'Mijn vader wilde de grens bewaken en ik wil haar opheffen'

Als zoon van een douanier woonde hij zijn hele leven in grensplaatsen. Eerst in het Zeeuwse Koewacht aan de Belgische grens en later aan de Duitse grens in Zevenaar, Eibergen en Enschede. “Mijn vader wilde de grens bewaken en ik wil haar opheffen”. Om te beginnen bij de Duitse grens. Want Wim van Geffen (57), scheidend secretaris van het Nederlands-Duitse samenwerkingsverband Euregio, waarbij 105 gemeenten zijn aangesloten, is de verpersoonlijking van de 'Wiedergutmachung' aan Nederlandse kant.

Zo kan hij nog altijd kwaad worden, als hij Kees Jansma en Mart Smeets op tv ziet. De twee presentatoren van Studio Sport zijn voor eeuwig uit de gratie bij Van Geffen, sinds het duo “het Nederlandse volk tijdens van het EK-voetbal in 1992 ophitste tegen de Duitsers”, zoals Van Geffen het zonder omwegen formuleert.

“Met die stemmingmakerij en dat inspelen op goedkope sentimenten, waren die twee indirect verantwoordelijk voor de rellen die we hier na het EK-duel tussen Nederland en Duitsland bij de grensovergang in Glanerbrug tussen Nederlandse en Duitse vandalen hebben gehad. Als Smeets en Jansma hetzelfde over Turken en Marokkanen hadden geroepen als over Duitsers, waren ze een dag later al door het anti-discriminatiebureau voor de rechter gesleept. Maar omdat het Duitsers betrof, mocht het kennelijk.”

Hij ergert zich aan “volksmennerij in de media, die de vooroordelen in stand houdt, die er tegen Duitsers bestaan”. En aan vooroordelen geen gebrek, zo bleek in 1993 uit de inmiddels beruchte enquête van het Instituut voor internationale betrekkingen Clingendael. De Nederlandse jeugd schetste in dat onderzoek een zeer negatief beeld van de oosterburen. Duitsers werden neergezet als niet erg tolerant, conservatief, heerszuchtig, arrogant, betweterig en weinig sympathiek.

“Toch blijkt uit onderzoek, dat 74 procent van de Nederlanders uit het grensgebied bereid is om in Duitsland te gaan werken. Dat zegt mij meer dan allerlei kretologie. Want werken in Duitsland doe je niet, als het daar zo erg zou zijn”, vindt Van Geffen.

Hij kenschetst een bepaald deel der natie dan ook als behoorlijk hypocriet: “We willen wel met Duitsers van doen hebben, als we aan ze kunnen verdienen. Tachtig procent van onze export gaat naar Duitsland, een stad als Enschede ontvangt op zaterdagen 30 000 à 50 000 Duitsers, en we proberen ze aan de Noordzeekust leegstaande zolderkamers aan te smeren. Zo lang ze de portemonnee maar trekken, vinden Nederlanders Duiters prima lieden.”

Zoals het hem ook stoort, dat in het Europa zonder binnengrenzen de belangen van de individuele burgers nog steeds ondergeschikt zijn. “De Europese interne markt is geschapen op verzoek van de multi-nationals, maar bij dat proces zijn de burgers grotendeels vergeten. Ze hoeven hun paspoort bij de grensovergang niet meer te tonen en hoeven niet meer bij de doaune te melden dat ze een paar sloffen sigaretten in Duitsland hebben gekocht. Daarmee houdt het voordeel, dat de individuele burgers bij het wegvallen de de binnengrenzen hebben, wel zo ongeveer op.”

Van Geffen somt een aantal belemmeringen op, die er ook na jaren van vechten nog steeds zijn: “Nederlanders die in Duitsland gaan werken, kunnen hun hypotheekrente nog steeds niet voor de belasting aftrekken. En Duitse slachtoffers van verkeersongevallen worden niet meer per helikopter naar het ziekenhuis in Enschede gevlogen, omdat de Duitse ziektekostenverzekeraars de hoge Nederlandse verpleegprijzen niet willen betalen. Het duurde vanwege de hele bureaucratie trouwens anderhalf tot twee jaar, voordat het ziekenhuis in Enschede geld kreeg van die Duitste verzekeraars. Zo groot was het enthousiasme aan Nederlandse kant dus ook niet meer. Hoezo interne markt voor Europese burgers, vraag ik me dan af.”

Er schiet hem nog een fraai staaltje van Europese desintegratie in de gezondheidszorg te binnen. “We kregen bij de Euregio onlangs het verzoek van een meisje uit Glanerbrug haar te helpen bij een dispuut met haar ziektekostenverzekeraar. Ze leed aan de huidaandoening psoriasis en wilde zich daarvoor in het kuuroord Bad Bentheim, vijftien kilometer over de Duitse grens, laten behandelen. De ziektekostenverzekeraar wilde er, ook na onze bemiddeling, niet aan. Ze mocht wel voor behandeling naar de Dode Zee. . . Kom bij zo'n kind nog maar eens aan met verhalen over de Europese gedachte. Aangezien je dit soort problemen niet op Europees niveau kunt oplossen, wordt het tijd dat Nederland en Duitsland daarover bilaterale afspraken maken.”

Als de wijze waarop de aanleg van een telefoonlijn naar het Euregio-kantoor tot stand kwam, wat dit betreft maatgevend is, konden die afspraken nog wel eens op zich laten wachten. Zeven jaar heeft het geduurd, eer de Euregio toestemming kreeg 80 meter telefoonkabel te leggen van Nederlands grondgebied naar het vlak over de grens bij Gronau gelegen Euregio-kantoor.

Zeven jaar lang moesten Nederlanders die de Euregio wilden bellen dus het internationale tarief betalen. Ministers, staatssecretarissen en top-ambtenaren van beide landen bemoeiden zich met de affaire. “Nederlandse telefoondraad in Duitse bodem, dat was in stijd met allerlei verdragen. Nadat ik voor de Avro-radio mijn beklag over deze belachelijke zaak had gedaan, werd ik zelfs gebeld door de vrouw van minister Van Eekelen van defensie”, glimlacht Van Geffen. “Ze had mijn verhaal tijdens het stofzuigen gehoord en zei me: U moet mijn man hierover bellen, ik heb hem al ingelicht en ik zal u zijn doorkiesnummer geven. Zo zijn we dus bij Van Eekelen terechtgekomen, maar die kon ons ook niet helpen.”

Vandaag neemt Van Geffen afscheid als secretaris van de Euregio, het grensoverschrijdende samenwerkingsverband waarbij inmiddels dus 105 gemeenten in het Nederlands-Duitse grensgebied van Overijssel en Gelderland zijn aangesloten. Een kwart eeuw geleden begon hij als eerste en enige werknemer van de Euregio in een kantoortje in de Enschedese binnenstad. De opdracht was simpel: verbeter de onderlinge verstandhouding en het begrip tussen bewoners in het Nederlands-Duitse grensgebied. “Veertien cent per inwoner was er toen beschikbaar”, herinnert Van Geffen zich. Net genoeg om een paar uitwisselingen voor bejaarden en jongeren van te organiseren.

Bij zijn afscheid telt de Euregio 32 werknemers, heeft het samenwerkingsverband een royaal kantoor nabij de grensovergang Glanerbrug en heeft het jaarlijks een budget van 30 miljoen gulden te besteden. Inwoners van de aangesloten gemeenten betalen inmiddels 86 cent per inwoner per jaar. “Maar tegenover elke 86 cent staat een bedrag van 10,70 gulden aan subsidie”, weet Van Geffen.

Sinds er vooral vanuit Brussel veel geld in de in totaal 72 grensoverschrijdende Europese samenwerkingsverbanden wordt gepompt, is de animo van gemeenten om zich erbij aan te sluiten, verdacht veel groter geworden. Zo hebben in Overijssel Zwolle en Deventer - beide toch op zo'n 70 à 80 kilomter van de grens gelegen - zich inmiddels aangemeld als adspirant Euregio-lid. En aan Duitse zijde hebben steden als Münster en Osnabrück plotseling ook interesse.

Van Geffen gaat uit van het goede in de mens en vertrouwt er daarom maar op, dat die belangstelling is gebaseerd op de Europese gedachte. “Als het die steden alleen te doen is om het geld dat er te verdelen valt, zullen ze bedrogen uitkomen. Niet meer dan 20 procent van ons budget zal naar projecten van de nieuwkomers gaan”, waarschuwt hij.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden