Mirjam Koen

Wijsbegeerte gaat over de grote vragen van het bestaan, maar wat heb je eraan in het gewone leven? Over de bruikbaarheid van de filosofie.

'Op mijn veertiende las ik Camus' Caligula voor het eerst. Ik weet niet of ik het toen al las als een filosofisch werk, maar de thematiek greep me aan. Ik zag iemand die het moeilijk had en die erg veel ruimte opeiste -dat herkende ik als puber. De woeste romantiek en het droevige, moraalloze einde. Sindsdien heeft het altijd in m'n hoofd gezeten dat ik dit stuk eens wilde bewerken.

Mijn werk als regisseur vergroot mijn nieuwsgierigheid. Overal sprokkel ik ideeën vandaan, uit wat me overkomt en uit boeken die ik lees. Ik ben niet expliciet op zoek naar filosofische schrijvers, maar ik kan vaak niet om ze heen. Een paar jaar geleden maakte ik bijvoorbeeld een voorstelling over indianen. Daarbij stuitte ik op een boek van cultuurfilosoof Ton Lemaire, waarin hij laat zien hoe de westerling door de jaren heen tegen de indiaan aankeek. Dat was zeer bruikbaar.

Ik wil me steeds dingen blijven afvragen, mijn eigen standpunten weer omverschoppen. Filosofen helpen daarbij. Toen ik een stuk maakte over Wagner kwam ik met Nietzsche en Schopenhauer in aanraking, en via Nietzsche met Lou Salomé. Ik ben geen wetenschapper, de lijn die ik volg hoef ik aan niemand te verantwoorden. Als de opeenvolging voor mij maar logisch is.

Caligula is aanvankelijk een geliefde Romeinse keizer, maar nadat zijn grote liefde gestorven is verandert hij in een wrede tiran. In onze uitvoering van Caligula wilden we zijn denktrant zo lang mogelijk blijven volgen. Zonder Drusilla kan hij geen genoegen meer nemen met het leven van een ambtenaar. In plaats van zichzelf te kwellen met zijn verdriet, besluit hij de wereld te gaan pijnigen. Iedereen zal door hem de absurditeit van de dood ervaren: de keizer zelf wordt het lot. Het is beangstigend om mee te gaan in de logica van iemand die zulke gruwelijke dingen zegt en doet. Voor ons was het zeer confronterend, maar voor het publiek geldt dat ook. Je volgt hem tot een bepaald punt, ineens schrik je wakker maar dan kan je al geen kant meer op. Ik hoor van mensen dat ze er nog dagen mee rond lopen. Dat is precies wat ik wil.

Natuurlijk heeft Camus' toneelstuk nog maatschappelijke relevantie: alle dictators, tot op de dag van vandaag, zijn erin te herkennen. Camus schreef Caligula in 1939. Vlak daarna zag hij hoe met Hitler precies gebeurde wat hij had opgeschreven. Camus is daar hevig van geschrokken en hij heeft in 1945 alsnog een soort moraal in het stuk geschreven. Daar was hij al langer naar op zoek. In mijn bewerking is die moraal niet terug te vinden. Ik acht de bezoeker wijs genoeg om zelf een mening te vormen.

Even aanstootgevend als Caligula's wreedheid is de relatie met zijn minnares. Na zijn grote liefde heeft hij alleen haar nog, maar ze betekent niets voor hem. Ze is er alleen voor zijn genot. Als man eist hij alles voor zichzelf op en zij gaat daar als vanzelfsprekend in mee. Haar wordt geen moment van verzet gegund. Dat vergt veel van de spelers.

Caligula wordt vaak geassocieerd met plat sadisme en porno. Een klein deel van het publiek komt er ook met die gedachte op af, maar die komen bij mij bedrogen uit. De twee oudste, meest ervaren acteurs spelen de senatoren. Zij waren aanvankelijk vrij sceptisch, ze vonden het stuk te puberaal. Maar gaandeweg raakten ze steeds meer betrokken.

Het stuk is zowel moraalloos als genadeloos: het legt mechanismen bloot. Als je de machtswellust herkent, kun je dat volgens mij maar beter onder ogen zien. De vraag is hoe ver je meegaat op het hellende vlak.''

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden