Minder vrij, voor ons eigen bestwil

Op Tweede Kerstdag werd een Rotterdamse belwinkel bezocht door de Nationale Recherche, die aanwijzingen dacht te hebben dat twaalf Somaliërs betrokken waren bij terroristische activiteiten. (ANP)

In de hele wereld nemen regeringen draconische maatregelen ter bestrijding van het terrorisme. In de hele wereld? Nee. In Duitsland verzetten politici, juristen en schrijvers zich dapper tegen de ’totale bewakingsstaat’. Overdreven? Of juist leerzaam?

Het is een griezelige paradox. Om onze vrijheden te beschermen tegen terroristische aanslagen moeten we steeds meer van die vrijheden inleveren. Dat is tevens het bewijs dat de terroristen al gewonnen hebben voordat ze hun plannen ten uitvoer hebben gebracht. Zij haten onze vrijheden. En wij geven die uit angst vrijwillig uit handen.

De tendens om burgerlijke vrijheden in te perken ten behoeve van de veiligheid doet zich in alle westerse samenlevingen voor. In sterke mate in Nederland. In nog sterkere mate in Groot-Brittannië. In hysterische mate in de Verenigde Staten. Maar in veel mindere mate in Duitsland. De Duitse regering neigt weliswaar ook tot inperking van de vrijheden, maar stuit op twee uiterst kritische instanties: de rechterlijke macht en het publieke debat.

Al bijna tien jaar lang bombardeert de Duitse regering het parlement met wetsvoorstellen ter bestrijding van het terrorisme. Die voorstellen betreffen onder meer de controle van telefoonverkeer, internetgebruik en financiële stromen, de mogelijkheden om burgers af te luisteren, te bespioneren en te screenen, de bevoegdheid om gekaapte vliegtuigen neer te halen en de beperking van het beroepsgeheim van advocaten, artsen en journalisten.

Meer dan in andere landen leiden zulke voorstellen in Duitsland tot heftige discussies. Politici, juristen, privacybeschermers en journalisten verdringen zich in de media. En ook schrijvers engageren zich in het debat. De in Nederland om hun romans bekende Ilija Trojanow (’De wereldverzamelaar’) en Juli Zeh (’Speeldrift’) schreven een boek waarin ze waarschuwen voor de gevolgen van de strijd tegen het terrorisme.

Alleen al de titel, ’Aanslag op de vrijheid’, laat geen misverstand bestaan. De auteurs willen de lezer wakker schudden, hem gevoelig maken voor het gevaar dat de bestrijding van het terrorisme precies bewerkstelligt wat de terroristen willen: de systematische ondermijning van onze vrijheden.

Het paradoxale is dat Trojanow en Zeh de strategie hanteren die ze bij hun tegenstanders veroordelen. Ze betogen dat de terrorismebestrijders, teneinde hun voorstellen geaccepteerd te krijgen, een sfeer van angst onder de bevolking kweken. Maar wat doen de schrijvers zelf teneinde hun waarschuwingen tot de lezer te laten doordringen? De angst voeden dat we op de drempel staan van een ’totale bewakingsstaat’.

De toon van het boek is alarmistisch, de stijl prekerig, de vorm retorisch. In tal van passages werken de auteurs de lezer rechtstreeks op het gemoed. „Alles gebeurt voor uw eigen bestwil. De staat past op u. De staat is uw vader en beschermer. Hij moet weten wat zijn kinderen uitspoken. Als u niets ergs te verbergen hebt, hebt u ook niets te vrezen. Denk erom dat u zich verdacht maakt als u niet alle kaarten op tafel legt. Als u meespeelt, hoeft u niet bang te zijn. We zijn de Stasi of de FBI niet.”

Zoals het een pamflet betaamt, eindigt ’Aanslag op de vrijheid’ met een oproep aan de lezer tot waakzaamheid. Die oproep bevat naast loze kreten als ’Verzet u, het is nog niet te laat’ ook zinnige adviezen, zoals: „Schrap de zin ’Ik heb toch niets te verbergen’ uit uw woordenschat, want wie niets te verbergen heeft, heeft alles al verloren. Het is goed dat u iets te verbergen hebt, en zo moet het ook blijven. Verdedig uw geheimen, ze horen u toe.”

’Aanslag op de vrijheid’ is een provocerend, moraliserend, soms ronduit belerend schotschrift. De argumentatie is eerder emotioneel dan rationeel. Feiten en achtergronden hebben de auteurs weggestopt in de dertig pagina’s noten achterin. Daar wemelt het van de internetlinks – nogal onhandig in zo’n ouderwets papieren boek. Gelukkig staat een digitale versie van het complete notenapparaat op de website van Juli Zeh.

Het is jammer dat juist dit boek is uitgekozen voor vertaling in het Nederlands. De roem van de schrijvers zal voor de uitgever de doorslag hebben gegeven. Maar in Duitsland zijn betere boeken over het onderwerp verschenen, waarin de zakelijk argumentatie op de voorgrond staat. Zoals ’Der Terrorist als Gesetzgeber: Wie man mit Angst Politik macht’, van de gerenommeerde journalist Heribert Prantl.

Meer dan Trojanow en Zeh gaat de redacteur van de Süddeutsche Zeitung in op de historische en juridische achtergronden van de strijd tegen het terrorisme. Zo diept hij de discussie uit die Duitse rechtsgeleerden hebben gevoerd over de legitimiteit van foltering wanneer daarmee de levens van anderen kunnen worden gered. Verder wijst hij op het sluipende ontstaan van een ’vijandrecht’, dat potentiële terroristen buiten het gewone strafrecht plaatst.

Prantl wijst erop dat zo’n vijandrecht teruggaat op het gedachtegoed van Carl Schmitt, de rechtsfilosoof op wie de nazi’s zich baseerden. Met zijn concept van de ’uitzonderingssituatie’ leverde Schmitt het raamwerk voor wetgeving die staatsvijanden, ofwel terroristen strafbaar stelt nog vóórdat ze tot actie zijn overgegaan. Hedendaagse verdedigers van zo’n ’vijandrecht’ noemen terroristen onomwonden ’onpersonen’, een term met een onmiskenbaar ’bruine’ klank.

Prantl gaat ook uitvoerig in op de rol van het Constitutionele Hof, een bijzonder Duitse instelling die Trojanow en Zeh alleen even aanstippen. Prantl laat zien dat dit Hof het bombardement van wetten goed heeft doorstaan. Veel voorgestelde maatregelen, zoals het neerhalen van gekaapte vliegtuigen, zijn bij het Hof gesneuveld. Ook de mogelijkheid om computers af te tappen perkte het Hof sterk in: door de pc tot privédomein te verklaren en zo binnen de sfeer van de grondrechten te halen.

Het Constitutionele Hof is een tamelijk unieke rechtsinstelling, omdat daar burgers tegen de staat kunnen procederen. Zo’n burger is Gerhart Baum. Vroeger was hij de liberale minister van binnenlandse zaken, nu klaagt hij de staat regelmatig aan omdat die de burgerlijke vrijheden inperkt. In zijn boek ’Rettet die Grundrechte: Bürgerfreiheit contra Sicherheitswahn’ legt hij uit waarom het Hof van onschatbare waarde is voor de bescherming van de grondwettelijke rechten. Baum schetst hoe het Hof de afgelopen jaren maar liefst veertien keer wetsvoorstellen van de regering op het gebied van veiligheid strijdig heeft verklaard met de Grondwet.

De huidige minister van binnenlandse zaken heeft de les geleerd. Hij is een stuk terughoudender met voorstellen voor de strijd tegen terrorisme. Dat is mede te danken aan zijn collega-minister van justitie, Sabine Leutheusser-Schnarrenberger, partijgenoot en geestverwant van Baum.

Net als Prantl waarschuwt Baum voor het inzetten van middelen uit het strafrecht ten behoeve van terreurpreventie. Controleren van telefoon- en internetverkeer, afluisteren, huisdoorzoekingen bij contactpersonen, beslaglegging op vermogens, preventieve hechtenis – het zijn allemaal middelen die alleen bij ernstige verdenkingen mogen worden ingezet, vindt Baum. En het Constitutionele Hof geeft hem daarin telkens weer gelijk.

Duitsland is een land waar men op hoog niveau over het dilemma van vrijheid en veiligheid discussieert en waar elke burger de rechtsmiddelen heeft om zijn vrijheden te verdedigen. Daarom is het ook het land waar de inperking van de burgerlijke vrijheden minder ver is voortgeschreden dan elders. Toch vinden er in Duitsland geen terroristische aanslagen plaats, zijn er zelfs enkele verijdeld en voelen de burgers zich er over het algemeen veilig.

In een land waar de grondrechten met zo veel verdedigingslinies zijn omgeven, doet de paniekzaaierij van Trojanow en Zeh extra misplaatst aan. In Nederland is een waarschuwing meer op zijn plaats. Maar door hun Cassandra-kreten schieten Zeh en Trojanow ook dat doel voorbij.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden