’Mijn vader is in rijden en denken mijn voorbeeld’

Zestien jaar was Vincent Voorn toen hij zijn vader Albert in Sydney (2000) olympisch zilver zag winnen. ’Dat wil ik ook’, dacht hij, ’maar wel op mijn manier.’

Hij is, zeven jaar later, al een eind op weg. Vijf wedstrijden mocht hij al voor het Nederlands team in de Super League uitkomen en dezer dagen rijdt hij op het concours van Aken. „Dit is wereldtop. Hier wil iedereen naartoe. Het was een doel van me en ik heb dat bereikt” Hij stopt even en zegt dan: „Dan hoef je niet meteen te winnen.”

Louter op de resultaten afgerekend, valt ’Aken’ een beetje tegen. In de twee manches van de landenwedstrijd op donderdagavond liep Voorn acht en twaalf strafpunten op. „Dat is te veel. Vier mag, acht kan een keer. Toch ben ik niet ontevreden, want ik vind dat ik goed genoeg gereden heb. Al hoopte ik op meer.”

Hij appelleert aan de vier eerdere landenwedstrijden en somt zijn strafpunten op: „La Baule: 0 en 13, Rome: 4 en 0, Sankt-Gallen: 5 en 9 en Rotterdam: 0 en 8. In het begin ging de eerste ronde goed en was Armanie de tweede ronde moe. Nu heeft hij twee rondes gelijke kracht.”

In Aken viel het resultaat voor het eerst tegen: „Het is hier heel imposant. Armanie maakt zichzelf kleiner als hij het stadion binnenkomt. Zelf voel ik dat niet zo; ik kan me ervan afsluiten. Ik rijd tussen vier muren.”

Hij wijst op het facet dat een ruiter niet alles in de hand heeft: „Je werkt met een dier, een levend wezen. Een paard spreekt niet, maar zijn lichaam vertelt een hoop. Ik merk het ’s morgens als hij zich niet top voelt. Als je lang met een paard omgaat, weet je het wel.”

Voorn werkt al zes jaar met de grijze ruin Armanie, zijn toppaard. Daarnaast heeft hij Priamus, een bruine hengst. Die zorgde tijdens de Grote Prijs van Rotterdam, twee weken geleden, voor de spectaculairste actie: het dier verhief zich bij herhaling steigerend op de achterbenen en dwong Voorn tot optreden.

„Een hengst is sneller afgeleid”, tracht de pikeur te verklaren. „Hij heeft soms geen zin. Dat uit hij niet door stoppen op een hindernis, maar hij zoekt het ergens anders. Een hoek waar ik hem dan uit moet zien te krijgen.”

Het was geen schrik, weet Voorn. „Hij heeft de hele wereld gezien. Ik weet dat dit kan gebeuren.” En dan? „Ik kan alleen maar rustig blijven, maar op zo’n moment denk ik: waarom nou? Ik weet dan dat ik verloren heb. Dat is zuur, je rijdt voor een paar duizend man en het is op tv.”

In Rotterdam gaf Voorn Priamus twee fikse tikken op de achterhand. „Dat was om hem duidelijk te maken dat hij weg moest, de hoek uit. Ik hou daar niet van, maar het was nodig, want hij herhaalde zich.”

Het incident heeft zijn vertrouwen in Priamus niet geschaad: „O nee, dat paard heeft zoveel goede dingen voor mij gedaan.”

Vincent Voorn, die voor de stal van zijn sponsor rijdt, heeft van zijn vader Albert het vak geleerd. „Mijn vader is mijn voorbeeld in manier van rijden, in denken. Maar het is niet zo dat ik mijn ogen niet open houd. Er zijn meer wegen, andere mogelijkheden. Daarom heb ik nu voor de zekerheid gekozen om voor een stal te gaan rijden.”

Toch koestert hij de voorbeeldfunctie van zijn vader. „In 2000 was ik thuis, zorgde voor de paarden. Ik zag mijn vader op tv die zilveren medaille winnen. Dat gaf zo’n stimulans.” Het wordt hem dagelijks onder de neus gewreven: „Dat ding hangt bij ons in de huiskamer.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden