Column

Mijn vader weet niet dat hij psychiatrisch behept is

null Beeld Trea van Vliet
Beeld Trea van Vliet

Hoe ga je om met een bejaarde vader die psychiatrisch patiënt is en die nog rijk denkt te worden met boten bouwen?

Trea van Vliet

Op de dag van de operatie breng ik mijn vader naar het ziekenhuis. Mijn vader heeft geen koffer of weekendtas, zijn verzorgers hebben zijn spullen in twee grote boodschappentassen gestopt.

Ik ben gespannen.

'Zie je er tegenop pap?', vraag ik in de auto. 'Dat geloof ik niet hoor', antwoordt hij bezwerend.

Keihard linksaf

Als ik parkeer en de tassen uitlaad, loopt mijn vader in hoog tempo het ziekenhuis in. Hij heeft een afwijking naar links: waar we ook naartoe moeten, hij gaat altijd keihard linksaf.

Ik loop achter hem aan, in beide handen een zware tas, roepend dat hij naar rechts moet. Roep wat harder dat hij naar rechts moet. Nóg harder, dat hij naar de ándere rechts moet, maar mijn vader is al links in de kantine in een plantenbak beland.

Ik moet de boodschappentassen neerzetten van de slappe lach. Omstanders kijken uitdrukkingsloos van mij naar m'n vader. Waarom zijn mensen toch zo vaak zulke dooie dienders? Ik pluk mijn vader uit de plantenbak en neem hem mee naar rechts, de lift in, naar boven.

Het opname-circus start: keer op keer moet mijn vader zijn naam en zijn geboortedatum noemen. De eerste keren roept hij die uitbundig, zijn handen in elkaar wrijvend tussen zijn knieën. Dat gebaar ken ik, dat doet hij als hij het naar zijn zin heeft. Dit lijkt wel een leuk uitstapje voor hem, denk ik verbaasd.

Bij de derde keer trekt hij zijn wenkbrauwen op, geeft hij geen antwoord meer en doe ik dat voor hem.

De zevende keer besluit mijn vader weer mee te doen: 'Gisteren', antwoordt hij afgemeten op de vraag wanneer hij geboren is. 'Maar meneer Van Vliet, u bent toch niet van gisteren?', zegt de jongen in ziekenhuisoutfit. 'Behandel me dan ook niet zo', zegt mijn vader triomfantelijk. Ik duw een nieuwe slappe lachbui weer naar binnen.

Anker in het hier en nu

Dan kunnen we mijn vader eindelijk op zijn kamer installeren.

'Moet jij eigenlijk niet werken?', wil hij ineens weten.

Ik heb deze weken vrijgemaakt. Van ruggeprik tot en met ontslag, ik zal er elk moment bij zijn om hem een anker te geven in ons hier en nu, zodat hij hopelijk geen psychose krijgt. Maar dat kan ik hem niet vertellen, mijn vader weet niet dat hij psychiatrisch behept is, om het zo maar te zeggen.

'Ik heb vrij genomen pap, ik ben de hele tijd bij je.'

Mijn vader zegt niets.

Na de ruggeprik krijg ik steriele kleding aan en gaan we de OK in. De artsen laten ons zien hoe ze de narcose toedienen.

'Dag pap, tot straks', zeg ik, terwijl ik over zijn wang aai.

Mijn vader knikt en raakt weg en ik ga buiten op de gang zitten wachten.

Trea van Vliet is journalist en schrijfster. Deze weken schrijft ze op deze plek over haar vader, die verblijft in een woonvorm voor psychiatrisch patiënten in Zeeland.

Lees hier de eerdere columns van Trea van Vliet

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden