Minka Nijhuis / Vernederd door de eigen vrienden

Zes weken woonde verslaggeefster Minka Nijhuis in Bagdad, bij apotheker Ward en haar man Abbas, acteur. Ze hoort verhalen over hun familie, de vakanties naar Griekenland. Ze ziet hoe de familie zich aanpast aan de oorlog en het leven onder de milities. En hoe het contact met Amerikaanse vrienden verbroken wordt door de foto's over de martelingen. Ze ziet hoe in korte tijd de situatie in Irak escaleert. Vandaag verschijnt haar boek 'Het huis van Khala'.

,,Het is leuk werk. Ik doe het ook om zelfzuchtige redenen, niet als opoffering.'' Vorige week nog werd Minka Nijhuis door vrouwelijke milities ondervraagd in een moskee in Najaf. Ze was er met een collega-journalist. Een Amerikaan, en juist dat was riskant, nadat de foto's van martelingen door Amerikaanse militairen naar buiten waren gekomen.

Minka Nijhuis was daarom nog van plan geweest om het paspoort van de Amerikaanse collega op een veilige plaats te verstoppen, in haar ondergoed bijvoorbeeld. ,,Het is maar goed dat ik dat niet gedaan heb. De leidster van de vrouwelijke milities, een vrouw van tegen de vijftig, greep me waar ze me grijpen kon, bij de fouillering.''

Het paspoort werd niet gevonden en dankzij de bemiddeling door hun tolk, tevens chauffeur, werd de stemming meer ontspannen. ,,Toen we een sigaret kregen werden we al bijna weer gasten. De jonge vrouwelijke milities, allemaal onder de twintig, zetten om de beurt mijn Ray-ban zonnebril op en bekeken mijn mascara. Toen was het goed. Ik heb wel gelachen, omdat ze de helft van mijn tandpasta hebben opgegeten'', zegt Minka.

Bang is ze niet geweest, wel bezorgd voor het lot van haar collega. Daarom was ze hem achterna gelopen, nadat hij was meegenomen, een moskee in. ,,Samen uit, samen thuis.''

Wel is ze steeds somberder over Irak. Ze was in Falloedja, een paar weken geleden, toen vier Amerikanen daar gedood werden, als trofeeën achter een auto aan gesleept en aan een brug gehangen. ,,Dat die Amerikanen gedood werden is helemaal fout, dat voorop gesteld. In sommige berichten werden ze omschreven als aannemers. Ze waren contractors, dat zijn eigenlijk moderne huurlingen. Beveiligingsmensen, officieel, maar zwaarbewapend. Je kunt hen geen burgers noemen. Het is onduidelijk onder wiens mandaat ze vallen, wie hen controleert, of ze de Geneefse conventie wel kennen. Dit zijn ook lui die in de Aboe Ghraib gevangenis zijn beziggeweest. Ze verdienen 1000 dollar per dag. Is het gek dat de Irakezen hen niet als onafhankelijke burgers zien maar als partijgangers, als militairen? Een hotel waar deze beveiligingsmensen een etage huren is geen neutraal terrein meer. Ik wil liever niet in een hotel waar zij ook zitten. Zo'n hotel kan een doelwit worden. Het is vooral deze privatisering die de oorlog steeds vuiler maakt.''

Toen ze twee weken geleden Falloedja binnenreed, in een Irakese ambulance, werd ze tegengehouden door een Amerikaanse marinier. ,,Jij gaat zelfmoord plegen, je gaat aan een brug hangen'', waarschuwde hij haar. De vier Amerikanen waren al gedood. ,,Pure intimidatie. Ik zou een ziekenhuis bezoeken en daar liggen ook burgerslachtoffers. De Amerikanen hebben toch liever niet dat daar journalisten rondkijken.'' De marinier waarschuwde haar dat de ambulance gebruikt werd om wapens te vervoeren. ,,Dat geloofde hij echt. Zo ver is het vijanddenken al doorgedrongen.'' Ze verzekerde hem dat ze dit ambulancepersoneel goed kende, ook de arts van het ziekenhuis, en dat in deze auto beslist geen wapens zaten.

Over het ziekenhuis schreef ze een reportage in Trouw. Het echte ziekenhuis is geconfisqueerd door de Amerikanen, omdat het op een strategische plek ligt. Er zitten nu Amerikaanse sluipschutters. Niet iets om verontwaardigd over te zijn, vindt ze. ,,In het andere geval zou het door de moedjaheddien in beslaggenomen zijn.'' Voor de inwoners van Falloedja maakt het niets uit wie het ziekenhuis heeft bezet. Alle gewonden moeten nu naar een noodhospitaal, dat eigenlijk een gezondheidscentrum is en dus nauwelijks geoutilleerd. De keuken is nu operatiekamer.

Ze is geen klassieke oorlogsverslaggever die ,,van bom tot bom rent''. Reizen wilde ze, meer van de wereld zien dan alleen haar geboorteplaats Rijssen, het dorp met de benauwende sfeer waar schrijver Belcampo van de weeromstuit een verhaal over het einde van de wereld situeerde. Als stewardess kon ze naar Cambodja, het land waar ze voor haar studie een artikel over geschreven had. Daar kwam ze journalisten tegen en ze zag tegen hen op. Tot die aan haar vroegen wat ook al weer de echte naam was van Pol Pot. Ze bleek veel meer van Cambodja te weten dan die verslaggevers. ,,Toen viel de drempel om te schrijven weg.'' Ze schreef over Birma, het land van de koppige oppositieleidster Suu Kyi. ,,Het was het eerste land waarvan ik me het verhaal zelf had veroverd. Voor Vietnam was ik te laat, de oorlog was voorbij en iedereen had er al over geschreven. Toen ik in Birma was dacht ik: hier gebeurt het en niemand schrijft erover.''

In Timor raakte ze verzeild in een enorm conflict zonder dat dit zich vantevoren had aangediend. Ze was er om een boek voor te bereiden. Het gebied werd wereldnieuws, ten tijde van het referendum. Ze vond dat ze er moest blijven, ze was de enige verslaggever. ,,Dat verhaal moest verteld worden.''

,,Ik moet er niet aan denken om een oorlogsverslaggever te zijn die van de ene naar de andere oorlog gaat. Volgens mij dringt het niet meer tot je door waar je bent. Het lijkt ook allemaal op elkaar.'' Toch is ze steeds op plekken waar de aandacht van de hele wereld heen gaat omdat er gevochten wordt. Houdt ze van gevaar?

,,Het is fascinerend, mensen te ontmoeten in een crisissituatie. Maskers en conventies vallen weg, de rituelen om elkaar te begroeten sla je over, futiliteiten verdwijnen. Je gaat je niet ergeren als je weet dat iemand er morgen misschien niet meer is.''

Zo zijn Ward en Abbas, de apotheker en de acteur bij wie ze in Bagdad een tijdje in huis was, vrienden van haar geworden. ,,Als ze in Amsterdam zouden wonen waren ze ook vrienden van me, zulke mensen zijn het.'' Het echtpaar uit Bagdad zei onmiddellijk ja, toen Minka hen vroeg of ze een week of zes bij hen in huis mocht komen, om hen van alles te vragen. ,,Zelf zou ik het een nachtmerrie vinden om wekenlang iemand bij me in huis te hebben, maar ze stonden erop. Het is voor hen van existentieel belang om hun verhaal te vertellen. Om te laten zien dat er ook andere Irakezen zijn dan die uit de clichébeelden. Om de geschiedenis van hun land te vertellen. Om eindelijk hun eigen verhaal te doen, nadat ze zo lang niet hebben kunnen praten. Ik kan niet hun lot veranderen, maar wel hun verhaal vertellen. Dat is voor hen heel belangrijk. Ook daarom doe ik dit werk.''

Ze is hen bij toeval tegengekomen, bij een theatervoorstelling in Bagdad. Het theater was verwoest, de patroonhulzen lagen nog op de bühne, het was bloedheet en de acteurs hadden gerepeteerd bij het licht van zaklantaarns. Na afloop schoot ze wat mensen aan om na te praten. Ze kwam in gesprek met een echtpaar. Het viel haar op dat Ward, de vrouw, het woord voerde, initiatieven nam. Geen klassiek Irakees echtpaar met een volgzame vrouw. Dat sprak haar aan. Het westerse publiek ziet al genoeg clichés, zoals de weeklagende Irakese vrouw, in het zwart gehuld. Ward is anders. Ward komt uit een gegoede familie en die elitaire groep is veel groter dan het westerse publiek denkt op grond van de voorgeschotelde beelden.

Minka was voor een serie verhalen in Trouw op zoek naar een familie om een tijdje bij te logeren. Zo schrijft ze het liefst over oorlog vanuit het trage verhaal van een familiegeschiedenis, niet vanuit de snelheid van een granaat. Ze beschrijft hoe Abbas zijn publiek mist, hoe hij treurt om het leven dat is verdwenen. En hoe Ward, zijn vrouw, de crisis gebruikt om nieuwe mogelijkheden aan te boren. Ward gaat werken voor de coalitie. Minka beschrijft ook hoe het leven is geweest van Khala, de moeder van Ward. Een mondaine vrouw met een sterke persoonlijkheid, die de verslaggeefster naar de kapper stuurt. Want je moet er altijd goed uitzien, ook in tijd van oorlog.

De keuze voor deze familie is een gelukkige geweest. De geschiedenis van de familie geeft de sleutel tot een beter begrip van de weerzin tegen de Amerikanen. Minka hoorde de geschiedenis vooral van de moeder van Ward, de 70-jarige Khala, die ook in huis woont. ,,Het is een elitaire familie. Khala's wereld strekte zich uit van Bagdad tot Londen. Haar man, de vader van Ward, had een drukke baan, was veel weg. Zij had twee kinderen en regelde alles. Zij had een baan, als laborante, ze rookte omdat ze had bedacht dat haar dure sieraden en haar lange vingers dan beter uit zouden komen. Ze liet een huis bouwen. Als ze moe was en haar man was thuis, dan zei hij dat ze maar eens lekker een paar dagen weg noest. Dan ging ze naar concerten in Libanon en Cairo, met vriendinnen. Zo was haar leven. Nu is haar actieradius heel klein. Ze zit nu alleen maar thuis. Ze gaat alleen af en toe naar de kapper.''

Haar man, de vader van Ward, was de eerste Irakees met een doctorstitel en die heeft hij in de Verenigde Staten behaald. ,,Ze waren dol op Amerikanen, hadden Amerikaanse vrienden.'' Van die vrienden willen Ward en Abbas niets meer weten, sinds ze de foto's gezien hebben van de martelingen van Irakezen door Amerikanen. ,,Ze hebben er van wakker gelegen. Het is de ultieme vernedering.''

De irritatie over de Amerikanen zit ook al in het boek van Minka, dat geschreven was vóór de schietpartijen in Falloedja en vóór de publicatie van de schokkende foto's. ,,Je merkt dat Khala en Ward, net als andere Irakese families, enorm trots zijn op hun land. Het is toch Mesopotamië, de bakermat van de cultuur. Daar zijn ze zich enorm bewust van. Khala zegt een keer: 'Wat denken ze wel niet. We zijn niet in Afrika. We wonen niet in bomen'.''

En dan komen de Amerikanen. Hoeveel geschiedenis hebben zij, hoeveel cultuur, hoeveel beschaving? De gemiddelde Amerikaanse soldaat ziet in iedere Irakees een terrorist. Wat weten de huurlingen, in hun uniformen van de beveiligingsdienst, in hun kogelvrije scherfvesten maat XXXL, van Mesopotamië? Wat brengt ze ertoe om Irakezen naakt opeen te stapelen, daar obscene gebaren bij te maken en dat dan weer te fotograferen?

Daardoor kunnen zelfs mensen als Abbas, Ward en Khala, ruimdenkend, genuanceerd, goed geïnformeerd, met familie die in de Verenigde Staten gestudeerd heeft, niet meer met hun Amerikaanse kennissen bevriend zijn. Het is over. Zo escaleert het conflict in korte tijd.

Minka merkte het tijdens haar laatste bezoek aan Bagdad, vorige week. ,,Het was op een andere manier riskant dan mijn eerste bezoek aan Bagdad, toen de oorlog net begonnen was. Toen waren het de bommen. Nu merkte ik dat je als buitenlander snel doelwit wordt van mensen die alle buitenlanders weg willen hebben. Abbas en Ward zorgden ervoor dat ik niet opviel. Ik draag een abaja, een lang zwart gewaad, ik heb bruine ogen. Als ik blauwe ogen had gehad, had ik bruine contactlenzen genomen.''

De bescherming komt niet alleen van de bevriende Irakese familie, maar ook van de groep van zo'n 25 collega's. ,,Mensen denken dat het zwaar en eenzaam is, het bestaan dat ik leid, maar ik heb goede vrienden die ik steeds tegenkom op de plekken waar ik ben. We helpen elkaar. Toen ik de vorige keer van de luchthaven naar de stad moest, een gevaarlijke weg, stonden er twee auto's voor me klaar. Een vriendin had een team van persbureau Reuters voor me geregeld, een ander, die dat niet wist, had ook iets voor me georganiseerd. We zijn trouwe bondgenoten, solidair. We delen informatie, we delen het eten. Dat zijn niet alleen vrouwen, nee, ook mannen. Maar vooral schrijvende pers en radio. Geen televisiemensen. Bij hen zijn de ego's groter.''

Voor Minka geen fourwheeldrives, geen kogelvrij vest, geen bodyguard, de attributen waarmee sommige grote tvploegen hun werk doen. ,,Ik reis het liefst gewoon in een taxi of in een gewone kleine auto waarmee ook de inwoners van Bagdad reizen. In mijn abaja ben ik dan een zwarte kraai op de achterbank. Dan val je niet op.'' En het is handig om een vrouw te zijn. Vrouwen wekken minder agressie. ,,Ze gaan je toch gauw beschermen.''

Haar Nederlandse paspoort helpt haar ook, totnutoe. ,,Het is nog niet goed doorgedrongen dat Nederland ook onderdeel van de coalitie is.''

Zou het, achterafgezien, beter zijn geweest als de Amerikaanse troepen zich onmiddellijk hadden teruggetrokken, na de val van Saddam?

,,Dan zou er een burgeroorlog zijn uitgebroken.'' Was dat dan erger geweest dan wat er nu gebeurt? ,,Het is natuurlijk een somber verhaal, sowieso. De VN moet er heen met een mandaat.''

Ze heeft de beelden gezien van de onthoofding van een Amerikaan door Irakese milities, met een scherp mes. ,,Er komen vast meer berichten over misstanden, van beide kanten. Verkrachtingen, want die zijn er natuurlijk ook.''

Haar boek eindigt met een lied van de Libanese zangeres Feyruz. Khala en Ward gingen ooit in Beiroet naar haar concerten. Zelf luistert Minka het liefst naar Bach. ,,Schone muziek, daar kleeft geen vuil van de wereld aan.''

Minka Nijhuis, Het huis van Khala. 14 euro 90, 176 blz., Contact, Amsterdam.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden