Minder boeren, meer natuur

soortenrijkdom | Natuurbeheer door boeren: dat ligt gevoelig. Drie jaar geleden bleek dat het niet werkte. Sinds dit jaar is er een nieuwe, meer doordachte aanpak. Nu gaat het beter, zegt BoerenNatuur.nl. Maar om de grutto en patrijs te redden is meer grond nodig. En geld.

Het natuurbeheer door boeren is in januari flink opgeschud. Nog maar 8000 boeren krijgen subsidie voor natuur, in plaats van 14.000. Zij werken niet meer ieder voor zich, maar maken in groepen een ecologisch plan voor het behoud van soorten in hun regio. Nederland telt veertig van deze collectieven.

"Vroeger kon iedere boer die zin had, meedoen. Dat is voorbij", vertelt Walter Kooy, directeur van de nieuwe koepel BoerenNatuur.nl. Samen met voorzitter (en melkveehouder) Alex Datema maakt Kooy de balans op na het eerste vogelseizoen onder het nieuwe regime. "We doen meer met hetzelfde geld. We concentreren ons op de kansrijke plekken, en doen vaker aan zwaar beheer, waarbij je als boer meer doet of nalaat in het belang van de natuur", legt Kooy uit.

Ons agrarisch natuurbeheer was 'een fiasco', zo stelde het Planbureau voor de Leefomgeving in 2013.

Kooy: "Dat zou ik zo niet zeggen. Maar dat rapport, daar zat wat in. De landbouw intensiveert zonder zorg voor de omgeving. En het agrarisch natuurbeheer kon beter. Ook zonder dat rapport waren we anders gaan werken."

Er is de afgelopen twintig jaar een miljard in agrarisch natuurbeheer gestoken, maar ondertussen zijn de vogelstanden dramatisch gedaald.

Datema: "Het aantal weidevogels is afgenomen door de landbouw, dat bestrijdt niemand. Maar het agrarisch natuurbeheer beslaat een klein oppervlak. Ook als wij het goed doen, veranderen de landelijke cijfers niet. Je moet naar de hele landbouw kijken. Wij zijn als BoerenNatuur.nl de enige boerenorganisatie die hardop durft te zeggen dat de landbouw op een doodlopend spoor zit."

Kooy: "Ik begrijp dat natuurbeschermers kritisch zijn. De overheid deelt zowel lucifers als brandblussers uit. We stimuleren boeren om zoveel mogelijk uit hun grond te halen, en de natuurschade compenseren we dan weer met subsidie. Naast het agrarisch natuurbeheer hebben wij onszelf daarom de opdracht gegeven de landbouw als geheel een andere kant op te sturen. We willen bedrijfsmodellen ontwikkelen waarmee boeren een goede boterham kunnen verdienen én rekening houden met de natuur. Als meer gangbare bedrijven dat doen, dan is ook wat wij doen in het agrarisch natuurbeheer effectiever."

Waarom moet de samenleving het agrarisch natuurbeheer betalen?

Datema: "Zeker op de zwaardere maatregelen lever je als boer altijd in. Voor weidevogels is het belangrijk om plas-drasland te creëren. Daar groeit geen gewas meer. Dat kost een boer jaarlijks 2000 euro per hectare. Hetzelfde geldt voor kruidenrijk grasland: goed voor de vogels, maar het heeft een lagere opbrengst, en je mag het minder bemesten."

Wie beslist er waar dat natuurbeheer komt?

Kooy: "De provincies wijzen gebieden aan. Daarbinnen zoeken de collectieven de meest effectieve plekken. Ze huren expertise in bij ecologen, en gaan in gesprek met groene buren, zoals Staatsbosbeheer en Natuurmonumenten."

Maar de boeren beslissen?

Kooy: "Ja, de collectieven doen dat. Maar de beheerplannen moeten een ecologische toets doorstaan. En de provincie kijkt na zes jaar of de doelen gehaald zijn."

Datema: "Per gebied kijken we naar het effect van de beheermaatregelen op de instandhouding van bepaalde soorten."

Hoe maak je zo'n plan?

Datema: "Mijn collectief, Groningen-West, kreeg dit jaar 2,4 miljoen om te verdelen. Er zijn gebieden met veel vogels, waar maatregelen veel zin hebben, maar waar weinig boeren bereid zijn ze te nemen. We proberen hen over te halen, maar dat lukt niet altijd. Het bestuur tekent de wensen van boeren in op een kaart. Dan zien we het als bijvoorbeeld twee boeren naast elkaar een plas-drasland willen maken. Dat heeft niet zoveel zin. We zeggen ook weleens tegen een boer: 'Je wilt deze maatregel treffen op drie hectare, maar dat moet meer zijn'."

Hoe is het voor de boeren die niet mee mogen doen?

Datema: "Bij boeren die zich al lang met hart en ziel inzetten, maar nu buiten de boot vallen, is er irritatie."

Kooy: "Er zijn zelfs boeren die procedures zijn begonnen tegen hun collectief."

En, werkt het nieuwe systeem?

Datema: "Over de vogelstand kunnen we nu nog heel weinig zeggen."

Kooy: "We denken dat het de goede kant opgaat. Maar willen we echt een gunstige staat van instandhouding, zoals de EU van ons vraagt, dan moet het oppervlak voor agrarisch natuurbeheer stevig omhoog. Wij denken dat er ongeveer 30.000 hectare bij moet."

Dat is bijna de helft meer. Dat zou betekent ook een hoger budget. Is dat niet een lastige boodschap, na alle kritiek?

Kooy: "Er is nu 60 miljoen euro per jaar beschikbaar. Er is 20 miljoen extra nodig. Wij zeggen tegen de samenleving: 'Als we de doelen willen halen die jullie gesteld hebben, is dit het prijskaartje.' Als het de overheid menens is, dan moeten ze ons in staat stellen werk te maken van het behoud van soorten."

Welke soorten dreigen anders te verdwijnen?

Kooy: "Denk aan de grutto: die raken we kwijt als er niets verandert. Ook met de veldleeuwerik en de kievit gaat het helemaal niet goed."

Wilt u niet alleen maar uitbreiden om meer boeren te kunnen subsidiëren?

Kooy: "Boeren doen dit niet voor het geld, maar uit overtuiging. Natuurbeheermaatregelen zijn net kostendekkend."

Volgens onderzoeksbureau Alterra is het beheer nog steeds versnipperd. Een derde van het land voor weidevogelbeheer ligt verspreid, en voor akkervogels geldt dat zelfs voor het overgrote deel. Bovendien ligt nog steeds veel beheer op minder kansrijke plekken.

Datema: "Alterra heeft vastgesteld dat we op betere plekken actief zijn dan vroeger, en beter gestructureerd."

Kooy: "Onze mensen in het veld schatten de situatie soms kansrijker in dan Alterra. Wij hadden de kansrijke-plekkenkaart van Alterra nog niet toen we de plannen maakten. We kunnen hem meenemen bij de nieuwe plannen voor over zes jaar. We hebben nog niet de optimale situatie bereikt, maar we zitten met het probleem van de deelnamebereidheid onder boeren op sommige plekken."

Zou je boeren moeten kunnen dwingen mee te doen?

Kooy: "Als je het gaat opleggen, werkt het niet. Je hebt boeren nodig die zich met hart en ziel inzetten. We kijken of we met grondruil iets kunnen bereiken."

Moet u niet eerst het huidige budget beter inzetten, voor u om meer geld vraagt?

Kooy: "Dat gaan we zeker doen. Maar het beheer ligt nu voor zes jaar vast. Als er voor die tijd geen geld bijkomt, gaan een aantal soorten het niet redden."

Natuurclubs: boeren zijn op de goede weg

Veel natuurorganisaties steunen de roep om meer geld voor boerennatuur. Ze zijn blij met de nieuwe aanpak. "Wij hebben in toenemende mate het idee dat de boeren het serieus nemen", zegt Cees Witkamp, directeur van de Vogelbescherming.

Maar het kan beter. "We merkten dat bij de start van dit nieuwe systeem het contact met onze boswachters soms minder prioriteit had", zegt Kirsten Haanraads van Natuurmonumenten. Volgens NatuurBoeren.nl was over 80 procent van de plannen overeenstemming met de groene organisaties. "Mijn gevoel is dat het minder is", zegt Haanraads.

"Dit was een slecht broedjaar", zegt directeur Marco Glastra van het Groninger Landschap. "Dat heeft met het klimaat te maken. De natuurboeren hier werken vol overgave. Maar vooral het beheer voor akkervogels is nog veel te versnipperd."

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden