Minder vaak halsoverkop naar het ziekenhuis tijdens de bevalling

Beeld thinkstock

Het aantal vrouwen dat als gevolg van een complicatie tijdens de bevalling onbedoeld in het ziekenhuis belandt, is in vijf jaar fors afgenomen. Dat blijkt uit een analyse die het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) op verzoek van Trouw maakte.

Het CBS kwam tot deze conclusie door de antwoorden op de jaarlijkse Gezondheidsenquête over meerdere jaren naast elkaar te leggen. Pas de uitkomst toe voor heel Nederland en op 175.000 bevallingen per jaar gaat het om een halvering van zo'n 16.000 naar 7800 'last-minute-tripjes' naar het ziekenhuis in de periode 2010 tot 2015.

De informatie is interessant, omdat gynaecologen en verloskundigen lijnrecht tegenover elkaar staan bij het opstellen van een nieuwe richtlijn over geboortezorg. Gynaecologen willen alle zwangere vrouwen zien om de risico's te kunnen inschatten, verloskundigen vinden dat niet nodig. Als door het al jaren dalende aantal thuisbevallingen het aantal zwangere vrouwen dat halsoverkop toch naar het ziekenhuis moet nóg veel sneller daalt, werpt dat nieuw licht op de zaak.

Babysterfste
Guid Oei, voorzitter van de Nederlandse Vereniging van Gynaecologen (NVOG), is positief verrast door de cijfers, zegt hij. Het dalende aantal late overdrachten kan volgens hem helpen om Nederland qua babysterfte uit de onderste regionen in Europa te krijgen. Met een sterfte van 9 op de duizend doet Nederland het niet goed. Alleen Frankrijk, Hongarije, Roemenië en Letland deden het slechter in 2010, het laatste jaar waarover er Europese cijfers zijn.

Omdat de CBS-cijfers van ná 2010 zijn, heeft Oei goede hoop dat het met de Nederlandse geboortezorg de goede kant op gaat. Wanneer vrouwen tijdens de bevalling tóch nog vanuit huis naar het ziekenhuis gaan, dan leidt dat tot hogere babysterfte, denkt hij. "Omdat het vervoer soms liggend moet, worden die vrouwen zelfs met een hoogwerker uit hun woning gehaald, bijvoorbeeld omdat de navelstreng als eerste naar buiten komt. Dat soort situaties zijn uiteraard onwenselijk."

Betere samenwerking
Het aantal thuisbevallingen daalde tussen 2010 en 2015 met dertig procent. Het lijkt er op dat de groep vrouwen die eerst als gevolg van een complicatie tóch nog naar het ziekenhuis ging, daar nu al aanwezig is. Volgens Oei komt dat doordat de samenwerking tussen gynaecologen en verloskundigen als gevolg van de alarmerende cijfers over babysterfte is verbeterd. Doordat zwangere vrouwen vaker een gynaecoloog zien, worden risico's volgens hem nu beter ingeschat.

De KNOV, de Nederlandse Vereniging van Verloskundigen, denkt daar anders over. Volgens Greta Rijninks, secretaris van de wetenschapscommissie, betekent het verminderd aantal late overdrachten niet automatisch dat het krimpende aantal thuisbevallingen een goede zaak is. Volgens haar gaapt er een kloof tussen wat vrouwen zélf als complicatie beschouwen - het CBS-onderzoek - en wat zorgverleners als zodanig registeren. "Wij weten dat het aantal vrouwen dat écht met toeters en bellen vanuit huis naar het ziekenhuis gaat stabiel is. Vrouwen die vanwege poep in het vruchtwater, of vanwege een tóch gewenste ruggenprik naar het ziekenhuis gaan, stappen gewoon in de auto en rijden daarna in alle rust naar het ziekenhuis."

Significant verschil
Hierover zijn opvallend genoeg in Nederland geen cijfers. Perined, dat alle data rond de geboortezorg jaarlijks op verzoek van de beroepsgroepen bundelt, houdt dit niet bij. Bestuurlid Jan Kruithof zegt dit vanaf 2017 wél te willen gaan registreren.

De data die het CBS voor de analyse gebruikte, zijn afkomstig uit de Gezondheidsenquête die jaarlijks door ongeveer tienduizend vrouwen wordt ingevuld. Om betrouwbare conclusies te kunnen trekken, heeft het CBS gemiddelden over twee jaar genomen, en die met elkaar vergeleken. Daaruit blijkt dat gemiddeld over 2014 en 2015 nog maar 6,4 procent van de vrouwen op het laatste moment, onbedoeld, naar het ziekenhuis ging als gevolg van een complicatie tijdens de bevalling, tegenover 13,0 procent in 2010/2011. Het CBS spreekt over een statistisch significant verschil. Een vergelijking met eerdere jaren is onmogelijk, omdat de vraagstelling toen anders was.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden