Milieuvriendelijk bouwen wint terrein

's-HERTOGENBOSCH - “De Viba is nog steeds nodig. Ook al wordt het belang van milieuvriendelijk bouwen nu algemeen erkend”, verzekert ir. C. A. van der Linden. “We moeten de functie van horzel blijven vervullen.”

JAN SLOOTHAAK

De Viba, Vereniging Integrale Biologische Architectuur, bestaat 20 jaar en viert dat in oktober met een congres en een driedaagse beurs, waar ruim honderd deelnemers ideeën en milieuvriendelijke producten exposeren.

In de loop van de jaren is in overheidskringen het milieudenken allengs meer opgeld gaan doen. Kees van der Linden raakte zelf bij de Viba betrokken toen hij, als hoofd van de afdeling Bouwfysica van de Rijksgebouwendienst, meewerkte aan het milieubeleid in de rijkshuisvesting. Hij maakte vorig jaar de overstap naar de Viba, waarvan hij nu secretaris is.

De grote switch wat het milieu betreft, kwam eind jaren tachtig toen onder aanvoering van de Noorse premier Bruntland het VN-rapport Our common future verscheen over milieu en duurzaam bouwen.

“Het wat zweverige imago van de Viba, het sfeertje van geitenwollen sokken, is inmiddels volledig verdwenen.” Dat blijkt ook uit de ontwikkeling van de Viba als een club voor de incrowd van bezielde figuren tot een vereniging die inmiddels 500 leden telt. Daaronder zijn organisaties als de nationale koepels van woningcorporaties NWR (Nationale Woningraad), NCIV (Nederlands Christelijk Instituut voor de volkshuisvesting) en gerenommeerde bouwbedrijven.

De Viba kan niet op een indrukwekkende leeftijd bogen. Indrukwekkend is echter wel de snelheid waarmee er in die twintig jaar een omslag kwamin het denken over het milieu. De Viba vervulde daar een pioniersrol in.

Het begon aan de universiteit van Eindhoven. Rondom professor Peter Schmid van de Eindhovense faculteit bouwkunde schaarde zich een aantal medestanders, waaruit de Viba kon verrijzen. Eigenlijk ging het Schmid en de zijnen nog niet eens zo zeer direct om het milieu als zodanig. Hen stond veel meer het centraal stellen van de mens voor ogen. Zij zetten vraagtekens bij het 'bouwen per vierkante meter' dat in de naoorlogse jaren in zwang was gekomen. Zij vonden dat de mens gezond en prettig moest kunnen werken en wonen.

Om evenwicht te bereiken tussen de mens en zijn omgeving moesten vormen, kleuren en natuurlijke materialen meer aandacht krijgen. Van der Linden: “Per definitie levert dat milieubewust bouwen op.” Die gedachte won veld, in Nederland culminerend in de planning van Duurzaam Bouwen, een van de bijdragen die het ministerie van Vrom leverde aan het nationaal milieubeleidsplan NMP.

De activiteiten van de Viba begonnen in een periode dat het milieudenken net een beetje in beeld kwam. De milieubeweging was al veel eerder begonnen, maar de overheid hield het nog beperkt tot een schrikreactie na de energiecrisis. Ook geluidshinder was in de jaren zeventig een item.

Van der Linden herinnert zich uit zijn vorige werkkring hoe de afdeling Bouwfysica van de Rijksgebouwendienst zich eerst vooral toelegde op zaken als energiebeheer en geluidshinder. Allengs kwam er meer onderzoek - en meer geld - voor ruimere kwaliteitszorg in de milieusfeer. Het was ook in die tijd dat hij 'de Viba tegenkwam', als een club die zich op dat terrein al langer had bekwaamd.

De Viba vervult een belangrijke informatiefunctie, onder meer door een permanente expositie in het Bossche Bedrijvencentrum. Van der Linden is ermee ingenomen dat ook het bedrijfsleven ging inhaken op de kennelijk op gang gekomen maatschappelijke ontwikkeling. Na het Plan van Aanpak Duurzaam Bouwen van staatssecretaris Tommel ondernam het bedrijfsleven zelf actie door de stichting Bouwresearch een pakket 'duurzaam bouwen' te laten ontwikkelen. “Het is altijd beter dat de markt zelf iets aanpakt dan dat veranderingen moeten worden afgedwongen met overheidsregels.”

In feite schaarde de hele bouw - met onder meer de organisaties van bouwondernemers, de Nederlandse architectenbond, toeleveranciers, de Nationale Woningraad, de Raad voor Onroerende Zaken, projectontwikkelaars (Neprom), de Vereniging Nederlandse gemeenten - zich achter dat pakket minimumeisen. De Viba is daar erg content mee. “Maar we vinden dat pakket nog lang niet ver genoeg gaan”, zegt Van der Linden.

Tegelijk erkent hij dat de Viba zelf de pas wat inhoudt. “Maar alleen uit tactische overwegingen, om te voorkomen dat we te ver voor de troepen gaan uitlopen. “We moeten rekening houden met de markt, niet roomser willen zijn dan de paus. Daarom is ons uitgangspunt dat we aansluiting zoeken bij de markt, maar dat we tegelijk steeds een stapje voorop blijven lopen.”

Dat streven komt onder meer tot uiting in het hanteren van eigen criteria voor duurzaam bouwen, afgeleid van een classificatiesysteem van het Nederlands Instituut voor Bouwbiologie en Ecologie (Nibe). De Viba neemt de hoogste classificatie van de Nibe als uitgangspunt, maar wijkt daarvan af als de aangeprezen milieuvriendelijke materialen niet voldoende voor handen zijn. “We accepteren bijvoorbeeld een bepaalde kunstrubber, hoewel die laag geclassificeerd staat, omdat het een aardolieproduct is. Het gaat echter om een product dat we altijd nog minder milieubelastend vinden dan andere vergelijkbare producten op basis van aardolie. Je kiest dan de minste van twee kwaden.”

Daarnaast wordt een product ook op zijn toepassing beoordeeld. Op de Viba-expositie is vloerisolatie te zien, die bestaat uit stoffen die “uit milieu-oogpunt absoluut verwerpelijk zijn”: een kunststoffolie met een opgedampt aluminiumlaagje. “Dat materiaal heeft echter zo'n immense isolatiewaarde dat er maar extreem weinig van nodig is. Het aluminium van één colablikje is genoeg voor de isolatie van twee huizen.”

Biologisch bouwen trok nog niet zo lang geleden vooral de aandacht door spectaculaire projecten met uitheemse producten als 'grasdaken'. “Grasdaken zijn voor het milieu overigens inderdaad erg gunstig, maar architecten als Renz Pijnenborgh slagen er ook in om grote bouwprojecten milieuvriendelijk te bouwen binnen de financiële beperkingen die bijvoorbeeld voor de sociale woningbouw gelden”, aldus Van der Linden.

Aansluiten bij de markt is belangrijk, maar er komt een punt dat ook de Viba zelf zich realiseert dat er niet te veel water in de wijn mag worden gedaan. “We moeten ons afvragen: waar was het ook al weer om begonnen? Welnu, het uitgangspunt was evenwicht te vinden voor de mens in wonen en werken. Het gaat niet alleen om zaken als techniek en materialen. Daarom gaan we ons in de nabije toekomst ook weer toeleggen op immateriële zaken als vorm, kleur, licht en menselijke schaal. Die horen centraal te staan in een integrale bio-ecologische architectuur. Het sick building syndroom hangt daarmee samen. Zaken die te maken hebben met de vraag hoe huizen, ziekenhuizen, scholen, gebouwen inwerken op de mens.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden