Mildred Muis zet haar weerzin tegen zwemmen nog een keer opzij

Barcelona is het eerste toernooi sinds Seoul waar Mildred Muis met vertrouwen naartoe leeft. Ze overwon haar weerzin tegen het zwemmen en hoopt, naast persoonlijk succes, op de hoge troef die op de estafette kan worden uitgespeeld. Het ene minpunt is niet het minste: de angst voor aanslagen door de Spaanse nonchalance op het gebied van veiligheid.

Olympische Spelen, zij vormen voor zwemmers die hun sociale leven tijdelijk aan de kant schuiven, feitelijk de enige mogelijkheid in de schijnwerpers te treden, zonder dat het overigens financiele of maatschappelijke perspectieven biedt. Per traditie biedt de tweede sport in de Olympische hierarchie een spektakel dat in Barcelona nog eens zal worden geaccentueerd door de keuze van een zonovergoten buitenbad. "Een bad dat fantastisch aanvoelt, hoge, volle tribunes, zon, blauwe lucht en prachtig blauw water. Dat geeft de extra prikkel" , glundert Mildred Muis.

De gelijkheid der kansen, nu op de kleine kwaliteitsgroep uit Hongarije na het (voormalige) Oostblok zijn greep op het vrouwenzwemmen kwijt is, vormt een ander bijzonder aspect aan het toernooi. "Ik heb het idee dat de wedstrijden weer open zijn" , meent Mildred Muis. "Dat zag je al tijdens de wereldkampioenschappen in Perth, waar de medailles verdeeld waren over vele landen. Ook nu zullen de verrassingen niet uit een hoek komen, ofschoon de Amerikanen in supervorm schijnen te verkeren. De Canadezen waren daar onlangs na een wedstrijd in Narbonne nogal van onder de indruk. Maar daar zijn wij als Nederlanders nuchter onder. Dat is misschien ons wapen. In '88 waren de Amerikanen ook goed tijdens hun selectiewedstrijden en viel het op de Spelen tegen."

Het wegebben van de greep die doping op de zwemsport had, vormt voor Mildred Muis niet de voornaamste reden om aanvankelijk met een soort frisse tegenzin dagelijks haar baantjes te trekken. De vastberadenheid waarvan ze zegt dat die haar altijd heeft gekenmerkt, vond een vruchtbare voedingsbodem in de kritiek die ze vorig jaar kreeg voorgeschoteld. Na de Spelen van Seoul (zilver op de 4x100 meter vrije slag) kwam ze terecht in een lang voortkabbelende crisis. "Normaal trainde ik me kapot voor een dergelijk evenement en als het achter de rug was, kon ik bijna niet wachten om weer te beginnen. In '88 had ik dat gevoel na vijf weken nog niet en dacht, o jee, er is iets mis. Seoul was een afknapper, niet vanwege het evenement zelf, maar vanwege de gang van zaken binnen de ploeg. Zes weken waren we bijeen, veel te lang. Toen we waren uitgezwommen en een van de jongeren niet mee mocht de stad in, besloten we allemaal niet te gaan. Het regime is altijd afgestemd op de jongste. We hebben dat toen proberen te doorbreken en zijn ontzettend uit ons dak gegaan. We hebben echt de beest uitgehangen. Maar dat was een van de weinige momenten waarop de groep zich solidair verklaarde."

Het jaar 1989 betekende de kortstondige internationale doorbraak van haar tweelingzus Marianne tijdens de Europese kampioenschappen in Bonn. "Ik won er nog individueel brons tijdens de EK en begin '90 zwom ik een officieus wereldrecord, maar dat was het dan wel. De hele ploeg gedijde in Bonn in een goede sfeer, maar daar was bij de WK in Perth niets van over. Dat is moeilijk verklaarbaar. In de voorbereiding was de ploeg al verbrokkeld in allerlei groepjes. Nee, nooit meer zo iets" .

In Australie was het brons op de 4x100 vrij een teleurstelling; het zilver op de dubbele estafette-afstand een meevaller. Individueel was er sprake van een crisis, zowel bij Marianne (problemen met de bloedsamenstelling en de hormoonhuishouding die ook nu nog niet voor 100 procent in orde is) als bij Mildred. Die laatste - in de zomers van '90 en '91 afwezig in de zwembaden kijkt terug: "Ik dook het water nog in, maar keek met een half oog naar de klok. Ik realiseerde me ineens hoe beperkt het zwemmen is. Elke dag weer zie je die duizenden tegeltjes onder je wegflitsen. Altijd die reuk van chloor, die je buitensluit van dingen die lekker ruiken. Ik kreeg minder aandacht voor mijn sport en meer voor sociale contacten, ook al door prive-problemen."

Openbaring

In haar woonplaats, Amersfoort, kwam ze in contact met triathleten, in vele opzichten de tegenpolen van zwemmers. Onder anderen Ben van Zelst en Irma Zwartkruis deelden het zwembad met haar in de vroege ochtenduren.

De ontmoetingen waren voor Mildred Muis een openbaring, die de oogkleppen van haar gelaat vaagden. "Het zijn hele andere mensen dan ik gewend was om mee om te gaan. Toen ik door hen de wereld van de triathlon werd ingetrokken, zag ik hoe anders het zwemmen is. De sfeer bij ons is over het algemeen vreselijk. Iedereen heeft het achter de ellebogen, niemand helpt elkaar. Daarom voelde ik me in de zwemwereld niet meer thuis. Ik sloot me ervanaf, omdat ik me in mijn eigen wereld wel prettig voel. Ik maakte me er niet druk om dat bijna geen mens je goede dag zei. Het interesseert me niet meer wat er over mij wordt gezegd. Alle energie stop ik in de sport zelf. Ja, dat klinkt tegenstrijdig na die periode dat de omgeving me tegenstond. De commentaren dat ik was afgeschreven, hebben me geprikkeld. Ik zou er maar een beetje bijhangen, mijn wereldrecord zou eigenlijk niets voorstellen. Ik ben iemand die niet met zich laat sollen, ik ben altijd een doorbijter geweest. Hier in Barcelona wil ik me nog een keer bewijzen. Ik heb een mooie zwemcarriere gehad, die wil ik goed afsluiten. Hierna wil ik ook aandacht besteden aan triathlon, lopen, fietsen. Zwemmen blijf ik doen, maar op een lager pitje, waarmee ik niet wil uitsluiten dat ik nog in toernooien uitkom. Ook wil ik weer opleidingen gaan volgen. Een uitzendbureau wil dat als sponsoring voor me gaan betalen. Dat houd ik dan toch aan mijn sport over.

Ik heb inderdaad een moeilijke periode achter de rug maar nu voel ik me perfect. Ik heb lekker getraind, de testresultaten zijn goed, we hebben een weliswaar kleine maar leuke groep. Dit is het eerste toernooi sinds de Spelen van Seoul waar ik met zelfvertrouwen naartoe leef. Waar ik niet het idee heb de mist in te kunnen gaan. Alhoewel dat natuurlijk morgen in de series nog moet blijken. De jaren tussen de Spelen blijken moeilijk, maar dan loop je hier weer . . . Dan voel je dat dit is waar ik het allemaal voor doe. Nu moet ik me nog op het zwemmen concentreren, daarna heb ik tijd voor de leuke dingen. Maar nu zie je al zoveel. Er is veel vermaak in de stad, we hebben een prachtig strand. Het gekrioel van mensen in het Olympisch dorp. Elke keer als ik ga eten, zit ik tijdenlang rond te kijken om te genieten van al die soorten costuums, al die soorten mensen. Van klein tot reusachtig. Een normaal mens maakt dat niet mee. Slechts 15 000 en wat is dat nou op de zoveel miljard mensen op de wereld."

Vriendelijker

Het verschil met Seoul frappeert Mildred Muis. Weliswaar zijn de bij de Spelen betrokken mensen in Barcelona vriendelijker en beweegt iedereen zich vrijer, maar het gevoel van onveiligheid overheerst. "Het is werkelijk een chaos. Bij de hoofdingang van het Olympisch dorp staan rijen mensen, terwijl er maar een toegang is geopend. Blijkt de computer bij de kaartcontrole niet te werken, dan zegt men: loop maar door. Je kan hier zo het dorp binnenkomen. Van de week kwamen we Nederlandse supporters tegen, die binnen mochten omdat ze naar de WC hadden gevraagd. In zekere zin grappig, maar het zou niet moeten kunnen, het mag niet. Er is hier ten slotte met acties gedreigd. Daar hoefde je in Seoul niet bang voor te zijn."

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden