Minister die uitersten met elkaar wist te verzoenen

Job de Ruiter verzoende in zijn politieke loopbaan diepe tegenstellingen. Rond de legalisering van abortus en rond de plaatsing van Amerikaanse kruisraketten op Nederlandse bodem. De voormalige minister van justitie en, later, defensie overleed afgelopen zondag in zijn woonplaats Naarden. De Ruiter werd 85 jaar.

De Ruiter, minister van justitie in de tweede helft van de jaren zeventig in het eerste en tweede kabinet-Van Agt en minister van defensie in het eerste kabinet-Lubbers, was voor alles een jurist. Een bedachtzaam man van het recht, hoogleraar privaatrecht aan de Vrije Universiteit in Amsterdam en ook rector magnificus van die universiteit, voor hij werd gevraagd toe te treden tot het kabinet-Van Agt (en lid van het CDA te worden - hij was tot dan niet verbonden aan een politieke partij).

De Ruiter werd minister in een kabinet dat het als progressiefste kabinet ooit bekend staande kabinet-Den Uyl opvolgde. Anders dan dat kabinet lukte het De Ruiter uiteindelijk wel een wet in de Staatscourant te krijgen die de legalisering van abortus regelde. In 1981 was het zover. De Ruiter en zijn VVD-collega van volksgezondheid Leendert Ginjaar verdedigden met succes een wet die de vrouw recht op zelfbeschikking gaf, maar die anderen betrok bij de beslissing.

CDA en VVD werden het eens over vijf dagen bedenktijd voor er een definitieve beslissing zou worden genomen. In die vijf dagen diende de vrouw met haar arts te overleggen. Bovendien werd de grens voor een legale abortus gelegd bij dertien weken zwangerschap.

Het CDA had het moeilijk in de periode van het kabinet-Van Agt. Het was de tijd van de dissidenten in de Kamerfractie. Zij hadden niet veel op met de samenwerking in een coalitie met de VVD en al helemaal niet met de plannen in Nederland Amerikaanse kruisraketten te plaatsen. Toen hernieuwde samenwerking met de PvdA in het tweede kabinet-Van Agt mislukt was en de nieuwe partijleider Ruud Lubbers een coalitie met de liberalen smeedde, had hij Job de Ruiter nodig om de dissidenten binnenboord te houden. Twee van hen, Hans de Boer en Jan van Houwelingen, werden in het kabinet gehaald en De Ruiter moest als minister van defensie het dissidente deel van de fractie met de komst van de kruisraketten verzoenen.

De Ruiter deed met succes wat hij al vaker had gedaan: twee tegengestelden met elkaar versmelten. De jurist was de man van het redelijk overleg. Aan geweld had hij een enorme hekel. Zo ook bij de inhuldiging van prinses Beatrix als koningin in 1980. In de weken voor de inhuldiging had De Ruiter met afgrijzen kennis genomen van de zware rellen met krakers in de Amsterdamse Vondelstraat. Iets dergelijks behoorde ook op 30 april tot de mogelijkheden. Op 29 april kreeg De Ruiter als minister van justitie, tijdens een overleg in de ambtswoning van de Amsterdamse burgemeester Wim Polak, de vraag of er geschoten mocht worden, als krakers de beveiligingsring rond het centrum zouden weten te doorbreken. Er viel een lange stilte. Nee, zei De Ruiter uiteindelijk. "Dan ook niet schieten. We kunnen ons niet veroorloven dat er doden vallen op de dag dat de nieuwe koningin wordt ingehuldigd. Dat zou voor altijd een stempel op die dag blijven drukken."

Polak zei later dat het een wonder was dat er geen doden zijn gevallen. Tweehonderd agenten en vierhonderd demonstranten raakten gewond bij de schermutselingen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden