‘Mijn wapen krijg je pas uit mijn dode handen’

De Bruce Willis van de jaren vijftig overleed dit weekend. Velen kennen hem van zijn glansrollen in de films Ben Hur en De Tien Geboden.

Charlton Heston, de blonde blauwogige Amerikaanse acteur, speelde in zestig jaar in zo’n honderd films. Deze Bruce Willis van de jaren vijftig en zestig zal vooral herinnerd worden om twee films: ’The Ten Commandments’ (1956) en ’Ben Hur’ (1959).

In de eerste splijt Heston als Mozes met zijn staf de rode zee tot twee muren van water. In de tweede Oscarwinnende rol wint hij als galeislaaf Judah Ben Hur de twintig minuten durende wagenwedstrijd in de Romeinse arena. Beide rollen maakten van Heston hét Hollywoodicoon van gespierd, krachtdadig edoch edelmoedig leiderschap.

Een imago dat hij in zijn latere functie als voorzitter van de National Rifle Association, de club ter ondersteuning van het vuurwapenbezit in Amerika, ook goed kon gebruiken. Ook om die activistenrol zal Heston herinnerd worden. „Jullie krijgen mijn wapen alleen uit mijn koude, dode handen”, riep hij in 2000 in een toespraak voor de NRA. President Bush onderscheidde Heston, supporter van de oorlog in Irak, in 2003 met de Amerikaanse vrijheidsmedaille. Bush’ aartsvijand filmmaker Michael Moore had Hestons reputatie eerder enigszins beschadigd met de door hem gefilmde ontluisterende ontmoeting in Moore’s film ’Bowling for Columbine’ (2002).

Acteur Charlton Heston, zoon van gescheiden ouders en een vader die molenaar was, groeide op in Illinois. Tijdens de Tweede Wereldoorlog was Heston drie jaar schutter bij de luchtmacht. Na de oorlog begon hij zijn carrière op het toneel. Wegens gebrek aan succes daar, stapte hij al gauw over naar televisie.

Zijn filmdebuut volgde in 1950 in ’Dark City’ waarin hij een gokker speelde, maar vanaf zijn optreden als Mozes in Cecil B. de Mille’s ’The Ten Commandments’ dacht men in Hollywood al gauw aan Charlton Heston als er gezocht werd naar bijbelse of mythische proporties.

Heston speelde drie keer een president, drie keer een heilige, plus El Cid, Sir Thomas More en Michelangelo. „Als zo’n repertoire geen egoprobleem geeft dan weet ik het niet”, grapte Heston zelf ooit. Er waren slechts een paar rollen in meer tegendraadse films zoals die van sheriff Mike Vargas in de ’film noir’ ’Touch of Evil’ van Orson Welles. Maar ook in die film is Heston de nobelheid zelve en huist de corruptie in andere personages.

In de nadagen van zijn carrière regisseerde Heston ook zelf. Hij baarde als acteur nog opzien met een bijrol in de tv-serie ’Dynasty’ maar verder trad hij vooral naar voren in zijn vele bestuursfuncties binnen en buiten de filmindustrie.

Vermaak om Heston was er wel nog na het uitkomen van ’The celluloid closet’ (1995). In de spraakmakende homodocumentaire verklapte co-scenarist Gore Vidal dat Hestons tegenspeler Stephen Boyd (de Romein Messala) bij ’Ben Hur’ als extra regieaanwijzing te horen had gekregen dat Ben Hur en Messala elkaars jeugdliefde waren. Een homo-erotische subtekst waar held Heston en zijn onverwoestbare ego wijselijk buiten werden gehouden.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden