'Minder theorie. We moeten dichter bij het leven staan!'

KEMEROVO - “We moeten iets doen!”, klinkt het opgewonden maar gedempt uit de gesloten kamer van het vakbondsgebouw. “We moeten de vakbond redden”, zegt een andere stem in een verhitte discussie die niet voor buitenstaanders is bedoeld.

Maar de dubbele deuren van de kamer waar de voorzitter van de mijnwerkersvakbond zetelt zijn van bordkarton. Dus dringen flarden gesprek door tot de wachtkamer ernaast. “Minder theorie alsjeblieft. We moeten dichter bij het leven staan”, roept een vergaderaar ongeduldig.

Deze kamer is het epicentrum van een staking die Rusland had moeten schokken, enkele honderdduizenden mijnwerkers staken al een week. Maar de Russen liggen er niet wakker van. Zelfs nu de winter kracht begint te krijgen, lijkt niemand er rekening mee te houden dat de mijnwerkers het land zullen laten doodvriezen. De mijnwerkers hebben immers al zo vaak gestaakt als ze weer eens maandenlang hun salaris niet hadden gekregen.

De Siberische stad Kemerovo, centrum van Ruslands belangrijkste steenkolengebied Koezbass, op vier uur vliegen van Moskou, oogt vreedzaam als altijd. Slechts een paar dames in lange bontjassen houden demonstratief de wacht bij het districtsbestuur. Ze hebben geen spandoeken of andere tekenen van ongenoegen bij zich, ze keuvelen gewoon wat met de enige man in hun gezelschap, de ondervoorzitter van het mijnwerkerscomité. Deze man geeft toe dat het weinig zinvol is om hier te staan bij het gebouw van het districtsbestuur, want iedereen in de streek, iedereen in heel Rusland zelfs, vindt het een schande dat de mijnwerkers niet worden betaald, en de leraren niet, de artsen niet, de soldaten niet. Wie van de staat afhankelijk is, krijgt geen geld of te weinig, of te laat. Maar de vakbondsman vindt het zijn plicht om gevolg te geven aan het bondsbesluit om in de steenkoolgebieden demonstratief te posten bij de overheidsgebouwen. “Als je die discipline niet kunt opbrengen, dan heb je geen vakbond”, zegt hij puntig als een reglement.

De wachtende dames vallen in het niet op het Plein van de Sovjets, waar de sneeuw onafgebroken neerdwarrelt. Alles draagt een dempende hoed van sneeuw: het standbeeld van Lenin dat, zoals overal elders in Rusland, manhaftig in de verte wijst, de overheidsgebouwen die met hun nep-zuilen naar een sterk verleden verwijzen en het gebouw van de vakbond dat, broederlijk naast de Organen van Staat, vierkant staat te wezen. Partij, staat en vakbond werden zij aan zij gerangschikt, toen de stad Kemerovo een halve eeuw geleden uit de grond werd gestampt.

De voorzitter van het 'Territoriale Comité' van de kolenvakbond in de Koezbass heeft zich teruggetrokken met collega-vakbondsmannen achter de dubbele deuren. De leiding krijgt ervan langs. “Het Centraal Comité, dat zijn gehoorzame vogeltjes”, klinkt het boos. “Ik ben er al honderd keer geweest. Iedereen is maar in besturen gaan zitten, dat is het probleem. Nu kunnen we niets doen.”

Een bezwerende stem tracht de discussie te dempen. “Goede spandoeken, die hebben we nodig...” “Nee, we kunnen Moskou alleen bereiken als we steden in de kou zetten.” “Laten we de problemen volgens de wet behandelen”, sust de stem weer. “Dat maakt geen indruk”, vaart de ander door. “Buiten op het plein staan maar vier vrouwen. Dat kun je toch geen picket noemen! Dat lijkt meer op tippelen.”

De tippelende vrouwen in hun bontjassen komen een half uurtje later binnen. Ze hebben hun plicht buiten gedaan en hernemen hun taken als vakbondssecretaresses. Ze hangen hun mantels zorgvuldig aan knaapjes en gaan thee zetten.

In de wachtkamer drentelt Valeri Zoejev heen en weer, wachtend tot de mannen zijn uitgeruzied. Zoejev heeft de helft van zijn tweeënveertig jaren in de kolenmijnen gezeten, als elektromonteur. Hij is nu naar het vakbondsgebouw gekomen als lid van een plaatselijk 'reddingscomité'.

Veel hoop dat er redding komt voor de mijnen heeft hij nog niet. Elke ton steenkool kost in Rusland gemiddeld vijftigduizend roebel (ruim vijftien gulden) meer dan hij opbrengt. Teveel mensen in de mijnen die met verouderde apparatuur werken, is een van de oorzaken. Duur en ineffeciënt transport is een andere kwestie. In de Sovjet-tijd maakte dat niet uit. “In de Sovjet-Unie was de mijnwerker een held”, herinnert elektromonteur Zoejev zich. “Nu zijn we het laagste in de maatschappij.”

Hij weet dat terugverlangen naar de oude tijd onzinnig is. Hij is ook niet zo'n communist. “De revolutie wordt voorbereid door romantici, uitgevoerd door fanatici en dan komt het tuig aan de macht”, citeert hij vrij van Bismarck.

Het Sovjet-'tuig' heeft rondom Kemerovo tientallen steden gebouwd die alleen van steenkool moeten leven. Nu de zaken beroerd gaan, lijkt er geen alternatief dan sluiting van veel mijnen. “Maar dat ìs geen alternatief”, roept Zoejev uit. “We houden niets over. Ze hebben het over herscholing, maar herscholing tot wat?” Als er mijnen dichtgaan, moeten er hele steden dicht. Kemerovo zelf heeft met zijn half miljoen inwoners dan ook amper toekomst meer.

Zelf staakt Zoejev deze keer niet mee. “Ik heb deze zomer drie maanden gestaakt. Toen kregen we weer een beetje salaris, maar dat duurde niet lang. Zo zal het ook nu wel weer gaan.”

Staken vindt hij maar niks. “Een mijn is een levend organisme”, zegt hij met een vleugje bevlogenheid. “Je kunt een mijn niet zomaar alleen laten, want dan gaat hij dood. Je moet water blijven wegpompen, je moet ventileren, je moet de stutten en balken blijven onderhouden. Dat zijn allemaal onkosten die doorlopen tijdens de staking. Veel kosten, geen inkomsten, dan staken we de mijnen kapot. Dat weet iedereen, dus niemand wil eigenlijk staken. Je doet dat alleen uit wanhoop.”

In de voorzitterskamer is de discussie beëindigd. Mannen lopen heen en weer met het programma voor het bezoek van een vice-premier uit Moskou. Het wordt een keurige ontvangst, compleet met kranslegging bij het beeld van De Mijnwerker. Maar een van de vergaderaars heeft er weinig vertrouwen in dat het effect zal hebben. “Vroeger reden we mensen uit Moskou met de auto door de streek. Nu vliegen ze er met een helikopter overheen.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden