Milieu-onderzoek

Toen RIVM-medewerker Hans de Kwaadsteniet in Trouw harde kritiek uitte op zijn eigen werkgever, stak een storm van verontwaardiging op. Hoe betrouwbaar zijn de cijfers van het milieuplanbureau? De vraag naar onzekerheidsmarges is binnen de wetenschappelijke wereld aan de orde van de dag. De discussie tussen deskundigen wordt vaak gevoerd in wetenschappelijke tijdschriften en op congressen, waardoor het grote publiek zelden een compleet beeld krijgt van de bestaande controverses. Een deel van de inzichten zal daardoor ook niet doordringen tot politieke discussies en afwegingen. Onvolkomenheden en onzekerheden in milieu-cijfers liggen echter in de aard van de zaak besloten.

De onzekerheid over de adequaatheid van wetenschappelijke inzichten en beweringen kan worden teruggevoerd tot de keuze van het model dat gehanteerd wordt om het probleem, bijvoorbeeld geluidshinder of CO2 uitstoot, te beschrijven. Wetenschappelijk deskundige A pleit voor gebruik van model X en wetenschappelijk deskundige B pleit voor toepassing van model Y. Er is dan ook niet primair sprake van een tegenstelling tussen het hanteren van een theoretisch model enerzijds en van een daarop gebaseerd meetprogramma anderzijds, zoals De Kwaadsteniet suggereert. In werkelijkheid is de keuze voor het ene of het andere theoretische model veel meer bepalend voor wat als relevante metingen wordt gezien. En omgekeerd kan de betrouwbaarheid van de metingen alleen worden beoordeeld tegen de achtergrond van de bruikbaarheid van het gehanteerde model voor het betreffende onderzoeksprobleem.

De kern van de keuze voor model X of model Y dient uiteindelijk gebaseerd te zijn op de afweging of specifieke vragen in het onderzoek als relevant worden beschouwd om een adequaat begrip van het probleem te verkrijgen.

Wanneer met behulp van een door Lucas Reijnders voorgestelde 'peer review' de interne wetenschappelijke controverse aan het licht kan worden gebracht, is het aan de beleidsmaker om aan deskundige A of aan deskundige B een grotere geloofwaardigheid toe te schrijven. Een politicus kan die keuze niet in de wetenschappelijke arena maken - hij of zij bezit niet de competentie om het in wetenschappelijke zin beter te weten dan één van de beide deskundigen - en kan zich slechts beroepen op politieke criteria.

Het voorstel van 'peer review' van Reijnders zou daartoe in de vorm kunnen worden gegoten van een discussie over de 'relevantie van onderzoeksvragen'. Een zorgvuldige benadering van milieuvraagstukken vergt dat alle door kritische onderzoekers onder de aandacht gebrachte onderzoeksvragen als mogelijk relevant worden beschouwd in het milieubeleid totdat is aangetoond dat dit niet nodig is. De relevantie van onderzoeksvragen heeft veel aandacht gekregen in de discussie rondom de geluidsoverlast van Schiphol. De Commissie-In 't Veld bracht aan het licht dat een deel van de aanvankelijk als relevant beschouwde 'meetpunten' in feite midden in weidegebied was gelegen en als onderzoeksvraag voor de geluidsoverlast van mensen geen rol speelde. Voorbeelden van het omgekeerde zijn er echter ook: vragen die niet (op tijd) zijn gesteld omdat er onvoldoende besef bestond van hun relevantie voor de milieuproblematiek. DDT en CFK's zijn twee voorbeelden van toepassingen waarbij de deskundigen te laat tot het inzicht kwamen dat er belangrijke vragen over het hoofd waren gezien. De taak van het RIVM is om de toepassing van het voorzorgprincipe mogelijk te maken en te helpen voorkomen dat de lijst van onaangename milieu-verrassingen in de toekomst nog groeit.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden