capone in 1947.


Je zou bijna medelijden met hem krijgen, ware het niet dat alleen enkele van zijn nakomelingen in het laatste hoofdstuk van Bairs biografie in Al Capone nog de rechtschapen zakenman zien die hij met een andere wending van het lot had kunnen worden.


"Je hebt een mooie kont." De jonge Al Capone, die overal wel ergens een liefje had zitten, dacht dat hij een compliment maakte toen hij met die woorden de oogverblindende Italo-Amerikaanse aansprak. Ze was de bar binnengelopen waar hij als uitsmijter werkte.


Haar broer, al flink in de olie, vatte deze toe-nadering op als een belediging. Om de eer van zijn zus te verdedigen ging hij de womanizer te lijf en takelde diens gezicht toe.


Wie naderhand een opmerking maakte over Capone's gehavende gelaat moest het bezuren. Van de bijnaam Scarface ('Littekenkop') wilde hij al helemaal niets weten, maar hoe goed hij de publieke opinie ook wist te bespelen, van dat etiket kwam hij nooit meer af.


Deirdre Bair: Al Capone. Leven, legende en nalatenschap (Al Capone. His Life, Legacy, and Legend) Vert. Conny en Vera Sykora Spectrum; 454 blz. euro 29,99

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden