Misbruikende dominee vraagt om weerwerk

Seksueel misbruik door predikanten kan desastreus zijn, zowel voor de slachtoffers als voor de kerk. „Preventie is goed, maar biedt geen garanties", zegt Alexander Veerman. Morgen promoveert hij in Kampen op misbruik. Wat moeten kerkenraden en adviseurs doen als een dominee de grenzen overschrijdt?

Seksueel misbruik is een onderwerp dat, zo jong als hij is (35), al jaren de aandacht heeft van ds. Alexander Veerman. We praten over zijn proefschrift, met de toepasselijke titel ’Ontredderd’, in de werkkamer van zijn pastorie naast de Maranathakerk in ’t Harde.

Was er niets leukers te bedenken om op te promoveren?

Veerman: „Vast wel, maar het onderwerp seksueel misbruik in brede zin houdt me erg bezig, vooral omdat het ook kinderen kan treffen. Ik heb een aantal verhalen van dichtbij meegemaakt. Laat je je daardoor raken, dan brengt dat een omslag in je denken teweeg. Seksueel misbruik ervaar ik als het absolute kwaad, het is vernietigend. Ik vind het enorm schokkend dat het ook in de kerk gebeurt en dat de kerk er bovendien geen antwoord op heeft. Dat komt ook tot uitdrukking in de taal van de kerk. De dader, en de omstanders die graag van de spanningen af willen, hebben meer woorden tot hun beschikking – zonde, schuld en daarop volgend vergeving – dan de slachtoffers. Met troost, gerechtigheid en vooral met wraak kan de kerk moeilijker uit de voeten. Daardoor zijn het ook eerder de slachtoffers die de kerk uitgaan en een andere gemeenschap zoeken, dan de daders.”

Natuurlijk is preventie van seksueel misbruik te verkiezen boven er verstandig mee leren omgaan, beaamt Veerman.

„Een kerkenraad kan van tevoren gedragsregels afspreken met een te beroepen predikant: denk erom, géén relaties met gemeenteleden. Maar zelfs dan is het nooit met zekerheid te voorkomen. Voordeel is wel dat er, mocht het tot seksueel misbruik komen, over dat deel van het proces geen misverstand kan bestaan.

Ervan uitgaande dat het niet is te voorkomen, is helderheid geboden, meent Veerman, „over wat we als kerkelijke gemeenschap wel en niet tolereren en hoe we, geconfronteerd met seksueel misbruik door een predikant, met zo’n situatie omgaan. De landelijke kerk moet daarbij de helpende hand reiken en is daar ook hard mee bezig. Klachten over misbruik door een predikant van zijn gezag of ambt kunnen worden gemeld bij het SMPR, het interkerkelijk samenwerkingsverband tegen seksueel misbruik in pastorale relaties. Gemeenten kunnen een beroep doen op begeleiding door deskundigen, en er is inmiddels een voorbeeldprotocol over hoe om te gaan met seksueel misbruik, dat gemeenten op hun eigen situatie kunnen afstemmen.”

Een en ander is vastgelegd in de nieuwe kerkorde van de PKN. Een hele vooruitgang, vindt Veerman, maar er zijn natuurlijk meer kanten aan het verhaal. Het klimaat in een kerk bijvoorbeeld: is dat zo open dat er gepraat kan worden over zulke dingen?

Een belangrijk element in het mijnenveld van seksueel misbruik is de machtspositie van de predikant. Veerman: „Je hebt als predikant áltijd macht, ook als je je laagdrempelig presenteert en je bij je voornaam laat noemen. Juist vanwege die machtspositie is het ook altijd de predikant die verantwoordelijk is voor het bewaken van de grenzen tussen gemeenteleden en hemzelf.”

Vaak is de predikant de enige betaalde kracht en is het verleidelijk, zeker als hij dat zelf aanbiedt, taken naar hem toe te schuiven, met als gevolg dat hij nog meer macht krijgt. Bovendien is veel van het werk van de predikant, in het pastoraat bijvoorbeeld, niet zichtbaar voor de rest van de gemeente. Ook dat geeft macht.

Veerman is echter van mening dat kerkenraden zich veel meer bewust zouden moeten zijn van hun éigen macht. „De kerkenraad kan regelmatig functioneringsgesprekken houden met de predikant. Zo kom je erachter of hij kan omgaan met kritiek. Blijkt dat niet het geval te zijn, dan is dat voor de kerkenraad het signaal dat er een communicatiestoornis gaat ontstaan.”

In zijn onderzoek beschrijft Veerman (anoniem) drie processen in gemeenten, die te maken hebben gehad met seksueel misbruik door predikanten. De predikanten zijn alledrie uiteindelijk veroordeeld en uit hun ambt ontzet. „In de gemeente van dominee X liep de kerkenraad ertegen aan dat X op verschillende terreinen disfunctioneerde. Dat hebben ze niet kunnen stoppen”, vertelt de promovendus, „met als gevolg dat zijn macht alleen nog maar groter werd. Als het niet lukt een predikant op zijn functioneren aan te spreken, zou je als kerkenraad om te beginnen een dossier moeten gaan bijhouden en, als er niets verbetert, visitatie aanvragen.”

Ook in het geval van dominee Y durfde de kerkenraad niet in te grijpen. Regelmatig zagen gemeenteleden ds. Y hand in hand in een winkel lopen met een pastorant. De kerkenraad vond dat vreemd en sprak hem daarop aan. Waarop Y antwoordde: Nee, dat is helemaal niet vreemd, dat hoort bij mijn visie op pastoraat. Veerman: „Had men op dat moment met een deskundige overlegd, dan was de opmerkelijke ambtsopvatting van de predikant in een eerder stadium ter discussie gesteld.”

Instanties die met seksueel misbruik in gemeenten te maken hebben, zoals de werkbegeleiding en de SMPR, brachten Veermans onderzoek onder de aandacht van de drie getroffen gemeenten, die vervolgens zelf contact met hem opnamen. „Ze waren door een heel moeilijke periode heengegaan en wilden hun verhaal wel vertellen, opdat andere gemeenten daar misschien iets aan zouden kunnen hebben.” Veerman verwacht dat zijn onderzoek inderdaad dat effect kan hebben.

Het nieuwe van zijn onderzoek is de beschrijvingsmethode. Hij beschrijft de processen die de drie gemeenten hebben doorgemaakt niet in fasen maar in episoden, verhaallijnen. „Het nadeel van fasen is dat een fase een begin- en een eindpunt heeft, terwijl er thema’s zijn die op verschillende momenten in het proces steeds weer terugkomen. Een centrale verhaallijn is bijvoorbeeld de vraag ’wat is seksueel misbruik?’ Gemeenteleden blijken dat vaak niet goed te weten. Heeft dominee nu een romantische relatie, pleegt hij overspel of gaat het hier om misbruik?”

„Ook het thema ’schuld’ speelt op verschillende niveaus een rol. Wie heeft de schuld? De predikant of die vrouwen die er zo ’raar’ bij lopen? Een andere vraag die steeds in het proces terugkomt is die naar openheid of terughoudendheid: zullen we de gemeente informeren of niet?” Veerman hoopt met de beschrijving van de drie praktijkgevallen van seksueel misbruik en met het ’raster’ van zijn indeling in episoden, kerkenraden en begeleiders een bruikbaar handvat te geven, hoe met zo’n pijnlijke kwestie om te gaan.

Misbruik vraagt altijd om een keus, vindt de promovendus. „Het is een roep om beveiliging en bescherming, en dat kan maar één ding betekenen, namelijk dat degene die gekwetst heeft een stap terug moet doen. Mensen vallen niet samen met wat ze gedaan hebben, maar dat kan zo vernietigend zijn, dat de dader zijn zorg niet altijd bij de gemeente zal kunnen halen. Berouw en schuldbesef zijn dan op hun plaats, ook straf. Dat kan inderdaad betekenen verlies van het ambt.”

Alexander Veerman: ’Ontredderd’, uitgeverij Boekencentrum Zoetermeer, ISBN 9023919971, 380 blz, 27,50 euro.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden