'Milaan-Sanremo is als een opzwepende opera'

interview | Mark Cavendish blikt vooruit op La Primavera. 'Je weet het in deze wedstrijd toch nooit. Dat maakt 't zo bijzonder.'

Het zal Mark Cavendish eerlijk gezegd een zorg zijn, Via Roma of Lungomare Italo Calvino. "Milaan-Sanremo winnen wordt er door die finishaanpassing niet makkelijker op." Cavendish, wiens attitude zich nog het vriendelijkst laat omschrijven als stroef, is geprikkeld voor zondag. De Britse sprinter aast op eerherstel. 2014 was vooral een teleurstellend jaar voor de coureur die overal en door iedereen werd overklast.

Via Roma is in ere hersteld. Op de smalle finishstraat in het centrum van de Italiaanse badplaats behaalde Eddy Merckx een ongeëvenaard aantal van zeven zeges. Lungomare bleek toch vooral een tochtige, sfeerloze aankomst sinds de organisatie in 2008 uitweek naar de boulevard in Sanremo.

"Ach, Via Roma", merkt Cavendish plots op, als in een soort liefdesbetuiging. "Deze finish is waar ik als kind van droomde." In het Italiaanse hotel waar de Brit bivakkeert in aanloop naar 'La Primavera' wordt voor heel even de wielerromanticus wakker in de anders zo norse coureur. "Na de Passo del Turchino gaat het richting kust. Dan wordt het net een opzwepende opera, sneller en sneller. De spanning bouwt zich steeds meer op. Vervolgens heb je de Capo's die elkaar in sneltreinvaart aflossen. Ontsnappingen op de Cipressa en dan spektakel op de Poggio."

De verkenning die Cavendish samen met ploeggenoot Mark Renshaw en ploegleider Davide Bramati bij Etixx-QuickStep deed van de laatste kilometers over de Poggio, en vervolgens de stad in, leerde hem daarentegen niets nieuws. Pragmatisch als altijd zegt de sprinter: "De nieuwe finish maakt geen enkel verschil. Een kilometer minder? So what. Ik weet niet of dat voor de aanvallers op de Poggio wat uitmaakt."

"Toen ik in 2009 won, wist ik tot tien meter voor de finishstreep niet wie 'm zou gaan pakken." Hij wil maar aangeven dat in de afdaling van de Poggio naar Sanremo alles mogelijk is. "Je weet het in deze wedstrijd toch nooit. Dat maakt Milaan-Sanremo zo bijzonder."

Zijn relatie met de eerste van vijf wielermonumenten - de andere zijn Ronde van Vlaanderen, Parijs-Roubaix, Luik-Bastenaken-Luik en Lombardije - mag gerust als moeizaam beschouwd worden, erkent de 29-jarige renner met zijn soms onverstaanbare Isle of Man-accent. "Milaan-Sanremo kent een grote lastigheidsgraad. Een wielerwijsheid zegt niet voor niets dat je hier van alle klassiekers het makkelijkst finisht. Maar ook dat het hier het moeilijkst is om te winnen." Dat werkt door in de hoofden van het peloton, stelt hij terloops vast. "Er is een handjevol gasten dat kan winnen en een handvol die dénkt te kunnen winnen."

Cavendish kwam na zijn zege in 2009 alleen vorig jaar dicht bij het podium. Hij werd vijfde achter de Noorse verrassing Alexander Kristoff, ook ditmaal dé grote concurrent van de Brit. Het grote verschil met nu is dat de Engelsman het voordeel heeft van de psychologische voorsprong. De eerste serieuze krachtmeting tussen de twee, begin deze maand in de semiklassieker Kuurne-Brussel-Kuurne, draaide uit op een overwinning voor 'Cav'.

Zelf ziet Cavendish dat anders. Namen van kanshebbers noemt hij niet. Nou, eentje dan, na wat aandringen. "Peter Sagan." De Slowaak die in Tirreno-Adriatico deze week voor het eerst in bijna driekwart jaar weer de smaak van een profzege proefde.

De Brit weet sinds vorig jaar wat het is als je aureool van onoverwinnelijkheid zijn glans verliest. Hij kwam er in geen enkele sprint aan te pas. De oorzaak was niet alleen Marcel Kittel, maar vooral Cavendish zelf. Zo koel als de Duitser de finale ingaat, zoveel deining veroorzaakt de Brit in de slotmeters. Tijdens de eerste Touretappe vorig jaar, in zijn eigen Engeland nota bene, deelde hij in volle vaart een kopstoot uit.

De gevolgen waren zuur voor de 'Manx Missile' en zijn team QuickStep. De Belgische ploeg reed de rest van de Tour de France onthoofd rond in de sprintetappes omdat Cavendish daags na diens aanslag moest opgeven met een blessure. Cavendish schuwt bij tijd en wijle geen geweld. Zo ramde hij twee jaar geleden de Nederlander Tom Veelers van de fiets.

Wie hem herinnert aan zulke voorvallen loopt het risico op een verbale oorwassing. Milder is hij met vragen over 2009. Verwacht echter geen warme bloemlezing over zijn zege van toen. "Hoe ik won, is belangrijker dan de emoties eromheen. Het zou mooi zijn als zich dat herhaalt."

"Hoe ik denk te winnen, houd ik maar voor mij. Weet je, in 2010 was er een massale valpartij in de afdaling van de Turchino. Het kostte enorm veel kracht na mijn gebroken wiel om terug te keren in de voorste rijen. Dat is kracht die je eigenlijk tekort komt in de finale."

Heel even zit de anders zo stuurse Brit op de praatstoel. "Dit is het enige monument in dit jaargetijde dat op mijn lijf is geschreven. Het is goud voor sprinters die kunnen klimmen. Je moet deze echt verdienen. Dat-ie vaak op een sprint uitdraait, wil niet zeggen dat het een makkelijke koers is. Iedere coureur die sprint in Sanremo heeft dat recht verdient."

"Er bestaat helaas geen geheim voor het winnen van Milaan-Sanremo", ontrafelt Cavendish La Primavera verder. "Alles moet kloppen, bijna 300 kilometer lang. Dat betekent vooral geen energie verspillen."

Om die reden stapte Cavendish maandag voortijdig uit de Tirreno-Adriatico. "Ik had geen zin om de hele dag in de stromende regen te rijden. Ik heb nu een extra rustdag tot zondag." Sinds de kleine, bonkige Engelsman terug is uit Zuid-Afrika voor sponsorverplichtingen, hindert een buikvirus hem. "Ik kan niet precies zeggen of ik nu moe ben van de race of door die infectie." De zorgen troebleren ook zijn hoofd. "Eerlijk gezegd? Ik maak mij best wel zorgen."

Thomas Dekker stopt

Het is schoon genoeg geweest, meent Thomas Dekker. De profwielrenner maakte gisteren op zijn website bekend dat hij stopt met zijn sport. Dekker, de grootste Nederlandse wielerbelofte sinds Michael Boogerd, vond geen ploeg voor dit seizoen. "Ik ben klaar voor een nieuwe stap. Zonder fiets", zei hij in een verklaring.

Dekker, die twee weken geleden in een ultieme poging de schijnwerpers opzocht met een poging het werelduurrecord te veroveren, legt zich neer bij de realiteit. Niemand zit te wachten op een coureur met een dopingverleden. En vooral niet op een wielrenner die zich nooit over zijn verplichte absentie uit de wielrennerij heeft kunnen zetten.

Het is de tragiek van de dertigjarige Dekker. Na zijn clementie in 2012 ervoer het nooit ingeloste talent dat hij links en rechts was gepasseerd door coureurs die hij voorheen met gemak op afstand wist te zetten. Dekker had daarnaast last zich de nieuwe discipline in het post-Armstrong-tijdperk eigen te maken. Die geestestoestand - schoon rijden - was hem als exponent van een gedrogeerde generatie onbekend.

Daar kwam nog eens bij dat hij door iedereen werd herinnerd aan zijn dopingverleden. Dekker had weliswaar afstand genomen van de mores van destijds, helemaal oprecht kwam hij nooit over. Vooral zijn weigering open kaart te spelen over de dopingpraktijken bij zijn toenmalige ploeg Rabo deden zijn publieke rehabilitatie geen goed.

Dat verklaarde ook zijn ongemakkelijke terugkeer in het profpeloton in 2012. De wielerwereld waaraan hij zijn status te danken had, leek zich geen raad te weten met Dekkers reïntegratie. Dekker zelf overigens ook niet. Zittend op de trede van de ploegbus van Garmin na afloop van de Brabantse Pijl deed hij zijn verhaal, tot dan toe vlekkeloos georkestreerd door zijn management, aan de pers, dat het nu wel eens uit eerste hand wilde horen. Veel te zeggen had Dekker niet. De bravoure van weleer had plaatsgemaakt voor onbehagen. Het brak hem uiteindelijk op.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden