'Mijn WAO'ers hebben nooit hoofdpijn of griep'

Economische groei mag dan “de koninklijke weg voor meer werkgelegenheid” zijn, in Nederland is het anno 1995 niet voldoende om alle werkzoekenden aan een baan te helpen. Voor mensen die door gebrek aan scholing, ervaring of talenkennis - langdurig - aan de kant staan, zijn de afgelopen jaren tal van werkgelegenheidsprojecten opgezet. De inspanningen van overheid, werkgevers en vakbeweging hebben een wisselend succes. Trouw maakt de komende weken een rondgang op de werkvloer.

“Jongens van achttien 'met ervaring', daar heb ik niets aan”, zegt zijn baas Ton Lemmen. “Ik heb vakmensen nodig, en Hans is er één.”

Peeters (55) kreeg vlak voor z'n vijftigste last van z'n rug. Als werknemer bij een grote meubelfabriek leek het pleit voor hem beslecht, al vond de keuringsarts dat hij maar voor 35 procent arbeidsongeschikt was. Volgens de arts kon hij voor de resterende 65 procent nog overal terecht. “Voor het ontwikkelen van fotorolletjes en het kweken van tabaksplanten”, grijnst hij. Het gezelschap in de keuken annex kantine van antiekgroothandel Lemmen maakt zich vrolijk. Peeters: “Vertel mij nou eens waar ze in Nederland nog tabak verbouwen.”

Peeters werkte enkele maanden als klusjesman op een plaatselijke politiepost, en was ruim een jaar huismeester op vrijwillige basis in een kindertehuis. “Ik deed alles wat voorkwam, niks was me teveel. Maar toen ze iemand zochten voor vast hadden ze ineens iemand anders.”

Peeters kwam weer aan de bak volgens een oeroude maar beproefde methode: leuren bij de baas. “Hij kwam hier aan de deur vragen of we niks voor hem te doen hadden. Dat hadden we dus niet”, zegt Ton Lemmen. “Maar Hans bleef komen. Een half jaar lang. Toen hebben we hem maar eens gevraagd een stoel voor ons te doen.” Het resultaat beviel zo goed, dat van het een het ander kwam.

Lemmen: “Hij zat in de WAO dus ik heb het Gak maar eens gebeld. Als ik Hans in dienst nam, kreeg ik een inwerkpremie van vierduizend gulden en vier jaar lang een loonkostensubsidie van 20 procent van het minimumloon. Er kon ook nog aangepast gereedschap worden besteld, maar dat was niet nodig.”

Lemmen kreeg de smaak te pakken, omdat de nieuwe service nieuwe klanten aantrok. Peeters kreeg een eigen ruimte om te stofferen, en Lemmen bouwde zijn antiekhandel uit tot een volwaardig meubelbedrijf. Na Peeters kwamen Gerard Hen (34) en Hans Hendriks (45) in dienst als timmerman. Ook zij hebben rugklachten, in de grote bouw konden ze niet meer mee.

In een van Lemmens nieuwe loodsen werken ze nu aan een imposante beuken lambrizering van een hotel in Maastricht. Een vierde WAO'er, ex-dakdekker, is nu de baas in de nieuwe logerij. “Ik heb alleen verstand van handel”, zegt Lemmen. “Ik had vijf jaar terug niet gedacht dat we dit allemaal ook zouden kunnen doen voor onze klanten.”

Lemmen is erg positief over zijn personeel. “Het zijn niet voor niks WAO'ers natuurlijk, dus daar moet je rekening mee houden. Dat vinden wij hier niet moeilijk. Als je aan een stoel werkt, zet je die op werkhoogte, niet op de grond. Echt tillen kunnen ze niet, dus dan til je die tafel met z'n drieën. Als er een vrachtwagen afgeladen moet worden roep ik mijn zoons erbij.”

Tegenover de handicaps staat voor Lemmen de vakbekwaamheid van de de nieuwe krachten, en hun motivatie. “Wij beginnen hier om acht uur 's morgens. Om kwart voor acht zit iedereen hier klaar voor de koffie. En, geloof het of niet, zo lang ik personeel heb, hebben we nog niet één ziektedag gehad. Ja, iemand moest voor een operatie naar het ziekenhuis. Maar hoofdpijn of griep? Nooit.” De werknemers in kwestie beamen dat. Het heeft volgens Lemmen inderdaad alles te maken met de sfeer in het bedrijf. Het is immers niet echt gebruikelijk meer dat de vrouw van de baas, Els Lemmen, om twaalf uur een pan zelfgebrouwen groentesoep op tafel zet en een eitje bakt voor wie er trek in heeft.

Ongemotiveerde mensen hoeft Lemmen niet. Zo had hij een langdurig werkloze jongeman op proef, die niet op tijd kwam. Na de proefperiode van drie maanden was het voor hem voorbij. “Met die WAO-regeling heb je als werkgever het voordeel dat je de mensen een tijd kunt uitproberen. Dus je weet precies wie je aanneemt.” Lemmen geeft toe dat hij zonder loonkostensubsidie en inwerkpremies ook nooit zo had kunnen uitbreiden als hij de laatste jaren heeft gedaan.

Lemmen: “Ik was in het begin bang voor problemen. Maar nu zeg ik: deze mensen zijn uitstekende krachten, die de kneepjes van het vak kennen. Je moet je alleen een beetje willen aanpassen aan wat ze niet kunnen. Elk bedrijf met meer dan 20 werknemers kan dat met gemak, daar ben ik van overtuigd. Het is puur een kwestie van willen.”

Lemmen is goed te spreken over de medewerking van de instanties, zoals het GAK. Maar het wordt vooral de werknemer niet gemakkelijk gemaakt, vindt hij. Peeters kan daarvan meepraten. “Ook al wil mijn baas meer betalen, ik mag niet meer verdienen dan het minimumloon.” Toen bleek dat Peeters bij de politie teveel betaald had gekregen, moest hij het jaar daarop vijfduizend gulden terugbetalen. “Dus ging mijn uitkering omlaag. Dat was een flinke klap, want ik werkte toen nog maar 20 uur per week.” Toen Peeters er na een paar maanden bakkeleien een jurist bij haalde, kwam zijn uitkering opeens op het oude niveau. Peeters: “Ze moesten er een bom onder leggen.” Lemmen: “Met die manier van doen zit iets helemaal scheef.” Om van het gezeur af te zijn, nam Lemmen Peeters maar 40 uur in dienst, wat hem door de subsidies opnieuw gemakkelijk werd gemaakt.

Lemmen kan er moeilijk over uit, dat werkgevers zo weinig gebruik maken van de mogelijkheden. Dat er werkwillige vaklui genoeg zijn, weet hij uit ervaring. Hij herkent ze aan het feit dat ze binnen twintig minuten op de stoep staan nadat het Gak ze naar hem heeft doorverwezen. Maar voorlopig heeft hij genoeg personeel. Zijn boekhouder heeft de voordelen ook ontdekt, en heeft sinds kort ook een WAO'er in dienst.

Als overtuigd bekeerling kan Lemmen er niet bij dat collega-werkgevers die hij ontmoet zoveel bedenkingen tegen WAO'ers blijven aanvoeren. “Kijk eens hoeveel subsidie er op die manier blijft liggen. Ze vinden het een risico. Hoezo risico? Als iemand dan toch ziek wordt, betaalt het Gak gewoon. Echt, je hoeft je als werkgever helemaal nergens druk om te maken.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden