Minder consumeren / Leren gelukkig te zijn zonder vijfgangendiner

Er is een overheidscampagne nodig die minder consumeren brengt als iets leuks. Liefst zoals de Bob-campagne.

door Jop de Vrieze

Een collega van me zag laatst haar prettige leventje wreed verstoord: ze had suiker. De boodschap leek vrij simpel: niet meer snoepen en drinken. Maar pas als je plotseling iets niet meer mag, realiseer je je hoe afhankelijk je van dit soort gewoonten bent.

Sociale eet- en drinkpatronen. Het zijn bijzaken in het dagelijks leven, maar dan wel heel belangrijke. Dat blijkt pas wanneer je ervan afwijkt.

Je ziet de andere gasten al kijken wanneer je op een verjaardag de taart laat passeren: „Wat een ongezellig type.” In de kroeg voel je je een grijze muis als je vrienden er nog eentje bestellen en in de supermarkt word je doodongelukkig als je ziet wat je allemaal misloopt.

Om ons prettig te voelen hebben we herkenbare en betrouwbare elementen nodig en voeding speelt daarbij een belangrijke rol. Hier is niets mis mee: het is altijd het smeermiddel van onze samenleving geweest. Zo langzamerhand kunnen we ons echter geen prettig leven meer voorstellen zonder consumptie.

Langzaam is er een standaard geschapen waar we nauwelijks van durven of kunnen afwijken. Consumeren is zo vanzelfsprekend dat we ons geen raad meer weten wanneer we gedwongen worden erover na te denken.

Mijn collega ondervond het aan den lijve. Ze was altijd gewend om voor haar zussen hun favoriete lekkernijen in huis te halen als zij weer eens langskwamen. Die zomeravonden zullen voor haar nooit meer hetzelfde zijn. Want dat is er inmiddels goed ingeprent: genieten ís consumeren. Maar vergeten we niet door al dat geconsumeer te genieten van wat we doen?

Die zomeravond is in essentie nog precies hetzelfde. Blijkbaar hebben we de grootste moeite om de sociale en de consumptieve elementen te scheiden en moet je van goeden huize komen om dit toch te proberen.

Met een goed excuus is het voor de omgeving nog te accepteren, zij het met moeite.

Zelf heb ik het eens een tijdje geprobeerd zonder directe aanleiding. Er was geen beginnen aan. Dat ik, zonder te lijnen, een koekje bij de koffie niet nodig vond, vond men vreemd. Dat ik meende meer van mijn koffie en koekje te kunnen genieten wanneer ik dit voor speciale momenten bewaarde, ging er bij mijn omgeving al helemaal moeilijk in. Bij mijn vrienden in de kroeg stuitte ik ook op onbegrip.

Ik merkte vooral hoe logisch iedereen het eigen gedrag vond: men stond verbaasd dat iemand bij zulke zaken stilstond. Ik heb het opgegeven. Ik voelde me al snel een zwart schaap.

Toch lijkt er een kentering te zijn. Door de uitgebreide berichtgeving en overheidscampagnes rondom overgewicht en welvaartsziekten worden we geleidelijk bewust van de gevolgen van ons gedrag. Om ons heen zien we steeds meer voorbeelden van de gevolgen. Is het niet zo langzamerhand tijd om onze motor even te koelen? Maar hoe? Zo’n verandering breng je niet zomaar teweeg. De overheid zal hierin een rol moeten spelen, maar zij heeft geen sterke troeven in handen. Verbieden is in onze vrije maatschappij geen optie. Er wordt op het moment veel gesproken over accijnzen op ’foute’ voedingsmiddelen, maar daar zie ik geen heil in. Allereerst is het onderscheid tussen ’goed’ en ’slecht’ voedsel bijna niet te maken. Bovendien gaat het volgens mij niet om de laagdrempeligheid van ongezond voedsel, zoals velen denken, maar om de koppeling tussen sociale patronen en voedsel.

Het probleem met directe campagnes is dat ze vaak als betutteling worden gezien. Deze zijn blijkbaar minder subtiel dan die van de commercie: de consument laat zich niet de les lezen.

Een ludieke aanpak slaat meestal beter aan. De balansdag van het Voedingscentrum is goed bedoeld, maar slaat toch de plank mis: uiteindelijk heb je toch weer het gevoel dat je jezelf iets tekortdoet door strenger voor jezelf te zijn. Dit bevestigt onze ideeën alleen maar. Bovendien is deze campagne te veel op het individu gericht, terwijl juist zijn omgeving zo bepalend is. De succesvolle Bob-campagne tegen alcohol in het verkeer onderstreept dit.

De recente en huidige gezondheidscampagnes zijn altijd huiverig geweest om mensen genot te ontzeggen. Het is nu van belang om de consument ervan bewust te maken dat genieten en consumeren niet altijd hetzelfde is. Dat het geluk meestal niet verscholen zit in die hamburger of dat vijfgangendiner; die kleden het vaak slechts aan.

Een campagne die net zo goed de sociale patronen blootlegt als Bob kan ons bewustmaken dat die eindeloze schappen in de supermarkt geen verplichtingen, maar mogelijkheden scheppen.

Consumeren moet weer een keuze worden.

Jop de Vrieze is masterstudent science & communication aan de Universiteit Utrecht.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden