Misbruik de vrijheid van onderwijs niet

De vrijheid van onderwijs beter toesnijden op de eisen van een geseculariseerde samenleving is een goed idee, vindt de Rotterdamse wethouder van onderwijs Hugo de Jonge. Maar: 'De vrijheid van onderwijs is geen vrijbrief voor slecht onderwijs.'

Staatssecretaris Sander Dekker (VVD) wil het ouders makkelijker maken een school te beginnen. Ook moet een school sneller van kleur kunnen verschieten en moet er meer toezicht komen. De Rotterdamse CDA-wethouder van onderwijs Hugo de Jonge is niet bang dat Dekker het christelijk onderwijs de nek wil omdraaien. Maar de plannen schieten volgens hem tekort voor het oplossen van twee problemen: nog steeds kunnen straks scholen worden opgericht die niet levensvatbaar zijn, en incompetente schoolbestuurders wordt geen strobreed in de weg gelegd.

Artikel 23 wordt gemoderniseerd, maar wat is eigenlijk het probleem dat moet worden opgelost?
"Is er wel echt een probleem? Dat is maar zeer de vraag. De kern van de vrijheid van onderwijs is voor mij de vrijheid van ouders om onderwijs te kiezen dat past hij hun overtuiging. Die kern is nog verrassend actueel en staat nog steeds overeind. Als je kijkt hoe groot de animo is voor het bijzonder onderwijs dan kun je zeggen: het gaat nog steeds goed met de vrijheid van onderwijs. Het is een algemeen geaccepteerd én gewaardeerd gegeven dat je de school kiest die past bij je levensbeschouwing en pedagogische visie.

Lang was de vrijheid van onderwijs vooral geënt op levensbeschouwelijke richtingen. Maar je kunt niet ontkennen dat de laatste decennia sprake is geweest van secularisatie, van ontkerkelijking. De betekenis van levensbeschouwelijke richting is voor ouders minder geworden. Het kabinet kiest nu voor het zogenoemde richtingvrije plannen. Ouders moeten aantonen dat er voldoende kinderen zijn voor het stichten van een nieuwe school, richting doet er niet meer toe. Voor mij gaat die aanpassing terug naar het wezen van de vrijheid van onderwijs. Die geeft ouders mede- eigenaarschap over school. Het is hun school en dat vergroot de betrokkenheid. Je bent geen klant, maar participant, je doet mee. Dat element van de school aan de ouders, dat wordt nu versterkt."

Schoolbesturen hebben vaak zoveel scholen onder hun vlag en zijn zo geprofessionaliseerd, daar zit toch geen gewone ouder meer in?
"Het is een wezenlijk gevaar dat er geen ouder meer in het bestuur zit. De professionalisering is nodig geweest, maar het risico is dat schoolbesturen de band kwijt raken met ouders en kinderen en dat ze daarmee de wortels in de samenleving verliezen. Dat is geen denkbeeldig gevaar. Het vervreemdt je van diegene voor wie je het doet, en van je publieke opdracht."

Ook gelet op die professionalisering is het een hele klus om een school op te richten en in stand te houden. Denkt u dat er veel nieuwe scholen bij zullen komen?
"Nou, je moet er niet al te romantisch over doen. Deze beweging is geen revolutie, ik geloof niet dat er plotseling allerlei nieuwe scholen gesticht zullen worden, en allerlei scholen van kleur gaan verschieten. Er moet echt animo zijn bij de ouders, zij moeten met ouderverklaringen kunnen aantonen dat er interesse is. En er wordt een aantal voorwaarden gesteld, aan de leraren, aan de lestijd. Er zullen wel wat verschuivingen komen, maar dat heeft tijd nodig. Ik geloof ook niet dat er heel veel exotische scholen bij zullen komen. Het gros van de ouders kiest voor het bijzonder onderwijs omdat het vaak degelijke scholen zijn, waar normen en waarden belangrijk zijn, waar gewoon goed les wordt gegeven."

Grofweg twee derde van de Nederlandse scholen is christelijk, terwijl nog maar een derde van de bevolking lid is van een kerk. De staatssecretaris wil het scholenbestand meer in evenwicht brengen met de geseculariseerde wereld. Zijn dat geen mooie woorden voor: ik wil minder christe- lijke scholen?
"Ik heb dat niet in zijn voorstellen gelezen. De vrijheid van onderwijs is het basisbeginsel van de inrichting van het onderwijs in Nederland. Richting was heel bepalend, maar het is onlogisch dat nu zo te houden. Dekker geeft geen andere wending aan artikel 23. Dat grondrecht staat pal overeind, en de kern wordt opnieuw onderstreept. Ik lees deze plannen van het kabinet van VVD en PvdA natuurlijk kritisch. Je moet altijd opletten als PvdA en VVD samen iets doen, maar op dit punt heb ik geen achterdocht."

Het kabinet vindt dat de overheid sneller moet kunnen ingrijpen als een school het slecht doet. Het CDA is altijd huiverig geweest voor overheidsbemoeienis. Stuit dit idee u tegen de borst?
"Integendeel. Het CDA is niet doof en blind voor maatschappelijke ontwikkelingen, de terughoudendheid tegenover het stellen van eisen is kleiner dan pakweg vijftien jaar geleden. Artikel 23 mag geen vrijbrief zijn voor slecht onderwijs, de vrijheid is niet ongeclausuleerd. Die gedachte is gemeengoed geworden in de partij. Op initiatief van het CDA moet een school nu binnen een maand na de bekostiging kunnen bewijzen dat er voldoende gekwalificeerd personeel is, dat de kinderen voldoende les krijgen op school. Dat is een stap in de goede richting.

Maar ik vind dat je die beoordeling moet vervroegen. Er zijn scholen gestart die op voorhand niet levensvatbaar waren. Daar kun je tot op heden weinig aan doen, er is geen kwalitatieve toets voordat de overheid begint met de financiering van de school. En het gekke is: dat is Dekker ook niet van plan. Dat is wel nodig als je artikel 23 aan het actualiseren bent. Dat hoort erbij."

Als het makkelijker wordt om scholen te beginnen, en het kabinet blijft afzien van scherpere eisen vooraf, komen er dan nog meer slechte scholen?
"Nee, dat geloof ik niet, zoveel makkelijker wordt het nou ook weer niet om een school te beginnen. Zo'n toets is een extra rem, noodzakelijk om een dam op te werpen tegen scholen waarvan je op voorhand ziet dat ze het niet gaan redden. Het duurt ook in het nieuwe systeem nog steeds lang voordat de inspectie een oordeel velt over kwaliteit van het onderwijs. In de tussentijd krijgen kinderen slecht onderwijs. Voor hen is dat een gemiste kans."

Maar de vrijheid van onderwijs is er toch niet voor de kinderen, maar voor de ouders? Het is hun keus!
"Ja maar er zijn grenzen, wacht even! Kijk, ik lees even voor uit de Grondwet: het geven van onderwijs is vrij, behoudens de eisen die de wet eraan stelt. Dus in artikel 23 zit een balans tussen de wens van de ouders en het publiek belang dat door de overheid wordt geborgd middels toezicht. Kijk naar scholen als Iederwijs, die zijn in niemands belang. Dat is een speeltuin, dat is vermaak."

Vindt u dat ook van de Steve Jobsscholen, waar geleerd wordt met iPads?
"Persoonlijk heb ik er niet zoveel mee. Maar ik vind het goed dat mensen die het onderwijs willen vernieuwen daarvoor ruimte krijgen. De kern is dat de school resultaat levert. Je moet scholen vrijheid en ruimte geven om te bepalen hoe ze de opdracht aan het onderwijs wensen te bereiken, maar je moet een aantal dingen normeren. Vrijheid in verantwoordelijkheid. Vrijheid is nooit absoluut, dat is geen enkel grondrecht. Het publiek belang van onderwijs is zo groot dat het die inbreuk rechtvaardigt. De norm moet wel geobjectiveerd zijn; of je je eigen kinderen naar een school zou sturen is niet de maat der dingen. De vormende kant is minder goed te normeren, daar hebben scholen meer vrijheid. Ik denk dat we behoedzaam moeten zijn om dat deel dicht te schroeien."

Iemand die een school sticht die het niet redt, kan zo weer een andere school beginnen. Is dat ook vrijheid van onderwijs?
"Het komt voor dat een nieuwe school wordt gesticht door iemand die verantwoordelijk was voor een school die onderuit is gegaan. Dat is een soort draaideurconstructie, die heeft met de vrijheid van onderwijs niet meer zo gek veel te maken. Artikel 23 moet tegen deze mensen beschermd worden, je moet de vrijheid van onderwijs weerbaar maken tegen diegenen die er misbruik van maken, laat ik het maar gewoon hard zeggen. Staatssecretaris Dekker wil gelukkig die kant nu ook op. Dit grondrecht is niet bedoeld om kansloze scholen te laten stichten en mensen die het aantoonbaar niet kunnen keer op keer een nieuwe kans te geven."

Met zijn handen op zijn rug moest Hugo de Jonge voor de vakantie de brand blussen die uitbrak nadat op de islamitische scholengemeenschap Ibn Ghaldoun 27 examens waren gestolen. Als wethouder kan hij de school niet sluiten, maar hij was vlijmscherp in zijn oordeel. Op deze enige overgebleven islamitische middelbare school in het land was zoveel aan de hand dat het schoolbestuur de tent van hem onmiddellijk moest sluiten. Dat kwam de CDA-wethouder op lovende, maar ook woedende reacties te staan van moslims. Sommigen verdachten De Jonge ervan zo uit te halen omdat hij bezwaar heeft tegen onderwijs op islamitische leest.

In de kwestie met Ibn Ghaldoun is u verweten dat u het islamitisch onderwijs om zeep wilde helpen. Is dat uw geheime agenda?
"Nee. Waar het christelijk deel der natie recht heeft op christelijk onderwijs, heeft het islamitische deel dat ook. De eisen die aan het oprichten van nieuwe scholen worden gesteld zijn voor een deel van het onderwijs al een groot beletsel, dus ook voor het islamitische. Er waren in Nederland twee islamitische scholen voor voortgezet onderwijs. Die in Amsterdam is al ter ziele. Er wordt hartstochtelijk geprobeerd een nieuwe te stichten. De gemeente Amsterdam heeft daar ernstige twijfels bij, en terecht denk ik. Wij hebben de Ibn Ghaldoun, en daarover zijn enorme zorgen, over financiën, over kwalititeit, over de buitengewoon negatieve beeldvorming. Er wordt nu gezocht naar een manier om het islamitisch onderwijs op nieuwe leest te schoeien, onder verantwoordelijkheid van het christelijke CVO-bestuur. Maar tot die verkenning is afgerond, gaan de kinderen gewoon naar een school die naar mijn idee niet anders kan doen dan zeggen: wij sluiten. Dit is geen levensvatbare school meer. Ik vind het pijnlijk om dat te moeten zeggen. Er is animo voor islamitisch onderwijs, en ik zou deze ouders en leerlingen eindelijk een goeie school gunnen. Het gros van de islamitische ouders kiest trouwens voor christelijk onderwijs."

Bewijst deze affaire dat islamitisch onderwijs slecht is voor de integratie van de leerlingen?
"Dat is veel te boud. Een aantal basisscholen van islamitische signatuur doet het redelijk goed. Slecht onderwijs levert een slechte bijdrage aan integratie, en dat is bij Ibn Ghaldoun zo. De vrijheid van onderwijs is geen belemmering voor integratie: juist als leerlingen zich bewust zijn van hun identiteit kunnen ze zich prima staande houden in de samenleving."

Bij Ibn Ghaldoun staat de oud-rector nu weer voor de klas. Zijn Nederlands is bar slecht, zo was op televisie te horen. Heeft de overheid daar nog enige grip op?
"Naar wij moeten begrijpen, heeft een groot deel van de leraren moeite met het Nederlands. De inspectie onderzoekt de kwestie. Ik ga ervan uit dat zij dit heel kritisch tegen het licht houdt. De inspectie ziet toe of docenten bevoegd zijn, maar hoe kom je aan je bevoegdheid als je geen Nederlands spreekt? Laten we het daar eens over hebben. Op welke lerarenopleiding heeft hij gezeten? Nee, ik vind dit echt onbestaanbaar. Ik heb niet voor niks scherp uitgehaald naar deze school. Er is geen precedent, er is geen tweede Ibn Ghaldoun en dat is maar goed ook."

U kunt de school niet sluiten, maar u zegt wel dat het bestuur dat moet doen. U kunt niet meer doen dan management by speech. Is dat voldoende?

"Ik hoop het."

'Ik geloof niet dat er heel veel exotische scholen bij zullen komen'

Wie is Hugo de Jonge?
1977 geboren in Bruinisse, havo in Terneuzen (een samenwerkingsschool van katholieke en protestanten), protestants-christelijke pabo in Rotterdam

1999 leerkracht protestants-christelijke basisschool De Akker in Rotterdam

2000 adjunct-directeur aan de protestants-christelijke Da Costaschool in Rotterdam

2004 beleidsmedewerker onderwijs bij de CDA-fractie in de Tweede Kamer

2006 politiek assistent Maria van der Hoeven

2007 politiek assistent Marja van Bijsterveldt (en tijdelijk politiek assistent van minister-president Jan Peter Balkenende)

2008 ambtenaar bij OCW, onder andere projectleider gratis schoolboeken

2010 wethouder Rotterdam voor onderwijs, jeugd en gezin

juli 2013: benoemd tot lijsttrekker van het CDA in Rotterdam

De Jonge was in de protestantse wijkgemeente in Charlois ouderling-kerkrent- meester. Hij is lid van de Onderwijsraad.

Hugo de Jonge is getrouwd en heeft twee jonge kinderen. Zij zitten op de pc-school om de hoek in Carnisse, een 'zwarte school', zegt De Jonge, net als de buurt waar hij woont. Hij is tevreden over de school: "Er is orde, rust en regelmaat, de lat ligt hoog, prestaties zijn belangrijk en de resultaten zijn mooi."

Welke hervorming wil het kabinet doorvoeren?
Bij de bouw van een nieuwe wijk rijst al snel de vraag wat voor scholen daar moeten komen. Als in andere wijken in de stad een heleboel kinderen op de protestants-christelijke school zitten, en weinig op de katholieke school, dan is de kans groot dat de gemeente besluit dat in die wijk in ieder geval twee scholen komen te staan. Een openbare, want de gemeente is verplicht om overal openbaar onderwijs aan te bieden. En een protestantse. Schoolbesturen - zowel van christelijke als van openbare - bepalen of de school een bijzondere onderwijskundige grondslag krijgt (als montessori of jenaplan).

Staatssecretaris Sander Dekker vindt dit systeem verouderd. De ouders in die nieuwe wijk vinden misschien een heel ander soort onderwijs ideaal. Twee derde van de kinderen zit op een school met een levensbeschouwelijke grondslag, terwijl nog maar een derde van de Nederlanders lid is van een kerk. Bovendien worden regelmatig scholen op die basis opgericht waarvoor te weinig belangstelling bestaat.

Dekker wil daarom de wet verruimen. Hij wil ouders de mogelijkheid geven om een school op te richten zonder dat daarbij een levensbeschouwelijke richting een rol speelt. Voor bestaande scholen wordt het eenvoudiger om van kleur te veranderen als ouders dat willen. Hij verwacht dat het scholenbestand zo een betere afspiegeling van de samenleving zal vormen.

Zodra het Rijk een organisatie het recht heeft verleend een school te stichten, moet een gemeente zorgen voor een schoolgebouw. Onlangs is in Amsterdam en Rotterdam discussie opgelaaid over het sluiten van slecht functionerende scholen, of voorkomen dat nieuwe scholen met rammelende plannen de deuren openen. Toetsing van plannen voor een nieuwe school of de kwaliteit van onderwijs op een bestaande, is een taak van het Rijk, dat eventueel de financiering van een school kan stopzetten. Dekker heeft deze week toegezegd de criteria aan te scherpen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden