Mijnen dicht, kerken leeg

Het Verenigd Koninkrijk ontkerkelijkt in razend tempo. Nergens gaat dat zo snel als in de valleien van Zuid-Wales.

EBBW VALE EN CWMAMAN (WALES) - De St Joseph's Church in Cwmaman is niet eenvoudig te vinden. Een slingerende weg leidt de berg op en na enig zoeken doemt de anglicaanse kerk achter een groep bomen op. De zoektocht is meer dan de moeite waard. De kerk kijkt mijlenver uit over de groene valleien van Zuid-Wales. Mistflarden drijven langzaam omlaag door de bossen en onderaan de berg liggen kleine arbeiderswoningen als grijze plukjes verspreid over de vallei. Het is muisstil. Af en toe klinkt de roep van een vogel of het geluid van een auto in de verte.

Een bejaarde heer schuifelt voorzichtig de gladde trap op van de kerk. Buiten vriest het, binnen in de kerk is het niet veel warmer. Op de voorste bankjes zitten drie grijze dames, de oudere heer gaat naast hen zitten. Priester David Way, gekleed in een zwart-witte toog, leest in rap tempo de mis.

Het is een doordeweekse dag, nooit een moment dat de kerk vol zit met gelovigen. Op zondag is het beeld niet veel anders, geeft Way toe. De kerk heeft driehonderd plaatsen, maar tegenwoordig komen hooguit dertig zielen opdagen. Bejaarden zijn in de meerderheid, jongeren komen er nauwelijks.

St Joseph's Church is geen uitzondering. Secularisatie en ontkerkelijking zetten zich onverbiddelijk door in het Verenigd Koninkrijk. Uit de landelijke volkstelling, waarvan de resultaten onlangs werden gepubliceerd, blijkt dat een kwart van de inwoners van Engeland en Wales geen geloof meer aanhangt. Tien jaar geleden was dat 15 procent. Volgens andere onderzoeken heeft de ontkerkelijking zich nog verder doorgezet.

Opmerkelijker zijn de regionale verschillen. In de toptien van de minst religieuze regio's staan zes gemeentes uit Zuid-Wales, die allemaal aan elkaar grenzen. In Rhondda Cynon Taf, waarvan Cwmaman deel uitmaakt, heeft 41 procent van de inwoners geen geloof. In de aangrenzende gemeentes Blaenea Gwent (41 procent), Caerphilly (41 procent), Bridgend (37 procent), Torfaen (36 procent) en Merthyr Tydfil (36 procent) is het beeld niet anders.

Waarom gaat de ontkerkelijking sneller in Wales dan in de rest van het land? Bij St Joseph's Church hoef je niet ver te zoeken naar een antwoord. Het uitzicht van de kerk was vroeger radicaal anders. Het gebouw stond pal naast de kolenmijn. De berg, kaalgeslagen en zwart van het roet, gonsde vijftig jaar geleden van bedrijvigheid. Treinen reden af en aan om de kolen op te halen. Kleine, onbruikbare kolen werden over de top van de berg gekieperd. "Ik weet nog hoe lange rijen mannen ladingen van kleine kolen naar boven kruiden. Kolen waren er in overvloed en iedereen had een baan", herinnert de 72-jarige Anne Powell, die na de mis hete thee met koekjes geeft aan de kerkbezoekers.

De Industriële Revolutie leidde in de negentiende eeuw tot de bloei van de mijnbouw en de staalindustrie. Arbeidsmigranten trokken massaal naar het dunbevolkte Wales en in hun kielzog kwamen de kerken. Het werk in de mijnen was gevaarlijk. Niet iedereen kwam levend terug uit de donkere schachten.

Met het zwart onder de nagels en de pet in de hand gingen de mijnwerkers elke zondag naar de kerk om de lieve heer te bedanken; voor het dagelijkse brood op tafel en het behoud van hun leven.

Van de mijn in Cwmaman is geen spoor meer te zien. Een houten standbeeld van een hand die een steenkool vastgrijpt, is het enige dat herinnert aan het industriële verleden. "Ja, de omgeving is nu mooier en groener en het is heerlijk rustig", zegt Powell met enige melancholie. "Maar alles is verdwenen. De mijn is weg. Treinen rijden niet meer. Er zijn bijna geen winkels en cafés meer. Veel inwoners zijn vertrokken."

Met de mijnen en de staalindustrie verliet ook god de valleien van Zuid-Wales. "Er is tegenwoordig nog maar weinig waar je god dankbaar voor kan zijn", zegt Chris Phillips van het culturele centrum van Ebbw Vale, een plaatsje dat ten noorden van Cwmaman ligt.

"Ze hebben de industrie weggehaald en de werkloosheid in deze regio is torenhoog. Mensen hebben alle hoop verloren. En met de hoop ook hun geloof." De enige functie die de kerk nog heeft, is wat Phillips hatches, matches and dispatches noemt. "Mensen komen alleen nog naar de kerk voor geboortes, huwelijken en begrafenissen." Zelf beschrijft Phillips zich als een agnost. "Dat begon al vroeg in mijn familie. Mijn ouders waren niet gelovig, we gingen nooit naar de kerk."

Eens was Ebbw Vale een godsvruchtig stadje. Als je boven op de Black Mountains staat kun je de pieken tellen van de twaalf kerken die het plaatsje met 18.000 inwoners rijk is. Tegenwoordig zijn bijna alle kerkgebouwen niet meer in gebruik. Sommige kerken zijn omgebouwd tot woningen of hebben een nieuwe bestemming gekregen zoals de Penuel Calvinistic Methodist Chapel, waar de scoutbeweging tegenwoordig kwartier maakt. Andere zijn veranderd in ruïnes.

Zo staat op de hoogste heuvel in Ebbw Vale de Mount Zion Primitive Methodist Church, een kerk waarvan de naam poëtischer is dan zijn uiterlijk. De ramen en deuren zijn dichtgemetseld, er is graffiti op de muren geklad en het dak vertoont grote gaten. Honderd meter verder staat de rijzige Christ Church, dat nog wel als kerk dient, al zijn de zeshonderd zitplaatsen elke zondag grotendeels leeg. "Het is soms om moedeloos van te worden", zegt George Waggett, de rector van Christ Church. "Afgelopen zondag waren er maar zeventien kerkbezoekers."

De wijk rond de Mount Zion en Christ Church is volgebouwd met kleine rijtjeshuizen en ziet er verlaten uit. Zestig jaar geleden was dat wel anders, herinnert Ron Hawkins zich, die pal naast Mount Zion woont. Zijn grootvader werkte in de mijnen en zijn vader in de staalfabriek. "Zie je die straat", zegt hij, terwijl hij wijst naar een weg die verder de berg opleidt. "Daar stonden eens 32 kroegen. Toen ik kind was, was dat ons wekelijkse entertainment. Vrijdagavond en zaterdagavond gingen we van kroeg naar kroeg, ook om naar gevechten op straat te kijken. Zondag rolden we met zijn allen de kerk in." Tegenwoordig gaat hij nooit meer naar de kerk. "Ben je gek, daar ben ik te oud voor", grapt hij.

De mijn, de kroeg en de kerk. Het was een symbiose die anderhalve eeuw stand zou houden. Mijnbazen en de directeuren van de staalfabrieken financierden de bouw van ontelbare kerken om hun werkers op het rechte pad te houden. Het was een strijd die niet altijd door de kerk werd gewonnen. "Wij denken altijd dat de kerken vroeger bomvol zaten, maar dat is een mythe", grinnikt priester Way van St Joseph's Church. Hij trekt een oud kerkregister uit de kast. Bij het jaar 1889 wijst hij op de aantallen gelovigen die elke zondag kwamen. 37, 32, 30, 16.

Maar de economische neergang van Zuid-Wales kent geen genade, ook voor cafés is geen plaats meer. Net zoals de kerken hebben de meeste kroegen hun deuren moeten sluiten. "Dat is geen toeval", zegt Way. "Beide zijn plekken waar de plaatselijke gemeenschap bij elkaar komt, beide hebben hun functie verloren in een samenleving die uit elkaar valt."

Is er nog hoop voor de kerken? Priester Way geeft de moed niet op. Toen hij in 2002 aantrad in Cwmaman trof hij een hopeloos vervallen St Joseph's Church aan. "Alle ramen waren gebroken, de daken lekten, muren waren beschimmeld. Eigenlijk stonden we op het punt de kerk te sluiten, maar de plaatselijke gemeenschap wilde het gebouw behouden. Daar heb ik lang over nagedacht. Ik wilde dat de kerk meer zou zijn dan een monument uit het verleden, het moest een functie blijven hebben voor de gemeenschap."

Met geld van de plaatselijke gemeenschap en subsidies van de overheid werd de kerk nieuw leven ingeblazen. Het gebouw werd gerestaureerd en kreeg zonnepanelen. Een deel van de kerk is omgebouwd tot computerruimte voor cursussen en de kerk organiseert foto-exposities, kunstvoorstellingen en muziekconcerten. "Eigenlijk gaan we terug naar de kerk van de Middeleeuwen, toen de kerk meerdere functies had: dorpsbewoners hun schapen in het gebouw hielden en er handel plaatsvond. De zondagse mis is nog steeds niet druk bezocht, maar ik krijg wel weer jongeren in mijn kerk."

Ook George Waggett beseft dat de kerk zich moet aanpassen. Hij zit in allerlei liefdadigheidsorganisaties, is de kapelaan van een rugbyclub en is tegenwoordig meer buiten dan binnen de kerk. "Alles wat mensen dichter bij Jezus brengt, daar doe ik aan mee. De tijden dat de mensen naar de kerk toekwamen, zijn voorbij. Hoeveel bezoekers we krijgen, is niet meer belangrijk. Als we nog betekenis willen hebben, moeten we naar buiten stappen en midden in de gemeenschap staan."

De trend is kraakhelder: de Britten verliezen hun geloof
Elke tien jaar houden de Britten een volkstelling, die op de eerste plaats bedoeld is om de bevolkingsomvang vast te stellen. Deelname is voor alle inwoners van het Verenigd Koninkrijk verplicht. De afgelopen decennia is de census meer op een sociologisch onderzoek gaan lijken. Hij bevat onder meer vragen over gezondheid, werk, etnische achtergrond, talenkennis en opleidingsniveau. In 2001 werd voor het eerst een vraag over religie toegevoegd: toen beschouwde 72 procent van de inwoners van Engeland en Wales zich christelijk. Van de ondervraagden antwoordde 15 procent dat het 'geen religie' heeft. Bij de laatste volkstelling in 2011, waarvan nu de resultaten worden bekendgemaakt, was het aantal Britten zonder religie opgelopen tot 25 procent, terwijl het aantal ondervraagden die 'christelijk' hadden aangevinkt, was teruggelopen tot 59 procent. Het aantal moslims steeg van 3 naar 4,8 procent.

Er zijn meer onderzoeken die de religie van de Britse bevolking peilen en wat opvalt, is dat ze vrij uiteenlopende resultaten opleveren: van 33 tot ruim 50 procent die aangeeft 'geen religie' te hebben (zie grafiek voor een van de onderzoeken). De verklaring hiervoor is een fenomeen wat wetenschappers 'culturele godsdienstigheid' noemen. Veel mensen die niet langer gelovig zijn, blijven zich christelijk noemen omdat ze zo zijn opgevoed of omdat ze christelijke elementen erkennen in hun nationale cultuur. Verschillen in vraagstelling kunnen zo tot afwijkende resultaten leiden. Statistieken over kerkbezoek laten overigens weer een heel ander beeld zien. Volgens de meest recente cijfers gaat 7 procent van de Britten wekelijks naar de kerk en 15 procent elke maand. Uit het Tearfund Survey blijkt dat 32 miljoen Britten (66 procent) nooit gaat. Ondanks de verschillen in alle onderzoeken is de trend kraakhelder: de Britten verliezen in toenemende mate hun geloof.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden