Minder is meer

Moet de deur dicht, blijft-ie beter half open of is beperking van migratie nergens goed voor?

Mijn grootvader besloot honderd jaar geleden naar Michigan te emigreren. Als zo velen voor hem (en na hem) hoopte hij op een beter leven. Voor vakmensen lagen er in de Verenigde Staten mooie mogelijkheden. Maar toen hij hoorde dat een geëmigreerde kennis op familiebezoek naar Nederland zou komen, stelde hij zijn vertrek nog even uit. Met dit familielid meereizen zou de risico's reduceren, want door relaties aan te knopen met mensen in het land van aankomst konden de hoge kosten van immigratie beperkt worden. Dat werkt al tijden zo. Maar toen grootvader zich verloofde, kwam van uitstel afstel. Zijn verloofde wilde onder geen beding haar land verlaten. Zo bleef onze tak van de familie in Groningen.

Persoonlijke verhalen als deze kom je in het boek 'Exodus: hoe migratie onze wereld verandert' niet tegen. De Britse econoom Paul Collier wil de complexe werkelijkheid van migratie voor rede vatbaar te maken. Hij probeert politieke beslissingen een deugdelijker fundament te geven aan de hand van recent economisch en sociaalwetenschappelijk onderzoek. Moet de deur dicht, blijft-ie beter half open of is beperking van migratie nergens goed voor?

Verhuizen van lagelonenlanden naar hogelonenlanden is voor miljoenen mensen een buitengewoon effectieve manier om meer te gaan verdienen. Tussen 1960 en 2000 groeide het aantal migranten van dit type van twintig tot meer dan zestig miljoen. De oorzaak ligt in de grote inkomensverschillen wereldwijd.

Maar de praktijk is weerbarstig. Migranten moeten vele hordes nemen om het gewenste succes te bereiken. Hun vertrek is een aderlating voor hun oorspronkelijke vaderland. En het nieuwe land staat niet zonder meer te juichen bij elke golf nieuwkomers.

Nauwkeurig onderzoek kan voorkomen dat een onderwerp als migratie voer wordt voor vooroordelen of simplistische politieke retoriek. Of misschien nog erger, dat het omgeven blijft met allerlei taboes.

Neem alleen maar het effect op het land van herkomst. Is migratie werkelijk een aderlating? Niet in economisch opzicht: migranten maakten in 2012 wereldwijd naar schatting 400 miljard dollar over naar de achterblijvers. Genoeg om de vroegere opleidingskosten van emigranten ruimschoots te vergoeden.

En de kennisvlucht dan? Die wordt gecompenseerd door de stimulans die uitgaat van succesvolle migranten. De volgende generatie snapt dat je alleen door een goede schoolopleiding kan scoren in een hogelonenland. En zo zijn er meer voorbeelden van de positieve invloed van migranten op het land dat zij achterlaten.

Maar die vlieger gaat zeker niet overal op. Haïti heeft 85 procent van zijn hoger opgeleiden zien vertrekken en zit mede daardoor volledig aan de grond. Het maakt ook uit hoe een land zich ontwikkelt; naar China en Indonesië keren kennismigranten graag terug.

Wat doet migratie met het land van aankomst? Hier komen Colliers ware motieven naar boven: hij wil de verpolitiekte discussies over migratie in hogelonenlanden als Groot-Brittannië van een redelijk fundament voorzien. Sinds Enoch Powell veertig jaar geleden het onderwerp kaapte en racistisch kleurde, spraken Britse politici met meel in de mond over migratie, vindt Collier. Beter gezegd: liepen ze met een boog om de vragen heen en handelden pas als er paniek ontstond. En dan nog eerder op grond van politiek verkoopbare argumenten dan met behulp van feiten en analyse van lange-termijneffecten.

Twee dingen zijn essentieel, de rol van de migrantengemeenschap en de reactie daarop van de autochtone bevolking. Migranten veroveren niet zo gemakkelijk op eigen kracht een plaats in een hogelonenland. Ze doen daarvoor een beroep op hun voorgangers: die kennen de weg, kunnen aanloopkosten voorfinancieren en bieden een cultureel herkenbaar thuis.

Deze oplossing werkt in de praktijk zo goed dat ze massale migratie mogelijk maakt, en daardoor nadelig wordt: voorgangers halen te veel eigen concurrenten binnen, nieuwkomers zien hun kansen verminderen en uiteindelijk verzwakt de positie van de hele gemeenschap in het nieuwe land. Ze gaat eerder als een enclave functioneren van sociaal-culturele normen en waarden uit het land van herkomst dan als een doorgangshuis naar volledig meedoen en opgaan in de nieuwe samenleving.

De reactie van de autochtone bevolking op massale migratie heeft daarmee te maken. Eigen belang, gevoed door de angst voor toegenomen concurrentie op de arbeidsmarkt of bij de inkomensverdeling, is niet het punt. Nee, de reactie hangt samen met door economen lang onderschatte maatschappelijke factoren.

Wat maakt een land eigenlijk tot hogelonenland? Beschikbaar kapitaal, dachten economen lange tijd. Inmiddels weten ze beter. Wat telt is kapitaal in overdrachtelijke zin: een collectief vermogen aan instituties, gedragsnormen en inspanningen. Bewust of onbewust voelt een natie zich eigenaresse van dit kapitaal, en zijn mensen bereid eraan bij te dragen (belasting te betalen om gemeenschapsvoorzieningen in stand te houden) en de vruchten ervan te delen met landgenoten die hulp behoeven (via een sociaal vangnet en de gezondheidszorg).

Voor nieuwkomers is er zonder meer plaats, voor zover ze voor honderd procent meedoen aan de samenleving. Daarom is het bestaan van grote, afgescheiden migrantengemeenschappen gevaarlijk. Collier concludeert dat de politieke discussie in hogelonenlanden niet over migratie op zich moet gaan, maar over te snelle en te omvangrijke migratie. Die schept sociale spanningen en maakt van migranten verliezers.

Te lang en te vaak is het beperken van de instroom politiek taboe verklaard. Meestal om begrijpelijke redenen: men wilde geen voeding geven aan racistische voorkeuren, uit humanitaire overwegingen werd ingestemd met ruimhartige familiehereniging en het bedrijfsleven had vaak behoefte aan extra arbeidskrachten. Collier pleit ervoor het reguleren van immigratie in een brede economische en maatschappelijke context te plaatsen. De ondertitel had kunnen zijn: minder is meer.

Is de auteur dan ongevoelig voor het risico dat zijn ideeën leiden tot racisme en een inhumane behandeling van vreemdelingen? Dat is hij niet. Het gevaar van racisme is volgens hem minimaal geworden door het daadwerkelijk succes van multiraciale samenlevingen in de afgelopen veertig jaar. Iedereen kan in de praktijk zien dat de scheidslijn tussen succes en falen niet langer raciaal bepaald is. Veel belangrijker is of de immigranten terechtkomen in een maatschappij waar iedereen aan kan deelnemen.

En humanitaire motieven dan? Een land bewijst zijn migranten de beste dienst wanneer het hun kans op succes niet beperkt door grote aantallen afhankelijke, laag geschoolde familieleden toe te laten. Quotering en loting is voor familievereniging een betere methode.

Verder moeten rijke landen ruimhartige, goed gerichte ontwikkelingssteun blijven geven. En alles doen wat bijdraagt aan de vorming van deugdelijke nationale instituties in ontwikkelingslanden. De grenzen tussen hoge- en lagelonenlanden zullen dan op den duur vervagen en daarmee verdwijnt het motief voor economische migratie naar een rijker land.

Collier heeft lang gewerkt bij de Wereldbank, en dat proef je in zijn leerzame boek. Hij is zijn idealen niet kwijtgeraakt. Hij mag de traditionele economie te smal vinden - en terecht -, maar als een echte econoom ziet hij aan de einder toch een nieuwe balans opdoemen.

Honderd jaar geleden was emigreren naar Michigan voor mijn grootvader aantrekkelijk. Inmiddels is het verschil in levensstandaard met de Verenigde Staten te verwaarlozen, als het al niet in het voordeel van Nederland uitvalt. Dat had mijn grootmoeder destijds goed voorvoeld.

Paul Collier: Exodus: Hoe migratie onze wereld verandert. Vertaling Conny en Vera Sykora. Spectrum, Houten; 240 blz. euro 19,99

Londen, East End. Gemeenschappen van migranten kunnen nieuwkomers helpen hun weg te vinden in het land van aankomst. Maar niet als die gemeenschappen enclaves op zichzelf zijn geworden waar de cultuur van thuis heerst.

De vooroordelen van Lawrence Harrison
"De Reformatie is de belangrijkste gebeurtenis in de geschiedenis van de menselijke vooruitgang ooit. Als de katholieke kerk de macht had behouden, was er geen Industriële Revolutie geweest, waren alle samenlevingen hiërarchisch autoritair gebleven, zonder wetenschappelijke vooruitgang en technologie, bestond het Ottomaanse Rijk nog, en was Noord- Amerika nu net als Latijns Amerika een verzameling politiek instabiele vroegere Spaanse koloniën."

In dit soort beweringen grossiert Law-rence Harrison. Hij versimpelt de geschiedenis tot de factor godsdienst en laat alle andere factoren en ontwikkelingen eenvoudig weg. Waarom? Om de op zich interessante stelling te verdedigen dat culturen niet gelijkwaardig zijn. Maar met dat doel voor ogen haalt hij werkelijk alles overhoop dat de prestaties kan uitvergroten van landen waarin jodendom, protestantisme of confucianisme de dominante cultuur vormden. Andere landen met andere culturen kunnen daaraan zijns inziens niet tippen.

De belangwekkende vraag welke factoren bepalen dat de ene samenleving zich een tijd lang succesvol kan ontwikkelen de andere niet, verwordt in het boek van Harrison tot onzinnige borrelpraat. Bij behoorlijk onderzoek horen een brede, onbevooroordeelde verzameling van de feiten en het systematisch toetsen van hypothesen aan de feiten. Hier wordt dat nagelaten en verzwegen. Geen woord over het eeuwenlang succesvolle Spaanse imperium of het nog langere succes van de islam. Of kleinschaliger, het middeleeuwse economisch wonder van het katholieke Vlaanderen. Kortom, een bizar boek.

Lawrence E. Harrison: Jews, Confucians, and Protestants: Cultural Capital and the End of Multiculturalism. Rowman & Littlefield, Plymouth (GB); 230 blz. euro 27,99De vooroordelen van Lawrence Harrison

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden