Minister Piggelmee

Onlangs moest ik aan de hier te lande residerende Soedanese schrijver Jamal Mahjoub uitleggen dat mijn vader 'minister' was geweest. Minister? Nee, predikant. Vroeger zou ik liever een minister als vader hebben gehad maar daar ben ik inmiddels wel van teruggekomen. Ik heb in mijn leven heel wat hoogheidswaan bij elkaar gedroomd, onder meer dat ik koning was en zelfs paus, allemaal nachtmerries, ik denk dat ik daar binnenkort de ministersdroom aan kan toevoegen. Wat een baan! Je kunt nog beter bull's eye op een dartbord zijn. Misschien komt het omdat ministers geen excellenties meer zijn maar prooidieren voor journalisten en Kamerleden. In elk geval heb ik soms medelijden met ze. De enige minister die ik persoonlijk ken, Ronald Plasterk van binnenlandse zaken, is er spierwit van geworden. Hoe het ook zij, ik keek naar minister Ard van der Steur. Flapuit, onnadenkend, emotioneel, maar doen of hij alles onder controle heeft. Zijn voorganger, Opstelten was het tegendeel, die zei eigenlijk nooit iets, verpakte alles in wol en zei dat het allemaal wel goed kwam, maar deze hier kletst er maar op los: sorry, emotioneel, voor m'n beurt gepraat, excuses. Als je dan toch minister moet zijn, krachtens een of ander noodlot, dan het liefst van buitenlandse zaken, ver weg, over zaken waar toch niemand het juiste inzicht in heeft. Maar minister van welke binnenlandse materie ook, vreselijk!

Het probleem is geloof ik dat het ministerschap toch op een geciviliseerde, maar onmiskenbare vorm van nepotisme steunt. Je wordt gevraagd omdat je bij een bepaalde familie hoort. Als de PVV aan het bewind komt, God verhoede het, krijgen we niet alleen Wilders als premier, maar ook Sietse Fritsma op justitie en Fleur Agema op onderwijs, cultuur en wetenschap. Zo gaat het nu eenmaal in dit land. En terwijl je van die ene uitgesproken partij was moet je nu minister, wat 'dienaar' betekent, van iedereen zijn. Vroeger had je de BBC-serie 'Yes, minister' die volgens de kenners bijzonder dicht bij de werkelijkheid kwam: minister Hacker denkt dat hij het voor zeggen heeft en zwelgt in Churchilliaanse volzinnen maar wordt voortdurend gedwarsboomd en op z'n vingers getikt door de werkelijke kenner, Sir Humphrey, de cynische secretaris-generaal van het departement. Ik geloof dat alle kenners die ik erover heb gehoord het eens zijn over het feit dat dat beeld klopt. Het symboliseert de neergang van alles wat vroeg in schijn machtig was, de vorst, de dokter, de notaris; ergens in de jaren tachtig van de vorige eeuw hebben ze hun sabel en steek moeten inleveren. Enfin, en dan wordt je zoals Van der Steur gemangeld en moet je je nog groot houden ook en doen alsof het allemaal vanzelfsprekend goed is gegaan. Mij niet gezien. Ik moest bij het treurige tafereeltje denken aan het verhaaltje van Piggelmee, door zijn vrouwtje aangevuurd om het steeds hogerop te zoeken, koning te worden, nee paus, God zelf. Bij mij gaat het omgekeerd, ik wilde al geen paus worden, ook geen koning en nu ook al geen minister meer. Doe mij maar een Keulse pot.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden