Mijn vriend, de Kadafist...

Morgen kunnen de Libiërs voor het eerst naar de stembus sinds de val van Kadafi. Niet iedere Libiër staat te juichen over wat anderen zien als een belangrijke stap naar democratie. Een portret van zo'n scepticus.

Nog steeds kan hij er smakelijk om lachen. Toen er vanuit de Navo werd geëist dat Kadafi zou aftreden en die laatste stoïcijns verklaarde dat niet hij, maar 'het volk' het land bestuurde. "Natuurlijk wist iedereen dat dat onzin was en dat Kadafi alles controleerde", grijnst Abdoelsalam op een bankje in een park in Tripoli.

Over de nalatenschap van de vorig jaar door Libische rebellen omgebrachte 'Gids van de Revolutie' toont hij zich onverbiddelijk. "Kadafi heeft er een puinhoop van gemaakt. Daar zelf verantwoordelijkheid voor nemen kon hij niet. Liever gaf hij ons de schuld. 'Als mijn theorieën in Zweden of Zwitserland waren toegepast, had het zonder meer gewerkt', zei hij soms. 'Maar met jullie Libiërs valt nu eenmaal geen land te bezeilen'."

Toch koos Abdoelsalam tijdens de revolutie de kant van het zittende regime. En tot op de dag van vandaag koestert hij een vage hoop dat zoniet Kadafi zelf, dan toch één van diens zonen zal wederkeren en de huidige machthebbers zal verjagen. Helemaal uit de lucht vallen komt die hoop niet. Hij verwijst naar de profetie van Sjeik Abdoelsalam Al Asmar - een Libische Soefi-heilige die zo'n 650 jaar geleden leefde. "Niet alleen voorspelde die de komst van Kadafi, diens veertigjarige heerschappij, de Navo-aanval en het wangedrag van de rebellen, maar óók Kadafi's wederopstanding."

Krasse taal? Lees wat Al Asmar in zijn testament schrijft. "Er zal een Bedoeïnenjongen tot jullie komen, die veertig jaar over jullie zal heersen. (...) Maar jullie zullen hem verraden zoals jullie ook mij verraden hebben. (...) Jullie zullen de hulp van ongelovigen inroepen en twee jaar lang zullen jullie rovend rondzwerven terwijl in elke kloof en iedere vallei het bloed tot aan de knieën komt. (...) Maar na twee jaar zal jullie eerste meester terugkeren en jullie aan zijn zwaard rijgen."

"Thuis in een la koester ik vier groene vlaggen. Die nu vertonen is natuurlijk gekkenwerk, maar wie weet wapper ik er op een dag weer mee", zegt Abdoelsalam.

Ik ontmoette hem voor het eerst toen ik vorig jaar zomer voor Trouw verslag deed van de inname van Tripoli door de rebellen. Sinds enkele weken werkte hij als receptionist in het hotel waar ik logeerde. Waar hij daarvoor zijn geld verdiende? Een raadsel. Zijn ietwat bedrukte blik weerhield me ervan al te ingewikkelde vragen te stellen. Pas recent zou hij me vertellen dat hij tot ver in augustus een administratieve functie bekleedde bij het regeringsleger - een functie waar hij zich een paar maanden eerder vrijwillig voor had aangemeld.

Helemaal als een verassing kwam dat niet. De feestende menigte op het voormalige Groene Plein, een paar honderd meter verderop, was toen al niet aan hem besteed. En hij sprak vol afgrijzen over de zwaarbewapende rebellen die nogal intimiderend met hun pick-ups door de straten paradeerden.

Ondertussen toonde hij zich niet minder hartelijk en behulpzaam. In zijn schaarse vrije tijd leidde hij me rond door de hoofdstad en leende hij me een werkende sim-kaart - een schaars goed in die dagen. Toen mijn visumaanvraag begin dit jaar verdween in de krochten van de Libische bureaucratie, riep ik per e-mail zijn hulp in. Zonder morren toog hij naar het ministerie van buitenlandse zaken - niet ver van het Franse instituut waar hij zijn wekelijkse taalles volgde. Steeds opnieuw, net zolang totdat de zaak geregeld was.

En zo trof ik Abdoelsalam onlangs opnieuw. Toen ik kenbaar maakte dat ik naar de woestijnstad Bani Walid wilde reizen stond hij erop dat hij meeging. Dat was tenslotte de stad waar zijn voorouders vandaan kwamen en die hij nog steeds 'zijn' stad noemde. De stad ook van de Warfalla - een stam met historische banden met die van Kadafi. Tot op het allerlaatst had Bani Walid zich tegen de oprukkende rebellen verzet. Ervoor zorgen dat ik daar goed werd ontvangen, zag Abdoelsalam als zijn heilige plicht. En passant gunde hij me een inkijkje in de denkwereld van de verliezers van de Libische revolutie, de 'algen' zoals ze smalend worden genoemd - naar de kleur die het symbool was van het verdreven regime.

Hij stemde in met dit portret. "Een fervent aanhanger van Kadafi ben ik nooit geweest, daarvoor was hij me te grillig. Maar toen hij na 2001 afstand deed van zijn massavernietigingswapens verbeterde er veel in Libië, vooral dankzij diens zoon, Saif al-Islam. Grenzen gingen open; de handel bloeide op. Kadafi sr. was een schurk, maar hij blijft een Libiër en toen de Navo zich met de opstand begon te bemoeien heb ik zonder nadenken de kant van het regime gekozen."

Abdoelsalams toenmalige verloofde deed het tegenovergestelde. Zij koos de kant van de revolutie. Van tijd tot tijd spraken ze elkaar. "Ben je nu nog steeds groen?!" vroeg ze hem dan. "Ze zette me voor het blok. Als ik niet de kant van de rebellen koos, zou ze de verloving verbreken. Maar ik ben een man van vaste overtuigingen. Ik respecteerde haar keuze, maar zij de mijne niet, voor haar was het zwart-wit. Sindsdien heb ik haar niet meer gesproken."

Ook binnen Abdoelsalams eigen familie liepen de spanningen hoog op. Zijn jongere broer vocht als soldaat in het regeringsleger. Een oudere broer steunde de revolutie. "Hij sympathiseerde met de Moslimbroeders (door Kadafi genadeloos onderdrukt, red.) dus dan weet je het wel. Hij haatte Kadafi, vanaf het begin. Inmiddels spreken we elkaar zo nu en dan weer, maar tijdens de revolutie was daar geen sprake van."

Na de inname van Tripoli moest Abdoelsalams soldatenbroer zijn wapen inleveren en werd hij naar huis gestuurd. Officieel zit hij nog steeds in dienst en ontvangt hij zijn soldij, maar hij hoeft zijn gezicht niet te laten zien. Via een relatie van zijn ouders vond Abdoelsalam een baantje in het hotel.

Bijna een jaar na de val van Tripoli, staat hij nog steeds vierkant achter zijn keuze van toen. "Kijk eens naar de instabiliteit en verdeeldheid die de revolutie heeft veroorzaakt. In het zuiden woeden al maanden hevige gevechten. De rebellen, met name die uit de havenstad Misrata, hebben zich in andere steden zwaar misdragen. In Tripoli, maar vooral in Sirte en Bani Walid. De vetes die daaruit zijn ontstaan zullen nog minstens een generatie voortduren. Voorheen was het veilig op straat; nu durven vrouwen in Tripoli 's avonds niet meer naar buiten, uit angst dat ze worden lastiggevallen door opgeschoten ex-rebellen.

"En kijk eens naar de Overgangsraad, die per decreet bepaalde dat iedereen die de revolutie in een kwaad daglicht tracht te zetten of pro-Kadafi zegt te zijn, celstraf tegemoet kan zien. Is dat nu de beloofde vrijheid van meningsuiting? Het zijn precies dezelfde reflexen als destijds onder het oude regime (overigens heeft het Libische hooggerechtshof deze 'wet 37' onlangs ongrondwettig verklaard, red.). Met Saif al-Islam waren we op het goede pad, maar de revolutie heeft alles vernietigd."

Stemmen gaat Abdoelsalam zaterdag niet, al staat hij niet per se afkerig van verkiezingen. "Natuurlijk wil ook ik vrijheid en democratie, maar dat verwacht ik niet van het zittende regime. En los daarvan: wij Arabieren zijn grootgebracht met het idee van een sterke man, een krachtige leider. De islam bevat de notie dat je die leider moet gehoorzamen, zelfs als die misbruik van zijn macht maakt. Is nu één dictator verjaagd om er een handvol kleintjes voor in de plaats te krijgen? Dat is lang niet uitgesloten. Ik hoop het beste voor mijn land, maar ik ben sceptisch, om het zachtjes uit te drukken."

Zwakke partijen maken uitkomst onzeker
Vier decennia lang was partij- politiek verboden in Libië. Moammar Kadafi wilde elke concurrentie uitbannen en schafte politieke partijen af. Pas na zijn val - eind vorig jaar - werd dat verbod opgeheven.

Dat heeft geleid tot de oprichting van een groot aantal partijen, die elkaar morgen betwisten in de eerste verkiezingen sinds Kadafi het veld moest ruimen. Zo'n 2,9 miljoen Libiërs mogen naar de stembus om het eerste Nationale Congres te kiezen.

Dat Congres - dat bestaat uit tweehonderd vertegenwoordigers - zal de huidige Nationale Overgangsraad vervangen en binnen een maand een nieuwe premier kiezen. Verder kiezen de congresleden een commissie die een nieuwe grondwet moet opstellen, en zullen ze een referendum over die grond- wet organiseren. Een parlement wordt in een later stadium gekozen.

De erfenis van Kadafi is niet helemaal verdwenen: partijen zijn in Libië zwak. Van de tweehonderd congresleden zullen er tachtig tot een partij behoren, terwijl de rest uit onafhankelijke politici zal bestaan. Zij worden gekozen via een districtenstelsel. De onafhankelijken vormen 90 procent van de in totaal vierduizend kandidaten.

Door dat enorme aantal en de ondergeschikte rol van partijen, is moeilijk te zeggen wat de politieke signatuur zal zijn van het Congres. Ook de partijen moeten het trouwens eerder hebben van aansprekende kopstukken (vooral helden van de revolutie zoals de militaire commandant Abdoel Hakim Belhadj of interim-premier Mahmoed Jibril) dan van een welomschreven ideologie.

In sommige delen van het land roepen groepen op om de verkiezingen te boycotten - meestal uit onvrede over de regionale machtsbalans die in het districtenstelsel tot uitdrukking komt. Maar de verwachting is dat dit ongenoegen niet breed gedeeld wordt, en dat een grote meerderheid van de Libiërs zich de kans niet zal laten ontnemen voor het eerst mee te doen aan landelijke verkiezingen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden