'Minder dan honderd leerlingen? Sluiten'

Meester Gerard Weinans tijdens de les aan groep 6, 7 en 8 van de Heilig Hartschool in het Groningse Mussel.Beeld Reyer Boxem

Scholen met minder dan honderd leerlingen moeten dicht. Zo'n duizend kleine basisscholen moeten over vijf jaar zijn opgeheven of gefuseerd met een andere school. Dat is veertien procent van alle basisscholen in Nederland.

Dat adviseert de Onderwijsraad aan het ministerie van onderwijs. Nu hebben scholen nog bestaansrecht als ze tenminste 23 leerlingen hebben. Die ondergrens moet volgens de raad dus flink omhoog. Door het dalende geboortecijfer neemt het aantal leerlingen landelijk af met 6,6 procent. Maar in sommige dunbevolkte regio's als de Achterhoek lopen scholen veel harder leeg. Zij moeten het in 2020 al met 20 procent minder kinderen doen dan nu.

Hierdoor groeit het aantal kleine scholen in rap tempo. Die trend moet worden gestopt, vindt de Onderwijsraad, omdat scholen met minder dan honderd leerlingen relatief vaak zwak zijn. Leerkrachten geven er tegelijkertijd les aan kinderen uit verschillende groepen en dat gaat niet iedereen even goed af. "Bovendien drukt een zwakke leerkracht zwaar op zo'n kleine school", aldus Geert ten Dam, voorzitter van de raad.

Gehecht aan school
Een ander nadeel is de prijs: een leerling van een gemiddelde basisschool (225 kinderen) kost zo'n 4000 euro per jaar, een leerling van een piepklein plattelandsschooltje bijna het driedubbele. De Onderwijsraad bepleit een overgangsperiode van vijf jaar; vanaf 2019 zou de strengere norm van honderd leerlingen moeten gelden. Uitzonderingen daargelaten: voor de Waddeneilanden zouden bijvoorbeeld soepeler regels kunnen gelden.

Het verlies van een school zal de bevolking van veel kleine gemeentes pijn doen, erkent Ten Dam. "Mensen zijn terecht gehecht aan een school. Maar ze zijn ook gesteld op goed onderwijs." Grotere scholen bieden kinderen ook meer sociale kansen, zegt ze: een ruimer aanbod aan potentiële vriendjes en vriendinnetjes.

Ook als 14 procent van de basisscholen sluit, houdt Nederland volgens de raadsvoorzitter 'een uiterst fijnmazig scholennetwerk'. "Nu moet 1 procent van de kinderen meer dan drie kilometer reizen, straks wordt dat maximaal 3 procent."

Kaalslag
Staatssecretaris Sander Dekker (VVD) van onderwijs noemde het advies gisteren 'zeer ingrijpend'. Hij wil het eerst bespreken met scholen, ouders en bestuurders in de krimpregio's en verwacht pas na de zomer een definitieve koers te kiezen.

CDA-kamerlid Michel Rog typeert het advies van de Onderwijsraad als 'een bijzonder staaltje Randstaddenken'. Zijn partij sprong in het verleden juist in de bres voor kleine scholen. Volgens hem moet niet 'vanaf de tekentafel' worden besloten hoe groot scholen mogen zijn. "Dat is iets wat je regionaal moet bekijken." Er klinkt meer kritiek uit christelijke hoek. De Besturenraad voor christelijk onderwijs spreekt van een 'kaalslag', onderwijsvakbond CNV Onderwijs vreest 'spookdorpjes': jonge gezinnen trekken weg uit kleine gemeentes als de scholen daar verdwijnen.

De LVGS, de besturenorganisatie van gereformeerd onderwijs, becijferde dat eenderde van de gereformeerde scholen kleiner is dan honderd leerlingen. Een ondergrens van tachtig leerlingen zou volgens de LVGS redelijker zijn.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden