MIRO DROOMT ZIJN WERELD IN BLAUW

In Palma de Mallorca en Barcelona springt Joan Miro in het het oog, op exposities en buiten. Een eeuw geleden geboren, nu tien jaar overleden: een dubbelmooie aanleiding om deze zomer zijn werk ter plaatse te gaan te zien. 'Joan Miro 1893-1993' t/m 30 augustus in de Fundacio Miro, Parc de Montjuic in Barcelona, 9.30-21.30 uur. Cat. 5000 pes (f 80). Entreekaarten voorverkoop bij BBV, Herengracht 479, 1017 BS Amsterdam, tel. 020-626 30 33 of fax. 020-622 43 85. Fundacio Pilar i Joan Miro, Calle Joan de Saridakis 29, Palma, Mallorca, di-za 11-18 uur, zo en feestd. 11-15.30 uur. Gedurende het hele jaar worden op Majorca en in Barcelona diverse exposities en conferenties over Miro gehouden. Informatie bij Iberia, Amsterdam die ook speciale reizen verzorgt.

Het begint op de luchthaven: de binnenlandse Spaanse vliegmaatschappij Viva Air heeft zijn logo uit Miro-letters opgebouwd, een affiche in de aankomsthal dat de aandacht op de toeristische hoogtepunten van Espana vestigt ook. De Caixa de Pensiones, de grootste bank van Catalonie, stal een sterretje van Miro om de naam van het bedrijf vaart bij te zetten. Vorig jaar al werden de Olympische Spelen van een aan Miro ontleend embleempje voorzien en Barcelona afficheert zich nog steeds als zodanig.

Miro is nationaal bezit geworden: even groot als Picasso, Tapies (de meest Catalaanse schilder) en Salvador Dali. Miro heeft ook veel nagelaten aan Spanje; in Catalonie kom je zijn werk op straat tegen. In Palma de Mallorca, waar hij de laatste 27 jaar van zijn leven werkte, valt in het fraaie oude centrum de muur op die met de rug naar het havenfront is neergezet. Vanaf de heuvel waar de gotische kathedraal staat, is het een bijzonder kleurrijk accent van het achterliggende blauwe Middellandse Zeewater. Hier begrijp je waarom Miro zo populair kon worden. Zijn werk heeft iets feestelijk plezierigs. Het oogt naief, spreekt direct aan: geen moeilijke ideeen maar een gemakkelijk te begrijpen vormentaal op basis van gestileerde begrippen. Altijd die droomfiguurtjes die je met opengesperde ogen aankijken, beschenen door een zonnetje of een maan of een met sterren bespikkelde hemel, eenvoudig geconstrueerd zodat ze gemakkelijk zijn na te tekenen, te vergelijken met Dick Bruna en zijn Nijntje voor kinderen. Maar net als Bruna blijf je Miro in al zijn simpelheid herkennen en dus valt hij ook niet zonder meer te imiteren.

In de Mallorcaanse hoofdstad werkte hij in een zelf gezocht isolement, want hij was niet gesteld op de aanhoudende belangstelling van te veel, uiteenlopend publiek. In een buitenwijk staat het huis waar nu nog zijn vrouw Pilar woont. Ze heeft haar naam en die van haar man aan de stichting gegeven die de ateliers in een museumcomplex heeft ondergebracht. Er moest een handvol schilderijen voor worden verkocht, maar toen was het ook mogelijk om het werk van Miro een waardige plek te geven waar het voortaan altijd bezichtigd kan worden.

Ik ga er lopend naar toe, wat vanuit het stadscentrum onverwacht veel tijd kost. Bovendien regent het fiks op het door het toerisme zo getourmenteerde eiland en dat is beslist geen Miro-weer want in zijn landschappen schijnt altijd de zon. De Palmaanse nieuwbouw oogt gruwelijk, overal staan klakkeloze hotels, zonder enige smaak of kraak. De dsrink- en eetgelegenheden heten hier baari, omdat Finse Leo er de tap bedient, of La Gondola, Shanghai of Steakhouse, maar nooit Spaans. Je bent Palma praktisch uit als in de wijk Marivent, waar, inderdaad, onder het heersen van de zee en de wind, een bordje naar het Territorio Miro verwijst. De Calle Joan Saridakis loopt steil op, wat betekent dat Miro vanuit zijn huis een mooi uitzicht over de stad en de alom aanwezige zee heeft gehad. Ik denk aan die zee, omdat het blauw in zijn latere schilderijen zo is gaan overheersen. Als basiskleur naast groen, geel en rood heeft hij veel in blauw gewerkt (het was een van die kleuren waar de surrealisten grote waarde aan hechtten, de kleur van het spirituele), dat vaak een nachtblauw was, maar dat op Palma steeds lichter, echt zeeblauw werd.

Toen Miro hier in 1956 kwam wonen, moet het er nog rustig en onbedorven hebben uitgezien. Nu is het huis aan alle kanten ingesnoerd door appartementsgebouwen die neerkijken op het museum. Het moet geen prettige gedachte voor Miro geweest zijn zo in de kijker te hebben gezeten. Het atelier dat zijn vriend Josep-Lluis Sert voor hem in de achtertuin ontwierp is een lichte constructie met veel glas waarboven het dak zich als een vogelvleugel over de ruime atelierhal plooit.

De eigenlijke werkplek is enigszins verdiept aangebracht, een kelder zo groot als een magazijn. Halverwege de ruimte is een open etage opgehangen waar Miro zijn tekeningen en schetsen plachtte te maken en waar nu een atelier voor grafici is gevestigd. Miro tekende en schilderde vaak op de grond zittend, vooral zijn grotere werken schilderde hij op zijn knieen.

Het atelier is alleen van buiten te bekijken. Door die ramen zie je de laatste schilderijen die hij nog op de ezel had staan toen hij op 25 december 1983 stierf. Maar er is hier nog een ander atelier, waar Miro minstens even vaak heeft gewerkt: het Son Boter, een achttiende eeuws herenhuis dat ooit in bezit was van een Duitser, die er tijdens zijn verblijf op Mallorca feesten hield. Miro kocht het toen hij goed verkocht had op zijn exposities in de Verenigde Staten, om geen andere reden dan er te werken als de temperatuur op zijn hoogst was en het schilderen in het atelier van Sert niet aangenaam was.

De bewaker die meegaat naar het Son Boter, dat in de toekomst misschien nog eens voor publiek toegankelijk wordt, praat met grote liefde honderd uit over de schilder, hoewel hij in het gebouw niet veel kan laten zien. Op de begane grond verwijzen grafitti-achtige muurtekens naar de activiteiten van Miro, ook staan er nog rijen onbeschilderde maar wel al geprepareerde doeken waar de schilder nog op hoopte te gaan werken. Op de bovenverdieping hangen .

ele portretten van Miro's ouders en zowaar een portret van Picasso. Dat is alles, zegt de bewaker, die plotseling veel moeite wil doen om de luiken te openen. Vanaf het balkon biedt hij een schitterend uitzicht op zee, met zowaar het blauw van de laatste schilderijen.

In het museum, door Rafael Moneo - een trouwe volgeling van Sert - in de vorm van een ster gebouwd, komen alle 134 schilderijen, 300 etsen, 105 litho's, een kleine 1000 etsen en proeven, 25 beelden en 3000 voorbereidende werken terecht die na de dood van de schilder resteerden. Maar de beste schilderijen zitten in de Fundacio Miro in Barcelona, waar de schilder bij zijn leven een grote collectie naar toe heeft gestuurd. In Palma is een redelijke doorsnee te zien. Dat zijn niet de sleutelstukken die nu op de grote retrospectieve in de Barcelonese Fundacio hangen. Veeleer ga je naar Palma om de 'stoffelijke' Miro te ontmoeten. Zijn schetsboeken liggen er, penselen, palet, de fles met Rembrandt-tekeninkt, schaaltjes met opgedroogde verf, krabbels op onbestemde stukjes papier, al die overwegingen die hij elke dag, van uur tot uur, heeft gemaakt.

Het is van het gesoleerde Palma naar de wereldstad Barcelona een klein half uur vliegen, maar daarmee kom je wel in een andere wereld terecht. Ook de wereld van Miro, maar waarvan hij voorgoed afstand heeft genomen toen hij naar Mallorca verhuisde. Toen Miro in de jaren vijftig uit Barcelona wegtrok, was hij al behoorlijk beroemd, maar het had de Spaanse regering niet weerhouden hem flink te pesten. Zo kon hij niet naar het buitenland reizen, omdat de republikein Miro geen paspoort kreeg.

Hij hield desalniettemin van Barcelona: hier was hij geboren. Zijn geboortehuis in de Passatge del Credit, een zijstraat van een zijstraat van de Ramblas, heeft hij tot zijn vertrek naar Palma in eigen bezit gehouden. De straat, het geboortehuis zijn er nog steeds. Met recht een passage, want overdekt met een glazen koepel, de straat zelf afgesloten met een hek aan weerszijden. De poort staat gelukkig open, zodat een blik kan worden geworpen op het donkere huis waar een bescheiden schildje hoog aan de muur vertelt dat hier de beroemde schilder werd geboren: 20 april 1893, 's avonds om 21 uur.

Vader Miro was goudsmid en horlogemaker, afkomstig uit TarragonaMontroig waar Miro nog vele malen zou komen, moeder kwam van Palma. Als ik naar de Fundacio Miro op de Montjuic ga, natuurlijk met het bergbaantje dat zijn weg als een mol door de rotsen boort, krijg ik alle beelden uit zijn jeugd te zien. Miro heeft lang uit zijn jeugdbeelden geput, zijn onderwerpen voor zijn eerste tekeningen haalde hij trouwens uit zijn omgeving. Zo maakte hij in 1906, dertien jaar oud, al een serie stadsgezichten. De huizen, die hij als vorm sterk stileert zonder zich in details te verliezen, worden in een blauwe nacht door een gele maan beschenen. Daarmee zijn precies die motieven aanwezig die later in zijn werk terugkeren.

De jonge Miro wil de werkelijkheid vasthouden. Om dat te bereiken hanteert hij een figuratieve stijl die hij pas in de tijd van het kubisme verlaat. Dat gebeurt aan het einde van de jaren '10, begin jaren '20, als hij voor enige jaren in Parijs verblijft en daar vriendschappelijke banden met Picasso, Ernst, Arp en Magritte onderhoudt. De Miro van de jaren '20 ziet alle moderne stijlen van zijn tijd aan zich voorbijtrekken.

Net als Picasso en Braque heeft Miro uit het kubistische avontuur niet de consequentie getrokken om volledig abstract te gaan schilderen. Hoe vervreemdend en zonder ogenschijnlijke betekenis zijn vormen ook zijn, ze refereren altijd aan gegevens uit de realiteit, aan wat bestaat, of dat nu in concreto is of in de droomwereld van de schilder. En Miro is een oneindige dromer die de werkelijkheid vanuit een zeer vertekend perspectief ziet. De vrouw, een thema dat hem voorgoed heeft beziggehouden, wordt een verwrongen monster dat niet meer als zodanig herkenbaar vrij in de ruimte zweeft.

Op de tentoonstelling zijn zijn overwegingen hoe hij tot die vervorming is gekomen, goed te volgen. Daaruit blijkt dat hij oude meesters als voorbeeld nam, zoals een damesportret van de 18de eeuwse graficus T.R. Smith wier portret van ene mrs. Mills de Georges Engleheart door Miro in een aantal stappen tot een onherkenbaar, zeer surreeel wezen wordt neergezet. Overigens is hij in zijn stijl in die tijd allerminst eenduidig, hij blijft lang benvloedbaar door zijn omgeving.

Anders dan de meeste surrealistisch schilderende collega's die Miro naar Amerika ziet vertrekken, heeft hijzelf nooit die stap ondernomen. In 1936, als hij het dreigende oorlogsgeweld al in nachtmerrie-achtige voorstellingen heeft verbeeld, vlucht hij bij het aanbreken van de Spaanse Burgeroorlog naar Frankrijk waar hij eerst in Parijs en later in Varengeville-sur-Mer refuge vindt. Het Normandische badplaatsje, ook tegenwoordig nog een schilderachtig oord, inspireert hem bijzonder. Daar op het platteland begint hij aan de 'Constellatie'-reeks, de meest spirituele schilderijen uit zijn periode van vrijwillige verbanning. Over een min of meer egaal ingekleurde achtergrond trekt hij een gordijn van zwarte of primair kleurige sterren en starende oogjes op, blinde monsters met trilhaartjes en wormachtige structuren die zo uit een biologieboek komen. De titels die hij voor zijn schilderijen bedenkt zijn heel poetisch: 'Figuren in de nacht, geleid door de fosforiserende sporen van slakken' of 'Op de 13de ladder die door het firmament wordt geborsteld' of 'Een dauwdruppel die op de vleugel van een vogel valt maakt Rosalie wakker die in de schaduw van een spinneweb slaapt'. De werkelijkheid van alledag is voor Miro aanzienlijk minder dichterlijk: ook in Frankrijk stampen de nazilaarzen binnen, wat hem noopt om naar Barcelona terug te keren.

Tussen 1940 en '45 is hij een treurige schilder, somber en duister, die pas na de oorlog in zijn herkenbare stijl terugkeert. Veel moet hij trouwens niet hebben gemaakt in deze jaren, op de Barcelonese expositie is er weinig van te zien, net als in Palma. Hoezeer Miro zich met het geweld heeft beziggehouden, bewijst hij op hoge leeftijd.

In de jaren '70 komt hij tot de meest essentiele schilderijen uit zijn ontwikkeling. In een volstrekt lege ruimte trekt hij een tekenachtige lijn, als een halskoord waaraan iemand kan worden opgehangen, maar dat aan de onderzijde open is. 'De hoop van de ter dood veroordeelde' noemt hij de serie. Alles wat hij daarna doet, lijkt vergeefs: de finale is voortijdig gekomen.

Op Palma, waar hij overleed, wilde ik zijn graf zien. Nee, wordt er bij de Fundacio gezegd, Miro is na zijn dood naar Barcelona overgebracht. Maar daar kan, of wil, niemand zeggen waar zijn laatste rustplaats is. Zodat ook deze cirkel voorlopig moet openblijven.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden