Mijnafval is voor eeuwig

Een man neemt bij het Hongaarse Ajka een monster van het slib dat vrijkwam na een dijkdoorbraak bij de opslag van een aluminiumbedrijf. (EPA) Beeld
Een man neemt bij het Hongaarse Ajka een monster van het slib dat vrijkwam na een dijkdoorbraak bij de opslag van een aluminiumbedrijf. (EPA)

De ramp met giftig slibafval in Hongarije maakt duidelijk tot welke milieuproblemen mijnbouw kan leiden. Hoe kunnen dergelijke catastrofes in Europa worden voorkomen?

Runa Hellinga

Zonder metalen en mineralen kan de moderne mens niet. Dat maakt hem afhankelijk van mijnbouw. Maar met de bijkomende milieuproblemen weet de samenleving zich eigenlijk geen raad, zo maakt het recente ongeluk met rood afvalslib van een Hongaars aluminiumverwerkend bedrijf weer eens duidelijk. Waarschijnlijk hield het bedrijf zich niet aan de veiligheidsregels en Hongaarse milieugroepen eisen een betere controle op industrieel slibafval. Maar Europa telt talloze bergen en dammen met mijnbouw- en industrieafval. Zijn er eigenlijk wel veiligheidsnormen die dit soort ongelukken kunnen voorkomen?

Er is geen menselijke activiteit te bedenken die zoveel afval produceert als de mijnbouw. In 2004, toen Hongarije en negen andere landen lid werden van de Europese Unie, kwam het Joint Research Centre, een onderzoekscentrum van de Europese Commissie, met een rapport over de milieugevolgen van de mijnbouw in de tien nieuwe EU-lidstaten. Dat rapport concludeerde dat 29 procent van het afval in de vijftien oude EU-landen uit de mijnbouw en ertsverwerkende industrie komt. In nieuwe lidstaten was dat cijfer nog hoger. Het afval uit andere industriële sectoren valt daarbij in het niet.

Zelfs zonder ongelukken is de milieu-invloed van mijnbouw enorm. Daglichtmijnbouw, waarbij het hele oppervlakte wordt afgegraven, is verwoestend voor het landschap. Ondergrondse mijnbouw heeft voor altijd invloed op de stabiliteit van de bodem en is een blijvende bron van vervuiling van het grondwater, ook als de mijn eenmaal gesloten is. Oppervlaktewater raakt verontreinigd door lekkages in de afvalopslag. Alleen al in West-Europa is naar schatting 5000 kilometer rivieroever vervuild door mijnbouw.

Het gaat vaak om vervuiling die al duizenden jaren voortgaat, want mijnbouw is een van de oudste industriële activiteiten. De milieugevolgen van de Romeinse en Griekse loodsmelterijen zijn nog steeds meetbaar in het poolijs in Groenland. Sommige gebieden in Midden-Europa kunnen door tweeduizend jaar mijnbouw nooit voldoen aan de milieueisen die de EU nu stelt.

Centraal-Europa kent veel meer mijnactiviteiten dan West-Europa. Hongarije, dat de zaak zeer zorgvuldig in kaart heeft gebracht, telt zo’n 15.000 geregistreerde mijnen en groeven, soms niet meer dan een lokale grindafgraving. Eén procent van het totale Hongaarse productieve land is bedekt met mijnafval, variërend van afvalbergen tot dammen. Zo’n 25 procent van de Tsjechen leeft in gebieden die kampen met milieuproblemen als gevolg van eeuwenlange mijnbouw.

Dat komt niet alleen omdat er in Centraal-Europa meer delfstoffen te vinden zijn, maar ook, omdat de West-Europese mijnbouw in de afgelopen decennia onrendabel werd en daarom grotendeels is gesloten. De delfstoffen die de Nederlandse industrie gebruikt, worden allemaal geïmporteerd, de bijbehorende milieuproblemen zijn dus naar elders verplaatst. De Hongaarse MAL, eigenaar van de gebarsten dam, exporteert 75 procent van zijn producten naar de West-Europese markt.

Milieuproblemen in de mijnbouw zijn niet simpelweg het gevolg van gebrek aan regels. Regelgeving en controle kunnen problemen helpen voorkomen of uitstellen, maar mijnafval ruim je niet zomaar op. Om erts, kolen of diamanten te delven, worden enorme hoeveelheden ander materiaal opgegraven. En bij de zuivering van ijzer, zilver, uranium of aluminium blijft ook nog eens geweldig veel afval over. Eén ton goud levert zo’n 200.000 ton afval op. Andere delfstoffen, zoals steenkool, leveren per ton kool minder afval op, maar daar staat tegenover dat er veel meer steenkool wordt geproduceerd. Het gaat niet alleen om rots, maar ook om chemicaliën en zware metalen die gebruikt worden of vrijkomen bij de winning van metalen en mineralen uit het gesteente.

Al die troep valt niet zomaar naar elders te transporteren, verwerken kan meestal niet, en vergaan doet het ook niet. Mijnafval is voor de eeuwigheid. En dat is meteen het grote probleem, want welke regels er ook worden bedacht, niemand kan voorzien hoe de situatie over vijftig, laat staan over vijfhonderd of duizend jaar is. En dan gaat het niet alleen om de noodzaak tot blijvende controle, maar ook om onvoorziene veranderingen in de geologische omstandigheden.

Omdat het om enorme hoeveelheden gaat, zijn de gevolgen van een ongeluk vaak catastrofaal. In 1966 stortte in Wales een al afgedekte mijnafvalberg in, waarbij 144 mensen, vooral kinderen, omkwamen. In 1985 kwamen in het Italiaanse Stava 268 mensen om het leven toen een inmiddels niet meer gebruikte fluoride-opslagdam doorbrak. In 2000 doodde cyanide uit de Roemeense goudmijn bij Baia Mare alle vis in de Tisza en een deel van de Donau. Wereldwijd maken dambreuken en lekkages driekwart van alle ongelukken in de mijnsector uit.

Vaak zijn de gevolgen slechts plaatselijk, waardoor het relatief lang heeft geduurd voordat Europa de risico’s echt onderkende. Naar aanleiding van een ramp in 1976 in een chemische fabriek in het Italiaanse Seveso kwam de toenmalige Europese Gemeenschap met de zogenaamde Seveso-richtlijnen, een reeks van veiligheids- en preventievoorschriften voor de industrie. Pas nadat er kort na elkaar drie ongelukken met mijnslibopslag plaatsvonden, in 1998 in het Spaanse Aznalcollár, in 2000 in Baia Mare en drie maanden later in het nabije Baia Borsa, besloot de Europese Unie ook strengere regels te maken voor de mijnsector.

„Helaas is de oorspronkelijke richtlijn onder druk van de bedrijven sterk verzwakt”, zegt Andreas Beckman van het Donau-Karpatenbekken programma van het Wereldnatuurfonds (WNF), destijds betrokken bij het opstellen van de Mijnafval Richtlijn. Het feit dat het Hongaarse bedrijf MAL Zrt. zich achter de EU-regels verbergt, bewijst volgens het WNF dat er nog veel te doen is. Beckman: „Terwijl bij industriële opvangbekkens bijvoorbeeld een tweede dijk nodig is, is dat bij mijnafval tot nu toe niet het geval.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden